FrieslandWonderland Fries Nederlands Nieuw: Tip de redactie over interessante sites van en over de Friese dorpen en steden!

Klaas Kunst

(Dit verhaal maakt deel uit van de Canon van Achlum).

Klaas Kunst

In Ieslumbuorren, een buurtschap tussen Franeker en Achlum, woonde een boer, Klaas Gerritsen Wiersma of Wieringa, die over bovenaardse machten leek te beschikken en daarom bekend stond als Klaas Kunst. Hij leefde eind 17e eeuw, begin 18e eeuw.

Door zelfstudie in de wis- natuur- en sterrenkunde wist hij veel over de natuur en de wereld. De mensen waren bang voor hem, ze dachten dat hij kon toveren en een verbond met de duivel had. Velen durfden niet bij hem thuis te komen. ‘Hy wielde de wrâld om ’e sinne,’ zei men over hem: hij liet de aarde om de zon draaien en in die tijd was dat nog een gevaarlijke theorie. De sterrenkundigen Arjen Roelofs uit Hijum en Eise Eisenga uit Franeker, die wél beroemd waren, die telescopen bouwden, leefden een eeuw na hem. Klaas Kunst maakte geen telescopen maar knutselde voor zichzelf. Toch hadden professoren van de universiteit van Franeker, de hoogleraren Herman Venema, Willem Loré en Nicolaas Ypey hoge achting voor Klaas.

De studenten wilden het hunne er echter wel van weten, en kwamen op een avond op bezoek. Ze waren van harte welkom. De gesprekken die avond gingen over van alles maar niet over de bovennatuurlijke gaven van Klaas, daar durfden ze niet over te beginnen, bang als ze waren gefopt te worden. Er gebeurde dan ook niets bijzonders, behalve dan misschien in de koeienstal, waar ze heengingen om Klaas zijn vee te bekijken. Nu ligt in een Friese koestal het looppad achter de koeien, zodat je goed op moet letten of je niet een kwak stront tegen je aankrijgt. Maar nu leek het wel of Klaas de koeien een geheime opdracht had gegeven: ze scheten allemaal tegelijk en de studenten kwamen er alles behalve schoon weer vandaan.

Toen ze laat in de avond weer naar Franeker gingen, hadden ze geen een toverkunst gezien. Vanaf Ieslumbuorren naar Franeker is het vijf kilometer lopen over de Slachte dus ze hoopten zeker binnen anderhalf uur weer thuis te zijn maar dat ging fout! Na veel langer dan twee uren lopen waren ze in Harlingen terechtgekomen! Ze keerden zich snel om en liepen nu naar Franeker maar ook nu duurde het erg lang voordat ze weer een stad in het vizier kregen. Dat was Bolsward! Ontmoedigd liepen ze terug met de hoop de goede weg naar Franeker te vinden. Maar wat ontdekten ze toen het daglicht aanbrak? Dat ze nog op het erf van Klaas Kunst in Ieslumbuorren stonden. Ze waren er de hele nacht niet vandaan geweest! De boer kwam over de staldeur kijken en riep lachend: ‘Nu hebben de heren toch ook iets van Klaasboer zijn toverkunsten gezien, of niet? Ga nu maar naar Franeker.’ En hij sloeg de deur dicht. Toen liepen de studenten zonder problemen terug naar de academiestad.

Klaas was wel lid van de Hervormde Kerk, maar de kerk was niet zo blij met hem vanwege zijn theorieën, kunsten en hobbys. Hij werd aangeklaagd bij de kerkenraad omdat men vond dat zo iemand niet in de kerk thuishoorde. Een dominee met een ouderling kwam bij hem thuis om te vertellen dat hij dingen deed die veel van duivelskunsten hadden.

‘Ja dominee,’ zei Klaas, ‘dat zijn dingen waar onnozele mensen vreemd tegenaan kijken, maar voor iemand die begrijpt hoe het zit, zijn ze doodeenvoudig. Ik zal u wat laten zien.’ Nu had Klaas in zijn woonkamer een haard met een schoorsteen en aan beide weerskanten van die haard stonden ingebouwde pilasters met erbovenop een leeuwen- of duivelskop. Klaas nam zijn olielamp en hield de vlam voor de bek van een van die stenen koppen. De vlam werd uitgeblazen! Direct hield Klaas de lamp voor de andere bek en die blies hem weer aan! De ogen vielen de beide gasten bijna uit de kassen. Maar Klaas legde het uit: ‘In die eerste bek had ik nat buskruit gelegd: toen dit ontbrandde ging de lamp uit; in de andere lag droog kruit, dat bij de aanraking met de gloeiende katoenwiek deze weer aanstak. Zijn dat nou duivelskunsten, dominee?’

Hoewel hij al 1741 stierf, bleven de verhalen rond hem bestaan en werden er ook veel bijverzonnen. Hij moet een goede boer geweest zijn en hij wordt genoemd in de kerkboeken van Achlum als huurder van kerkeland van de hervormde kerk.

Klaas is begraven in de kerk van Achlum. Op zijn grafsteen staat: ‘Anno 1741 den 11 april is in de Here gerust de eersame Klaes Gerrits Wieringa in leven huisman tot Achlum. Oud 68 jaar en leidt alhier begraven.’ De grafzerk is niet meer zichtbaar.

Waar Klaas precies gewoond heeft op Ieslumbuorren is niet helemaal duidelijk. Misschien is dat maar goed ook, want het verhaal gaat dat als men om het huis van Klaas een staketsel met latten met roodgeverfde koppen zet, de boerderij in vlammen op zal gaan. . Literatuur: Uit Frieslands volksleven van vroeger en later (verkleinde herdruk van de originele uitgaven van 1895-1896 (blz 78-83) Geschiedenis van Achlum, K van der Pol (blz71-72 (internet pagina) Frysk Sêgeboek, S.J. van der Molen (s.21)

Tekst: © • Foto: © roelie anema