Alles over Piaam
FrieslandWonderland Fries Nederlands

Alles over Piaam

Piaam

Het komdorp Piaam telt ongeveer vijftig inwoners. Het dorp ligt prachtig, net achter de dijk. Het dorpsgezicht van Piaam is beschermd.

Geschiedenis
Piaam komt voor een Fries dorp laat in de bronnen voor. De eerste geschriften waarin het wordt genoemd, stammen uit 1555. Het dorp is echter ouder want de kerk dateert uit de 13de eeuw. De bron uit 1555 is een schrijven van de inwoners van het dorp over de kerk. Zij wilden het rieten dak vervangen door leistenen.
Piaam was een dorp van boeren. Het kende ooit wat kleinschalige akkerbouw, maar de veeteelt overheerste. In de buurt van het dorp, in de Polder Kooihuizen, lagen twee eendenkooien. Bekend is dat de gevangen eenden verkocht werden in Holland. De kooien zijn nu niet meer in gebruik voor de jacht. In een van de kooien worden wel eenden en andere watervogels geringd.

Bezienswaardigheden
Piaam telt twee monumentale boerderijen. Nynke Pleats uit de 18de eeuw herbergt tegenwoordig een restaurant. Aan dezelfde weg, iets zuidelijker, ligt een statige kop-hals-rompboerderij met een woonhuis dat waarschijnlijk medio 17de eeuw is gebouwd. Opvallend is het vlechtwerk in de gevel van het voorhuis. Beide boerderijen hebben een monumentenstatus.

Wonen en leven
Piaam zelf heeft weinig voorzieningen. Maar Makkum ligt op nog geen drie kilometer afstand en ook Bolsward (ruim dertien kilometer) is goed bereikbaar.

© Gemeente Sudwest Fryslân

Historie van Piaam

Piaam, dat in 1555 voorkomt als Pianghum, is een komdorp dat heel schilderachtig even achter de voormalige Zuiderzeekust op niet al te lage gronden ligt, de positie van andere dorpen in de kuststreek in aanmerking genomen. De kust is hier overigens niet vrij want in het noorden ligt de Makkumer Zuidwaard en in het zuiden de Kooiwaard in het IJsselmeer.

Het dorpsgebied reikt met de Polder Kooihuizen, genoemd naar een buurt van boerderijen én twee eendenkooien, tot aan het in 1876/’79 drooggemalen Feitemeer en Parregaastermeer in het oosten. Van de al oude eendenkooien is bekend dat de daar gevangen watervogels naar Holland werden verhandeld; nu wordt één gebruikt voor het ringen van watervogels.

Nabij de dorpskom zijn nog enige akkers te vinden, maar verder resteert niet veel van de voorheen zo belangrijke kleinschalige akkerbouw: het is allemaal veeteelt in de omgeving. Enkele flinke stelpboerderijen en een paar huizen markeren de binnenkomst in het kleine dorp en twee monumentale kop-rompboerderijen sluiten het dorp aan de oostelijke zijde weer af. Een pastorie heeft Piaam niet gehad omdat de kerkelijke gemeente gecombineerd was met Idsegahuizum en de pastorie in dat dorp kwam.

De dorpsstraat buigt naar de 13de-eeuwse bakstenen dorpskerk toe. In 1555 wilden de inwoners een leien dak; kennelijk ligt er dan nog riet op het dak en dat heeft te lijden van de stormen zo vlakbij de kust. Er wordt gemeld: ‘Pyanghum is nyet beplant met eenighe boemen’. De westgevel is vernieuwd en bij de restauratie van 1953 zijn de rondbogige vensters in het koor hersteld en het koor kreeg gotische spitsbogen terug. Aan de noordzijde zit een hagioscoop in het muurwerk.

Ten oosten van de kerk ligt de fraaie kop-rompboerderij Nynke Pleats die uit de 18de eeuw zal dateren en iets zuidelijker nog zo’n boerderij met merkwaardig vlechtwerk in de gevel van het voorhuis. In 1889 werd het kleine gereformeerde kerkje gebouwd. Hier is van de Aldfaers Erfroute dan ook het vogelmuseum It Fûgelhûs te bezoeken met onder meer een diapresentatie over de buitendijkse, zeer vogelrijke waarden.

Tekst: © NoordBoek - Peter Karstkarel • Foto: © FrieslandWonderland