Alles over Snikzwaag
FrieslandWonderland Fries Nederlands

Alles over Snikzwaag

Snikzwaag

Snikzwaag (Sniksweach) is met Oudehaske, Nieuwehaske, Haskerhorne en (het inmiddels door Joure overvleugelde) Westermeer één van de vijf oorspronkelijke kerkdorpen van de voormalige gemeente Haskerland. Eigenlijk niet meer dan een streek ten noorden van de hoofdplaats Joure, die door de eeuwen heen weinig is veranderd en met haar 61 inwoners altijd kleinschalig is gebleven.

Een kerk staat er in Snikzwaag niet meer, wel een klokkenstoel. Het woord `zwaag" betekent grasland, waar de boeren hun vee naar toe brachten om te weiden. `Snik" betekent puntig. Snikzwaag is dan: grasland in een puntvorm. Het was grasland van Akmarijpers; in de veertiende eeuw wordt het gebied dan ook Ackomrypraswagh genoemd.

© VVV/ANWB Langweer-Joure

Historie van Snikzwaag

Snikzwaag is een vaartdorp van middeleeuwse oorsprong. Het was het kleinste dorp van de grietenij Haskerland, maar werd wel gerekend tot de waaier van Hasker Vijfga: van west naar oost Snikzwaag, Westermeer, Haskerhorne, Oudehaske en Nijehaske. De grietenijkaart van Schotanus (1718) biedt het vroegste beeld van Snikzwaag. De Swaag Manne Vaart, later genoemd de Snikzwaagstervaart, liep ten zuidwesten langs een gering aantal boerderijen en bood zowel naar het noorden als naar het zuiden, naar Joure, ontsluitingen over het water. Achter de bebouwing liep een pad waaraan het kerkhof met kerk was gelegen. Het achterland was toen nog niet in cultuur gebracht en onbewoond.

Aan het einde van de 18de eeuw werd in de Tegenwoordige Staat van Friesland gemeld: ‘het kleinste Dorp der Grieteny, ten Noordwesten van de Joure, aan de Slagtedyk, die weleer eene waterkeering was, doch thans vervallen is: hier onder liggen Zwaagmanne vaart, zich strekkende naar de Joure, en Westwaards naar Utingeradeel en Doniawerstal; voorts door de laage landen Ripkema Sloot, een gedeelte der Dolte, en der uitgedroogde wateren de Oude en nieuwe Geeuw.’ Er zou een Solkamastate hebben gestaan. Volgens Schotanus moet die gezocht worden in de uiterste zuidhoek van het dorp, nabij de Zijlroede vlak tegen Joure.

Op de kaart in de atlas van Eekhoff uit 1849 lijkt Snikzwaag er iets op vooruit gegaan te zijn. In de streek staan meer boerderijen en de maadlanden achter het dorp zijn in cultuur gebracht. Het kerkhof staat aangegeven, maar de kerk bestaat niet meer. Op het omgrachte, goed onderhouden kerkhof staat een wit geschilderde, houten klokkenstoel met een helmdak. Het bouwsel is in 1971 gerestaureerd en draagt een klok die in 1787 is gegoten door L. Haverkamp.

De streek bestaat thans uit boerderijen, waarvan enkele monumentale uit de 19de eeuw, en woningen die naar de binnenweg of naar de verkeersweg, waar de vaart heeft gelegen, zijn gericht. Het vroegere zuidelijke dorpsgebied is grotendeels in gebruik als bedrijventerrein van Douwe Egberts.

Tekst: © NoordBoek - Peter Karstkarel • Foto: © FrieslandWonderland