Alles over Wommels
FrieslandWonderland Fries Nederlands

Alles over Wommels

Wommels

Na de herindeling van 1984 werd het terpdorp Wommels aangewezen als hoofdplaats van de gemeente Littenseradiel. Van oudsher had het al een centrumfunctie met vooral handel in kaas.

Sporen van de rijke zuivelhistorie zijn in het hele dorp terug te vinden. Aan de Boalserterfeart werd in 1892 de eerste Coöperatieve zuivelfabriek gebouwd. Het grote pakhuis van deze fabriek is tegenwoordig een tandartsenpraktijk. In het centrum is langs dezelfde vaart Museum It Tsiispakhús (fries voor ‘het kaaspakhuis’) gevestigd. Dit museum werd in 2009/2010 geheel gerestaureerd. Op de benedenverdieping zijn wisselende exposities. Wie meer wil weten over de zuivelhistorie van de streek kan zich vermaken op de bovenverdieping van het museum.

De forse Jacobikerk staat op een grotendeels intacte terp. De originele kerk werd gebouwd in de 13e eeuw. Na een brand in de 15e eeuw werd de kerk herbouwd in een laat-gotische stijl. De toren werd in de 19e eeuw gebouwd. Het interieur is zeer de moeite waard,er hangen vijf rouwborden van de adellijke Friese families Sminia en Eysinga.

Elk jaar vindt in Wommels de Freulepartij plaats, dit is een kaatswedstrijd voor jongens van 14 tot 16 jaar. Freule de Vos van Steenwijk gaf in 1902 een flink bedrag voor het jongenskaatsen. Een jaar later werd de eerste Freulepartij georganiseerd. Dit evenement is een begrip in Fryslân en trekt jaarlijks duizenden bezoekers. Ter ere van Freule de Vos staat er een borstbeeld op de terp.

Wandelaars kunnen goed uit de voeten in Wommels. Er is een Swalkrûte met verschillende afstanden rondom het dorp. U kunt via de Aldedyk, een slingerende oude weg een rondje maken via de oude zeedijk de Slachtedyk. Ook kunt u dwars door de ‘greiden’ het oude terpengebied verkennen met langs verschillende boerderijen.

Ten oosten van Wommels ligt het weidevogelgebied Skrok. De plas Swyns is ontstaan na het afgraven van een woonterp. Het natuurgebied wordt beheerd door Natuurmonumenten en er is een fraaie vogelkijkhut aanwezig.

© Doarpswurk

Historie van Wommels

Wommels is in 1984 de hoofdplaats geworden van de gemeente Littenseradiel, gevormd uit Hennaarderadeel en Baarderadeel. Het is vanouds een zuiveldorp. Aan de noordzijde werd aan de Bolswardertrekvaart in 1892 de zuivelfabriek van de Nederlandsche Maatschappij van Kaas- en Roomboterfabrieken gesticht (die in 1934 al weer sloot) en een jaar later, in het zuiden aan dezelfde vaart, de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek Wommels die het veel langer volhield.

Wommels werd vooral een kaasdorp. Hier en daar zijn kaaspakhuizen te ontdekken en ook nog flink wat, onmiddellijk te herkennen huizen van kaashandelaren: ze hebben verhoogde zolders met halfronde vensters boven de gewone woonverdieping, de kaaszolders.

Middenin het dorp ligt een plectrumvormig, glooiend gazon, een prachtig door bomen omzoomde open ruimte met het portretbeeld van freule C.J. de Vos van Steenwijk door wier legaat jaarlijks de ‘Freulepartij’ voor jonge kaatsers in Wommels kan worden gehouden.

Aan de oostzijde heeft ooit Sminiastate gestaan, een eenvoudige adellijke woning met een prachtig park. In 1898 heeft burgemeester Hopperus Buma, van moederszijde afstammeling van de familie die daar woonde, er een gigantische villa in neorenaissancestijl laten bouwen. Toen hij spoedig in conflict kwam met de gemeenschap over de organisatie van de armenzorg nam hij ontslag en verhuisde naar Haarlem. Hij liet de villa steen voor steen afbreken en aan het Spaarne weer opbouwen. Op het gebied van de tuin van Sminia zijn woningen gebouwd, onder meer de in opvallende carrévorm gerealiseerde arbeiderswoningen in 1925. In de hoge hoek van het grasplein, richting kerk, staat de uit 1898 daterende Wilhelminaboom met een fraai smeedijzeren hek waarin vijf van ijzer gegoten portretmedaillons van hare majesteit zijn verwerkt.

Ten zuidwesten van de kerk staat het gemeentehuis, in 1840 al gesticht, vele malen verbouwd en in 1987 sterk uitgebreid. Achter het gemeentehuis ligt het ruime kaatsveld.

Woningbouw vond plaats om het centrale grasplein, nabij de kerkterp, iets oostelijker, aan beide zijden van de trekvaart en vooral in de late 19de en gedurende de 20ste eeuw langs de uitvalswegen. De naoorlogse ontwikkelingen van bouw van woningen en bedrijven heeft zich aanvankelijk voltrokken in de smalle strook tussen de trekvaart en de straat naar de Súdhoeke en de Slachtedyk waar een vriendelijk, traditionalistisch buurtje is ontstaan. Daarna zijn eerst vooral ten westen van de trekvaart en spoedig ook ten oosten van de doorgaande noord-zuid route, woonwijken ontwikkeld.

Nabij de brug over de trekvaart is bij een rafelig plein het ‘Tsiispakhûs’ te vinden, een museum met onder meer informatie over de vele terpen en terpvondsten uit de wijde omgeving, maar vooral met een heldere presentatie van de strijd tegen het water met als hoogtepunt de monumentale Slachtedyk.

De hervormde kerk staat op een ruim en betrekkelijk hoog kerkhof, begrensd door een hek met hagebeuk. Aan de noord- en zuidzijde staan wat esdoorns en op de zuidoosthoek een flinke treurwilg. De kerk is oorspronkelijk toegewijd aan Jacobus en is in de dertiende eeuw gebouwd van gemêleerd gele kloostermoppen. Zij heeft grote spitsboogvensters met geprofileerde bakstenen traceringen. In de zuidgevel levert het met de steunberen een regelmatig gevelritme op. In de noordgevel staan minder vensters en is het metrisch effect geringer. In het koor met een sluiting van vijf zijden van een regelmatige tienhoek zijn de vensters dichtgezet, maar daar zit wel een toegangspartij in een fraaie tudornis. De kerk is in de 16de eeuw verbouwd. De forse toren dateert uit de 19de eeuw. Hij heeft drie geledingen met rondboognissen, een geblokte kroonlijst en een ingesnoerde, achtzijdige spits. Het stemmige interieur heeft ongeverfde trekbalken op fraaie sleutelstukken en veel eiken meubilair van kansel, doophek en banken. Er staat een herenbank uit 1625, het andere meubilair is jonger. Het orgel is neutraal grijs geschilderd en in het koor ertegenover hangen rouwborden van de bewoners, uit de families Sminia en Eysinga, van Sminiastate.

Tekst: © NoordBoek - Peter Karstkarel • Foto: © Marica van der Meer