Alles over Pingjum
FrieslandWonderland Fries Nederlands

Alles over Pingjum

Pingjum

Even ten oosten van de Afsluitdijk ligt Pingjum. Het oude terpdorpje telt ongeveer zeshonderd inwoners.

Geschiedenis
Pingjum is ontstaan aan de Marne, een oude zeearm van de Waddenzee. Langs de voormalige noordelijke oever loopt nu de weg tussen Kimswerd en Arum.
In de 13de eeuw legden monniken een dijk rond Pingjum. Deze Pingjumer Gouden Halsband beschermde het dorp in de 19de eeuw tegen een overstroming die Fryslân teisterde. In de eeuwen na de aanleg had Pingjum te lijden onder twisten tussen de Schieringers en Vetkopers.
Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog groeven de Duitsers zich in Pingjum in. Na de bevrijding door de Canadezen bleek hoe de nazi"s hadden huisgehouden in het dorp: Slechts twee huizen bleven onbeschadigd achter.

Bezienswaardigheden
Pingjum telt drie kerken, waaronder een 17de eeuws Doopsgezind schuilkerkje. Ieder jaar bezoeken veel (religieuze) toeristen dit op het oog gewone huis, aangeduid als Menno"s Fermanje (Fries voor Vermaning: de naam die Doopsgezinden voor hun kerkgebouw gebruiken). Het kerkje is vernoemd naar Menno Simons, de stichter van de doopsgezinde beweging. Zijn volgers worden Mennonieten genoemd. Rond 1524 was Simons vicaris in Pingjum. In het kerkje is een diaserie te zien over zijn leven.
Meer in het oog springend is de oude Hervormde Kerk van het dorp. Deze laatgotische dorpskerk is al van ver buiten Pingjum zichtbaar.

Wonen en leven
Het is rustig wonen in Pingjum. Het dorp kent weliswaar een muziekvereniging, maar is voor de meeste voorzieningen, zoals een supermarkt, aangewezen op dorpen en steden als Witmarsum en Harlingen.

© Gemeente Sudwest Fryslân

Historie van Pingjum

Het omvangrijke dorpsgebied van Pingjum wordt beschermd door een nog goeddeels te herkennen zeer oud dijkenstelsel: de Pingjumer Gouden Halsband geheten. In het onder bepaalde weersomstandigheden onbarmhartig lege landschap achter de zeedijk vormt Pingjum een herbergzame, compacte nederzetting. Het is een terpdorp met een niet scherp afgegraven kerkterp die nog heel goed is te ervaren.

Het dorp heeft een ruim kerkhof met een ijzeren hek op muurtje en een zoom van niet zeer oude linden. Ten noorden van de kerk staat in een halve kring een prachtige reeks diaconiewoningen, gebouwd van de in deze streek zo kenmerkende gele steentjes: de Friese drielingen. Daartegenover liggen de mooie buren, de Grote Buren met nogal wat goed onderhouden en gevarieerde notabele woningen.

In de Kleine Buren staat eveneens een grote verscheidenheid aan woningen. De Burenlaan die aan weerszijden van de entree van het dorp front maakt naar de hier smalle Harlingervaart, vormt met een fraai gevarieerde bebouwing van verzorgde woningen en boerderijen, van omstreeks 1900 en de jaren dertig, een mooie oostelijke dorpsgrens. De naoorlogse uitbreidingen zijn zowel in het noorden – met onder meer een fraaie traditionalistische reeks woningen uit 1948 aan de L. Scheltestrjitte – als in het zuiden terechtgekomen waardoor het dorp de regelmaat van een rechthoek heeft gekregen.

De oude laat-gotische dorpskerk op de niet scherp afgegraven kerkterp is in 1759 deels vernieuwd. De zaalkerk heeft in de zuidgevel drie rondboogvensters. Het meeste muurwerk is van geel baksteenmateriaal van klein formaat, de noordgevel van gemêleerd gele moppen met vooraan één rond venster. De onderste geleding van de forse en in de wijde omgeving herkenbare toren is van hergebruikte tufsteen gemetseld, na versnijding zien we gemêleerd gele baksteen; na tweede versnijding voornamelijk kleiner rood materiaal. In het noorden aan de Grote Buren ligt het kleine 18de-eeuwse schuilkerkje, opgenomen in een gewone dorpswoning, van de doopsgezinden, dat hier bijzondere waarde heeft omdat Menno Simons in Pingjum heeft geleefd.

Tekst: © NoordBoek - Peter Karstkarel • Foto: © Hendrik van Kampen