Alles over Lemmer
FrieslandWonderland Fries Nederlands

Alles over Lemmer

Lemmer

Lemmer: de poort van Fryslân
Aan de rand van het IJsselmeer op weg naar de Friese meren, vindt u Lemmer. Met zijn zandstrand, bruisende centrum en het grootste nog in werking zijnde stoomgemaal van Europa boeit de Poort van Fryslân iedereen.

Het oude vissersdorp Lemmer is tegenwoordig een van de gezelligste watersportcentra van Fryslân. Lemmer vormt de verbinding tussen het IJsselmeer en het Friese merengebied. Voor de ingang van de haven staat "De Vuurtoren" die ooit schitterde in de gelijknamige, beroemde film van Pieter Verhoeff. Even verderop treedt de watersporter Lemmer binnen door de historische Lemstersluizen uit 1888 met bijbehorende sluiswachtershuisjes.

Dorpswandeling
U kunt het oude centrum beleven vanaf het water. Dwars door het dorp loopt vaarwater "t Dok. Maar voor wie aanlegt, heeft Lemmer veel verrassende bezienswaardigheden in petto. Wilt u geen enkel historisch pand of bijzonder plekje missen, dan kunt u een speciale dorpwandeling maken die u in ongeveer een uur langs alle bezienswaardigheden voert. U vindt de route op de site van de gemeente. Het startpunt is bij het oude gemeentehuis bij de Lemstertoren.

De poort van Fryslân
Het oude gemeentehuis is overigens het bezichtigen waard. Het herbergt de Oudheidkamer Lemster Fiifgea, waar u de rijke geschiedenis van het dorp kunt leren kennen. In de 17e en 18e eeuw was Lemmer een havenplaats van betekenis. In de Middeleeuwen is het vaak het toneel geweest van bloedige veldslagen, wanneer de graven van Holland en de bisschoppen van Utrecht Fryslân probeerden binnen te komen. Niet voor niets wordt Lemmer de Poort van Fryslân genoemd.

Motorfietsen en duikbrillen
Op bedrijventerrein Lemsterhoek bevinden zich twee kleine maar unieke musea. Het Indian Motormuseum van Tony Leenes bevat zo"n veertig Indian motorfietsen, waarvan de eerste in 1901 en de laatste in 1953 is gemaakt (Indian Place 1, in Lemmer, tel (0514) - 563244). Op loopafstand van dit museum vindt u het Duikmuseum, waar de bezoeker wordt verwelkomd door een erehaag van etalagepoppen in allerlei duikuitrustingen. Van pakken uit de Eerste Wereldoorlog tot een ultramoderne "tech-driver". Een museum dat is ingericht met oog voor detail.

Ir. D.F. Woudagemaal
De bekendste bezienswaardigheid in Lemmer is zonder meer het grootste nog werkende stoomgemaal in Europa: het Ir. D.F. Woudagemaal. Dit indrukwekkende gemaal uit 1920 heeft de unieke status van werelderfgoed en is beslist een bezoekje waard. Voor een voorproefje kunt u terecht op de site van het museum.

Verblijf
Verblijft u niet op een boot en wilt u wel in Lemmer overnachten? Behalve een aantal hotels, heeft Lemmer ook een gemeentelijke kampeerterrein. Deze kleine camping ligt pal aan het IJsselmeer, tussen bos en zee.

Dat het goed toeven is in Lemmer weten de Lemsters zelf als geen ander. Daarvan getuigt ook het eerste couplet van het Lemster Volkslied:

Wee binne Lemster jongens en we leve fan de see en al wat wee fertsjinje (verdienen, red.) ferpierewaaie wee.

© Beleef Friesland

Historie van Lemmer

Lemmer is een groot dorp, een vlekke met stedelijke allure en veruit de grootste nederzetting van de gemeente, waar het altijd de hoofdplaats van is geweest. De nederzetting is ontstaan bij een flauwe baai van de voormalige Zuiderzee. Dat gebeurde in de vroege Middeleeuwen bij de uitgang van de Lemsterrijn en de Zijlroede. Het ontwikkelde zich in de 16de en vooral 17de eeuw tot een belangrijke havenplaats. De structuur werd daarbij bepaald door de lange, nagenoeg parallel aan de kust verlopende Zijlroede – waarvoor een binnenhaven werd gemaakt – en de haaks daarop staande Lemsterrijn.

