Alles over Tzummarum
FrieslandWonderland Fries Nederlands

Alles over Tzummarum

Tzummarum

Tzummarum werd gebouwd op een kwelderwal tussen Sexbierum en Minnertsga. Op deze kwelderwal werden terpen opgeworpen om de dorpen te beschermen tegen het water. Het water was ook een bron van inkomsten: het monument ‘de Waadfisker’ (de Wadvisser) in het buurtschap Koehool herinnert hieraan. Via de Fiskersfeart was er een verbinding naar Tzummarum. De haringvisserij verdween na de afsluiting van de Zuiderzee. Landbouw was en is nog steeds een belangrijke inkomstenbron van het dorp. Vooral de akkerbouw profiteert optimaal van de vruchtbare zavelgrond.

De Sint-Martinuskerk is een markant herkenningspunt in het dorp. In 1876 werd het schip van de middeleeuwse kerk herbouwd in een neogotische stijl. Alleen de zestiende eeuwse toren bleef staan. Opvallend is de aangebouwde consistoriekamer.
Aan de Buorren 70 staat het ‘Vicaris-huis’, het oudste huis van het dorp. In dit huis woonde de vicaris, een plaatsvervanger van een pastoor. Onder dit huis is een gewelfde kelder en in de westelijke muur zijn nog kloostermoppen terug te vinden.
Bijzonder is het fraai gerestaureerde voormalige stationsgebouw. Dit gebouw werd in 1902 door de Noord-Friesche Locaalspoorweg-Maatschappij gebouwd. Tot 1936 stopten er treinen die personen vervoerden richting Harlingen of Stiens. In 1958 kwam er een weduwe wonen met 12 kinderen. Zij bleef in het voormalige stationsgebouw wonen tot ze naar een verpleeghuis moest. Daardoor werd het station gered van de slopershamer en is het later opgeknapt. In de naast het station gelegen retirade vindt u informatie over het station en de spoorlijn.

© Doarpswurk

Historie van Tzummarum

Het terpdorp Tzummarum hoort bij de agrarische dorpen van de ‘Bouhoeke’ van het oude Barradeel. De Waddenzee bood vroeger ook vissers een (meestal schraal) inkomen: de buurschap Koehool aan de zeedijk is er een spoor van. De Tzummarumer Fiskersfeart ligt als verbinding tussen het dorp en Koehool. Tzummarum ligt op een hoge kwelderwal, een profiel dat op de brede Buorren duidelijk is te merken. Daar heeft het dorp een echt compact centrum met vrij eenvoudige, voornamelijk 19de-eeuwse bebouwing en op nummer 70 een huis van hoge ouderdom.

Aan de noordzijde van de Buorren staat op een ruim kerkhof de merkwaardige kerk. De bouwvallige kerk mocht in 1877 alleen vervangen worden als dit gebeurde in de stijl van de oude. Het resultaat is een vreemde namaak gotiek. Het curiosum valt op omdat de met fijne nissen en traceringen versierde forse toren uit de laat-gotische tijd er nog wel staat. Het ruime en hooggelegen kerkhof is van de Buorren afgegrensd door een ijzeren hek in neogotische vormen. Even verderop staat het uit de 19de eeuw stammende café Het Wapen van Barradeel in een merkwaardige mengstijl. Oostelijker staat een fraaie kleine villa in neorenaissance-stijl. Weer oostelijker staat een flinke boerderij met voorhuis in de vernieuwingsstijl. Nog oostelijker, een kilometer buiten het dorp, heeft het nonnenklooster Bethanië gestaan; het rusthuis Nij Bethanië is hiernaar vernoemd. Aan de westzijde van het dorp staan de betrekkelijk gaaf bewaard gebleven gebouwen van de gasfabriek.

Tussen de nieuwbouw van het dorp aan de noordoostelijke rand is een opmerkelijk monumentaal gebouw verdwaald geraakt. Daar staat aan de Stasjonswei in oorspronkelijke staat het voormalige station van de Noord Friesche Lokaal Spoorweg-Maatschappij met grotendeels nog de originele inrichting tot de loketten toe. Het bouwwerk is in vernieuwingsstijl gebouwd. Op het zadeldak liggen grijze, gesmoorde, Friese gegolfde pannen met een ruitmotief van rode pannen. Het station is nadat het zijn functie had verloren bewoond gebleven en de bewoners hebben zo sanering voorkomen.

Tekst: © NoordBoek - Peter Karstkarel • Foto: © Jan Dijkstra