Alles over West-Terschelling
FrieslandWonderland Fries Nederlands

Alles over West-Terschelling

Historie van West-Terschelling

West-Terschelling is een komdorp dat in de 13de eeuw is ontstaan op de plek waar later de vuurtoren Brandaris werd gebouwd. Het is sinds lange tijd het hoofddorp van het eiland, al hadden de vroegst bekende machthebbers, de Popma’s, hun stins helemaal aan de andere zijde van het eiland gebouwd.

Het dorp ontwikkelde zich voorspoedig door visserij, scheepvaart en loodswezen, mogelijk dankzij de gunstige ligging aan een natuurlijke baai en het economisch sterke achterland. Terschelling kwam dan ook onder Hollandse invloed te staan. In 1666 is het welvarende dorp door de Engelsen platgebrand. De wederopbouw volgde in de jaren 1666/’73. Er werd tussen het Seinpaalduin en de baai een dichtbebouwde dorpskom aan een fijn net van straten en stegen gevormd. Deze ovale dorpskom is tot en met de 19de en vroege 20ste eeuw volgebouwd. Aan de Burgemeester Eschauzierstraat is in 1909 en 1915 een maatschappelijk belangrijk en architectonisch schilderachtig complex van enkele tientallen sociale woningen gebouwd.

Het hoogtepunt van West-Terschelling, de Brandaris, is zo precies in het brandpunt van het dorp terechtgekomen. Deze forse en hoge toren heeft de brand doorstaan. De eerste vuurbaak is al in 1323 op Terschelling gebouwd. In 1593/’94 is de grote toren in opdracht van de Staten van Holland gebouwd. Volksetymologie heeft de toren waarschijnlijk zijn naam bezorgd. Er is geen bewijs dat de legendarische Ierse reizende monnik Sint- Brandaan er iets mee heeft te maken. De toren is in 1834/’35 ingrijpend verbouwd en ommetseld en heeft een lichthuis met koepel en draailicht gekregen. Achter de toren ligt een kleine begraafplaats met een aantal schippersgraven.

Tijdens de laatste wereldoorlog heeft de Duitse bezetter op het Seinpaalduin reeksen bunkers gebouwd, de Marineflankbatterie Terschelling- West. Ze zijn deels gesloopt, deels ondergestoven en voor een deel spoedig na de oorlog verbouwd tot vakantiewoningen. Na deze oorlog is het dorp in noordelijke en noordoostelijke richting uitgebreid. Het gemeentebestuur van Terschelling was in het dichte weefsel van het dorp lang bedroevend gehuisvest. Nadat er voor de oorlog al plannen voor een nieuw gemeentehuis waren gemaakt, kon het in 1954 door architect G.A. Heldoorn uit Leeuwarden aan de oostflank van het dorp ontworpen gebouw pas worden gerealiseerd. Een gemeentehuis op een mooie plek in een dennenbosje aan de oostflank van het dorp. Er werd gebruik gemaakt van het geaccidenteerde terrein door een winkelhaakvormige split-level structuur te ontwerpen, die in de op de ambachtelijke bouwtraditie gestoelde stijl van de Delftse School vorm kreeg. Binnen afzienbare tijd zal in de nabijheid een nieuw gemeentehuis worden gebouwd.

De wederopbouw in de tweede helft van de 17de eeuw heeft een reeks typisch eilander woningen opgeleverd. Daarvan is een aantal gaaf de eeuwen doorgekomen. Ze worden met hun sierlijke trap- of topgevels voorzien van rode accenten in het gele muurwerk, vlechtingen, friezen en metselmozaïek rond de vensters gewoonlijk commandeurswoningen genoemd. Soms hebben deze en andere woningen voor de eilanden en iets minder voor de kuststreek van het vaste land kenmerkende natuurstenen stoeppalen uit het einde van de 16de en het begin van de 17de eeuw. Met rolwerk en Vlaamse wortels bezitten ze de rijpe renaissance vormgeving die de beeldhouwateliers van de vaste wal beheersten. Ook deze stoeppalen hebben de brand overleefd.

De hervormde kerk in de Westerbuurstraat is een eenvoudige zaalkerk met een rechte koorsluiting en een dakruiter. Zij is in 1663 gebouwd en kwam goeddeels onbeschadigd uit de brand van een paar jaar later. Het gebouw is omstreeks 1900 gepleisterd en in de jaren dertig helemaal ommetseld. Ook de doopsgezinde kerk uit 1850 is een eenvoudige zaalkerk. Zij heeft twee gebrandschilderde ramen in vernieuwingsstijl. Nabij de haven heeft het toeristenbedrijf definitief andere activiteiten van scheepvaart en visserij verdrongen. Omstreeks 1875 is een havengebouw gesticht met neoclassicistische elementen en ook de schippersvereniging ‘Het Wakend Oog’ bouwde er in een mengstijl met neorenaissance aspecten een karakteristiek (voormalig) wachtlokaal. Het reddingsboothuis uit 1904 is in een levendige chaletstijl gebouwd nabij de opslag van de kleurige zeebakens.

Tekst: © NoordBoek - Peter Karstkarel • Foto: © Hendrik van Kampen