Alles over Oosternijkerk
FrieslandWonderland Fries Nederlands

Alles over Oosternijkerk

Historie van Oosternijkerk

Oosternijkerk is voor het noordoosten van Friesland een flink dorp en dat valt te meer op daar de nederzetting vrij jong is: het bestanddeel ‘nij’ in de naam duidt al in die richting. Het is geen terpdorp en dus een uitzondering in de streek. Oosternijkerk is een komdorp dat waarschijnlijk pas is ontstaan na de bedijking van het gebied vanaf de 11de eeuw. Het dorp komt in de tweede helft van de 12de eeuw in de overlevering voor en in de bronnen voor het eerst in de 13de eeuw.

Langs de vrij ruime Buorren is het begonnen met lintbebouwing. De nederzetting moet zich gunstig hebben ontwikkeld, want in de 13de eeuw kan er een kloeke kerktoren worden gebouwd. Het dorp krijgt met de Nijkerker Opvaart een ontsluiting in noordelijke richting naar de Paesens toe. Sinds de 18de eeuw is het dorp bovendien over de weg verbonden met Dokkum. De Buorren vertoont een paar bochten en nabij de kerk een verbreding waardoor de profielen gevarieerd en levendig zijn. Gedurende de 19de eeuw is er vooral gebouwd langs de bestaande paden en wegen. In de 20ste eeuw is het dorp uitgebreid naar de noordwestzijde tussen Lyts Ein en de Griene Wei en aan de noordzijde rond De Terp en De Fiver. Recent ook aan de zuidzijde.

De dorpskerk staat op de hoek met Lyts Ein op een hiërarchische plaats die niet onderdoet voor de dorpskerken op een terprestant. De laat-gotische kerk heeft een uit de 13de eeuw daterende zware, bakstenen, gesloten toren in twee geledingen waarvan de benedenruimte overwelfd is. De westelijke geveltop van het zadeldak is versierd met nissen. Het driezijdig gesloten koor is in de late 15de eeuw gebouwd: daarna kwam het schip pas tot stand met flauw spitsbogige vensters en steunberen. Het interieur bezit onder meer meubilair in rococo-stijl. Aan de Langgrousterwei staat de eenvoudige gereformeerde kerk uit 1890. Ten westen van Oosternijkerk ligt de agrarische buurschap Bollingawier met enkele monumentale boerderijen.

Tekst: © NoordBoek - Peter Karstkarel • Foto: © Hendrik van Kampen