Alles over Gaast
FrieslandWonderland Fries Nederlands

Alles over Gaast

Gaast

Aan de IJsselmeerkust tussen Workum en Makkum ligt Gaast. Het dorp is van oorsprong een echt vissersdorp. De walvisvaart was hier lange tijd erg populair. Gaast telt ruim tweehonderd inwoners en geniet tegenwoordig vooral bekendheid als watersportplaats.

Geschiedenis
Rond het jaar 1270 komen we Gaast voor het eerst tegen in de geschiedenisboeken. Onder de naam Lutkegast wordt de gemeenschap beschreven als hecht. Vlakbij de voormalige Zuiderzee gelegen is Gaast altijd verbonden geweest met het water en de zeevaart. In het midden van de 18de eeuw telde het dorp zes schippers, die hun kost verdienden op zee. Tegenwoordig verdienen de bewoners hun brood voornamelijk in de agrarische sector. Aan de Boerestreek liggen enkele grote boerenbedrijven.

Bezienswaardigheden
Als herinnering aan de walvisvaart had het dorpshuis lange tijd een gedenksteen. Tegenwoordig is die te bewonderen in het Fries Scheepvaartmuseum in Sneek. Een kopie van de originele steen is opnieuw ingemetseld in dorpshuis De Fûke. Sinds eeuwen bepaalt de Hervormde Kerk het dorpsgezicht van Gaast. Al in de 14de eeuw torent het bouwwerk uit boven het dorp. Gaast heeft ook een Gereformeerde Kerk die in een oud schoolgebouw huist.

Wonen en leven
Dorpshuis De Fûke vormt letterlijk en figuurlijk het middelpunt van het dorp. Hier komen de bewoners wekelijks samen om te kaarten, biljarten of te zingen. Daarnaast is het kaatsveld van kaatsvereniging Trije Yn Ien een welkome ontmoetingsplek. Op sportveld De Boppeslach hebben vrijwilligers eigenhandig een kantine gebouwd. Gaast kent een actief verenigingsleven en een betrokken dorpsbelang.
Veel kinderen gaan naar basisschool De Finne in Ferwoude, dat vier kilometer verderop ligt. Het dorp heeft een buurtbus. Voor de dagelijkse boodschappen zorgen de SRV-man, de bezorgbakker en de groenteboer die wekelijks langskomen. Voor winkelen en overige boodschappen gaan de inwoners van Gaast naar Makkum of Workum.

© Gemeente Sudwest Fryslân

Historie van Gaast

Gaast komt in een lijst van kerkdorpen van Wonseradeel uit omstreeks 1270 voor als Lutkegast, kleine gaast dus. Gaast betekent ‘zandige hoogte’. Het is een echt kustdorp, het leunt tegen de voormalige Zuiderzeedijk aan, is relatief hoog gelegen en de Dijkvaart loopt achter de kleine kern van het dorp langs. Zo dichtbij de zee heeft Gaast altijd de dreiging bij stormen gevoeld: in 1643 brak vlakbij de kerk de dijk door en in 1703 hield de dijk het maar net, maar toen vergingen 23, meest Hindelooper schepen bij Gaast.

Het dorp ligt nu temidden van de weidelanden waar vroeger, net als bij de buurdorpen, vrij veel kleinschalige akkerbouw op de zavelige grond werd bedreven. Achter de relatief hoog gelegen oude kern die tegen de voormalige zeedijk leunt, is een bebouwde ‘rondweg’ ontstaan. Buiten de bebouwde kom wonen al zeker sinds de 18de eeuw behoorlijk wat mensen aan weerszijden van de fraaie route van de Boerestreek en de daarnaast liggende Gaaster Nieuwe Vaart. Het is een fraaie route die in oostelijke richting naar en door het in 1876/’79 drooggelegde Parregastermeer voert.

Gaast werd vroeger bevolkt door jagers, schippers en matrozen, in het midden van de 18de eeuw waren dat een galjootschipper, twee kofschippers, twee smakschippers en een eigenaar van een ‘gering schip’. Nu verdienen de meeste inwoners de kost in het agrarische bedrijf.

De hervormde kerk dateert vermoedelijk uit de 14de eeuw maar is in 1906 helemaal ommetseld zodat zij een leeftijdsgenote lijkt van de hier ook aanwezige gereformeerde kerk, die een verbouwde school is. De hervormde kerk heeft een uit 1763 stammend houten torentje op de westgevel. Inwendig bezit het eenvoudig eiken meubilair uit de 18de eeuw. In het begin van de 17de eeuw stond in Gaast de ‘zeemansdominee’ Adam Westerman. In diens stichtelijke boek voor zeelieden waarschuwde hij hen voor vreemde vrouwen, drank en tabak. Een van zijn opvolgers, Petrus Vomelius, werd juist een halve eeuw later weggestuurd vanwege aanstotelijke zonden en drankzucht.

Tekst: © NoordBoek - Peter Karstkarel • Foto: © Hendrik van Kampen