Alles over Klooster-Lidlum
FrieslandWonderland Fries Nederlands

Alles over Klooster-Lidlum

Klooster-Lidlum

Klooster Lidlum is vernoemd naar het Premonstratenzer klooster dat hier in 1182 werd gesticht vanuit het moederklooster Mariëngaarde bij Hallum. Het terrein van het klooster overstroomde regelmatig en in 1234 werd daarom meer landinwaarts en nieuw klooster gebouwd.
In de bloeiperiode werkten er ongeveer 600 bewoners. De monniken met witte gewaden werden ook wel ‘witheren’ genoemd. Het klooster had ook een belangrijke rol bij het beheer van de zeedijken van de Middelzee.
Wie goed kijkt kan langs de Kleasterwei en Westerbuorren nog een verhoging in het landschap herkennen. Daar heeft vroeger het grote klooster gestaan. Op oude kaarten lijkt het wel een complete stad, met wallen, poorten, bomen en flinke gebouwen. In 1572 werd het complex deels verwoest en deels in gebruik genomen als Spaanse kazerne. Acht jaar later kwam er tijdens de Hervorming een definitief einde aan het klooster.

Tegenwoordig staat in Klooster Lidlum, vlakbij Oosterbierum, de enige patatfabriek van Fryslân. Deze fabriek is een belangrijke werkgever in de regio. Er is ook een proefveld waar nieuwe rassen worden geteeld.

© Doarpswurk

Historie van Klooster-Lidlum

Even oostelijk van Oosterbierum heeft Klooster Lidlum of Mariëndal gestaan. Het was heel vroeg, in 1182, gesticht door norbertijnen vanuit het moederklooster Mariëngaarde bij Hallum. Aanvankelijk stond het dicht bij de kust, maar vanwege de risico’s van de nabije zee is het klooster in 1234 landinwaarts verplaatst.

In de hoogten bij de Kleasterwei en Westerbuorren is de plaats van het grote klooster nog te herkennen. Het heeft grote bloei gekend; een eeuw na de stichting had het ongeveer 600 bewoners. Mariëndal stichtte verschillende uithoven, een nonnenklooster in Bayum en op het hoogtepunt waren achttien parochies onderhorig aan dit klooster. Het had een refugiehuis in Franeker. Maar de bloei veroorzaakte ook misstanden wat in 1322 zelfs uitliep op de moord op abt Eelco Liauckama, afkomstig uit een adellijk geslacht uit het naburige Sexbierum. In 1572 is het klooster door de geuzen grotendeels verwoest. Na de Hervorming in 1580 is het opgeheven.

Het klooster zou een vaart richting Waddenzee hebben gehad, richting de buurt Koehool, waar zelfs een sluis zou hebben gelegen. In het verleden zijn er sporen van opgemerkt, maar ze zijn nu niet meer te vinden.

Het dorp Klooster-Lidlum, bestaand uit een aantal verspreid staande boerderijen aan de Mûntsewei, bewaart de naam. Het begin van de Mûntsewei wordt gemarkeerd door een groot bedrijf dat aardappelen verwerkt, een belangrijk agrarisch product uit de omgeving. Meteen daarop volgt een boerderij met de naam Kloosterhoeve. De landerijen worden voor de akkerbouw, maar ook voor de veeteelt gebruikt. Hoewel het klooster eerder bij het dorp Tzummarum behoorde, is het administratief een zelfstandig dorp en zijn de huidige bewoners maatschappelijk meer op Oosterbierum gericht.

Tekst: © NoordBoek - Peter Karstkarel • Foto: © Peter Karstkarel