Alles over Koudum
FrieslandWonderland Fries Nederlands

Alles over Koudum

Koudum

Het hart van de Zuidwesthoek
U kent het dorp vast vanwege de vele recreatiemogelijkheden op en rond het water! Koudum ligt centraal in de Friese Zuidwesthoek, nabij de IJsselmeerkust en de Gaasterlandse bossen. Geniet in het hart van de Zuidwesthoek!

Beantsjesdei
Een bekend fenomeen is de ‘Koudumer Beantsjes’. Tot de jaren ’60 waren er in Koudum uitgebreide tuinbouwactiviteiten. Groentekooplui kwamen van heinde en ver om hun producten in Koudum te kopen. Vooral de sperzieboon was erg geliefd. En nog steeds! Want ieder jaar wordt er de ‘Beantsjesdei’ georganiseerd. Dan worden er allerlei activiteiten georganiseerd rond de beroemde sperzieboontjes!

Tips
• Bezoek ook Korenmolen De Vlijt. Dan waant u zich geheel in de authenticiteit van het vroegere Friesland.
• Als u langs Koudum vaart, stap dan even uit de boot. De vele eetgelegenheden en gezellige terrasjes nodigen uit tot een bezoek.

© Gemeente Sudwest Fryslân

Historie van Koudum

Het komdorp Koudum was tot de gemeentelijke herindeling in 1984 de hoofdplaats van Hemelumer Oldeferd en ligt op een lange hoge zandrug die op het hoogste punt meer dan zes meter hoog is. En alsof dat niet genoeg was, bouwde men er aan het begin van de 17de eeuw op initiatief van de grietman een toren bij de oude kerk waarvan de romp bijna dertig en de spits nog eens meer dan dertig meter hoog was. In de hele Zuidwesthoek moet het silhouet van Koudum te herkennen zijn geweest. De toren was een baken voor de schippers op de Zuiderzee. Was, want in het midden van de 19de eeuw zijn kerk en toren vervangen door de huidige.

Het dorp lag – en dat is opmerkelijk – in 17de eeuw al breed uitgestrekt op de zandrug, langs drie nagenoeg parallel lopende straten. Dat zijn thans de Bovenweg, de Onderweg en de Onderweg die van Weste naar Ooste ongeveer een kilometer lang zijn. Het is lange tijd veruit de volksrijkste plaats van een wijde omgeving. Er zouden omstreeks 1620 al ongeveer honderd woningen staan en: ‘Ook liggen deeze huizen zeer vermaakelyk in eene zaverige, vruchtbaare en lommerryke landouwe.’ Het belangwekkende dorp trok deftige personen zoals de Galama’s, Epema’s, Donia’s die er hun stinsen en staten bouwden.

De kerk staat aan de zuidwestelijke flank van de zandrug. Zij is in 1857 gebouwd op de plaats van de oude kerk die aan de H. Martinus was gewijd. De nieuwe kerk is robuust maar van architectuur niet bijzonder. De verrassing is in het inwendige te vinden want het bijzondere meubilair is er herplaatst. Vooral de kansel is opvallend omdat het preekmeubel met snijwerk van zuilen, friezen en panelen met bloem- en vruchtenguirlandes, rust op zeven marmeren zuilen in een vorm die ook bekend is uit de Amsterdamse Westerkerk. Er wordt dan ook verondersteld dat de preekstoel uit Holland afkomstig is.

Midden in het dorpsweefsel van kleine straatjes staat aan de Vermaningsweg de bescheiden doopsgezinde kerk. Zij is niet veel groter dan de omliggende huizen, maar onmiddellijk herkenbaar aan de rondbogen van ramen en deur en een groot rond venster in de geveltop. In de naoorlogse periode is Koudum flink in omvang gegroeid. Aan alle randen kwam wel wat woningbouw, maar kloeke dorpsuitbreidingen zijn aan de zuidoostelijke en zuidwestelijke zijden ontwikkeld. Om de kom van het dorp van verkeer te ontlasten is de autoweg met een boog om de bebouwing gelegd.

Meer dan drie kilometer ten noorden van Koudum lag de bij het dorp behorende buurt Terwisga die vanouds Kolderwiske werd genoemd. De buurt lag voor de indijking van het Workumer Nieuwland aan zee. Nu vinden we er nog twee groepen flinke boerderijen met de namen Grote en Kleine Wiske.

Van Hindeloopen tot Hemelum heeft over Koudum eens de Koudumer Slaperdijk (1732) van de befaamde waterstaatkundige Willem Loré gelopen. Bij de afslag naar Hindeloopen ligt bij de Grote Wiske nog een stukje. Het grootste tracé vanaf die kruising tot bij Koudum is onlangs verbreed tot autoweg, zodat daar niet meer van het bijzondere profiel kan worden genoten. Bij het hooggelegen Koudum was de dijk niet nodig, maar zuidelijker werd de waterverdediging weer hernomen, van Galamadammen tot het ook weer hooggelegen Hemelum. Tussen de Morra en de Fluessen met nabije plassen en poelen kwam in 1732 een doorvaart voor het waterverkeer tussen Stavoren en Sneek. Dat gebeurde voor rekening van een raadsheer voor het Hof van Friesland die er vervolgens te eeuwigen dage tol mocht heffen. Er kwam een robuust sluizencomplex: de Galamadammen. Daar ligt nu een brug. Bij de waterwerken stond een buitenplaats en zoals een bron uit het einde van de 18de eeuw meldt: ‘Ook is hier eene aangenaame Herberg, alwaar in den Zomer veel lieden komen om meervisch te eeten, die hier in overvloed te vinden is.’ Het kloeke tolhuis is in 1945 door brand verwoest maar er staat weer een nieuw hotel-restaurant.

Tekst: © NoordBoek - Peter Karstkarel • Foto: © FrieslandWonderland