Vooral aan de Zijlroede ontwikkelde zich een gevarieerde bebouwing van representatieve woonhuizen en bedrijfsgebouwen. In 1887 is een buitenhaven met sluizencomplex aangelegd waarbij tevens een havenachtige verbinding werd gemaakt met de Lemsterrijn. Het indrukwekkende sluiscomplex werd ontworpen door S.J. Vermaas, hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat. Het sluiswachterhuis en peilschaalhuisje op de sluishoofden en de dienstwoningen op de wal, alle in neorenaissancestijl, vormen met de sluizen een indrukwekkend en tegelijk sierlijk ensemble. Sluis en havens gaven de plaats een stevige impuls. De visserij werd belangrijk en ook visverwerkende bedrijven werden gesticht. Spoedig werd Lemmer als knooppunt in het verkeer over water naar Amsterdam belangrijk en het kreeg een tramverbinding met het Friese achterland.

Bij de binnenhaven en de Zijlroede staan de meeste monumentale gebouwen. Daarvan vormt de hervormde kerk het hoogtepunt. De kerk staat wat scheef in een schilderachtige positie nabij de flauwe bocht in de Zijlroede. Het is een zaalkerk uit 1716 die een oudere kerk uit de 16de eeuw verving. Zij heeft een driezijdige sluiting en aan de noordzijde is in 1759 een dwarsbeuk aangebouwd die ook driezijdig is gesloten. De toren is in de westelijke partij van de kerk verwerkt en hij heeft een achtzijdige houten lantaarn met daarop een opengewerkt paviljoen met koepel. Inwendig is het houten tongewelf versierd met een geschilderde voorstelling van de sterrenhemel, vogels en wolken. De barokke preekstoel is van Gerben Nauta (1745). Lemmer heeft nog twee kerktorens.

Aan de oostkant rijst aan de Schans de roomskatholieke neogotische Willibrorduskerk op. De kerk – met door meubels en glas-in-lood rijk interieur – en toren zijn in 1897-1901 gebouwd naar ontwerp van de uit Sneek afkomstige Nicolaas Molenaar. In het noorden staat aan de Nieuwburen – de entree van Lemmer met veel representatieve bebouwing – de in 1889 naar ontwerp van de uit Gorredijk afkomstige Tjeerd Kuipers gebouwde gereformeerde kerk. Molenaar en Kuipers waren specialisten die elk voor hun kerkgenootschap overal in Nederland kerken ontwierpen.

De dorpsuitbreidingen vonden vanaf de jaren dertig vooral ten noorden van de Zijlroede plaats. Vanaf de jaren zestig ook in het oosten en aan de andere kant van het restant van de Lemsterrijn zelfs het zuidoosten, buiten de vroegere zeedijk. Nadat de Zuiderzee met de Afsluitdijk getemd was, ging de betekenis van de visserij achteruit zonder geheel te verdwijnen. Industrie kwam ervoor in de plaats met onlangs een aanzienlijke scheepswerf. Ook het toerisme van water- en kustrecreatie bloeide na de oorlog op en kreeg de afgelopen decennia een nieuwe impuls, omdat de waterrecreatie zich uitbreidde naar het IJsselmeer. Ten westen van de havens is een strand aangelegd dat ’s zomers druk wordt bezocht. Aan de westzijde kwamen niet alleen uitbreidingen van woonwijken, maar ook uitgestrekte jachthavens en recreatienederzettingen.

Ten westen van Lemmer staat over het stroomkanaal het D.F. Woudagemaal, het grootste stoomgemaal ter wereld. Het is op de werelderfgoedlijst van de Unesco geplaatst. Het stoomgemaal is in 1917/’18 gebouwd naar plannen van de hoofdingenieur van Provinciale Waterstaat, de naamgever. De lange machinehal in verzorgde, rationalistische architectuur staat op de waterkering met acht tunnels. Haaks hierop staat het ketelhuis waarin de koleninstallatie is vervangen door oliestook. Daarbij rijst de schoorsteenpijp op die zowel op het land als vanaf het IJsselmeer een karakteristiek baken is. De machinerie in werking zien is verbazingwekkend: wat suizen en tikken is alles wat de gigantische centrifugaalpompen met hun vliegwielen laten horen.

Tekst: © NoordBoek - Peter Karstkarel • Foto: © FrieslandWonderland