Alles over Twijzelerheide
FrieslandWonderland Fries Nederlands

Alles over Twijzelerheide

Historie van Twijzelerheide

Twijzelerheide is een jong heidedorp dat in de 18de en 19de eeuw geleidelijk is ontstaan op de afgegraven hoge veengronden op de noordwestelijke gedeelten van de dorpen Koten en Twijzel die tot De Swadde reiken. Dichter bij deze oude agrarische dorpen was de afgeveende grond in cultuur gebracht met akkers tussen boomwallen; verder naar het oosten toe was het heide die op kleinschalige wijze in cultuur werd gebracht. Aan het einde van de 18de eeuw was nog nauwelijks sprake van bewoning. Daarna kwam er verspreide bebouwing aan zandpaden, die over de gemeentegrenzen van Kollumerland en Dantumadeel doorliep. Bebouwing is een groot woord, de onderkomens van de heidebewoners waren spitkeetjes van plaggen en riet.

Aan het oude Wildpad was vanouds al sprake van agrarische bebouwing. Westelijk daarvan vond geleidelijk enige concentratie plaats aan de nieuw aangelegde Bjirkewei, die zich ontwikkelde tot hoofdstraat. Daar werd nog voor de bouw van de eerste kerk, ten oosten van de bebouwing, in 1870 de begraafplaats aangelegd. In 1954 is er een klokkenstoel met zadeldak op geplaatst, de noordelijkste van Friesland. Het klokje wordt de ‘heidebingel’ genoemd.

De eerste gereformeerde kerk kwam in 1911 met pastorie aan de Bjirkewei. De vriendelijke zaalkerk staat iets teruggerooid met een op kolommen rustend portaal en op de voorgevel een houten dakruiter. Aan deze weg kwamen in 1910 de eerste volkswoningen van de woningstichting. De hervormde kerk is in 1878 aan een zijstraat, de Tsjerkebuorren tot stand gekomen.

Het dorp is uitgegroeid tot een flinke nederzetting van arbeiders- en kleine burgerwoningen. Na de oorlog zijn uitbreidingswijken in het noorden tot De Swadde en in het zuidoosten gekomen. Het heideverleden is nog wat te proeven aan de zuidwestkant. Daar staan aan Hillebrandsreed, Raepdraaiersreed, Fokke Zwaagmansbuorren en omgeving de vrijstaande arbeiderswoningen op ruime kampjes land die de woningstichting omstreeks 1920 en de jaren voor de oorlog liet bouwen ter vervanging van de keten. Ze worden nu als kleine villa’s met parktuinen bewoond.

Tekst: © NoordBoek - Peter Karstkarel • Foto: © Hendrik van Kampen