FrieslandBlog

Onderstaande vensters komen van FrieslandBlog. Wilt u ook schijven over Friesland, meld u dan aan via het contactformulier.

Het dorp Eastermar ligt ten noorden van Drachten in een prachtig gebied te midden van twee, voor het gebied bijzondere waterpartijen, het Bergumermeer en De Leien. Deze relatief kleine en ondiepe meren zijn grotendeels ontstaan door veenafgravingen en afkalving. Het gebied draagt met trots het predicaat “Nationaal Landschap De Noardlike Fryske Wâlden” (De Noordelijke Friese Wouden).

Toch zal een bezoeker die van de meren heeft genoten zich wellicht afvragen, waar zijn de wouden gebleven? Inderdaad, wouden in de zin van uitgestrekte bossen vind je er niet. In de plaats daarvan vind je een eeuwenoud coulisselandschap. Dit wordt gevormd door talloze boom- en houtwallen die kleinschalige boerenpercelen van elkaar scheiden. Hier en daar kijk je dwars door een aantal van deze boom- en houtwallen heen, de dieptewerking is subliem. Tussen deze coulissen zie je telkens weer een andere voorstelling. Akkerland, graanvelden, weilanden met koeien, paarden, schapen, of misschien wel het mooist, een wisselend kleurenpalet van veldbloemen. De analogie met coulissen en voorstellingen in een theater kan bijna niet treffender.

De boom- en houtwallen worden met regelmaat teruggesnoeid en groeien in enkele jaren daarna weer terug. Aan de oudste exemplaren zie je dit onderhoud terug in decenniaoude grillige stronken en stobben. Ruilverkaveling is aan het gebied voorbijgegaan en dat is maar goed ook. De hout- en boomwallen zijn onaangetast en volgen de oorspronkelijke zandpaden die dorpen als Eastermar, Sumar, Harkema en Drogeham aan elkaar verbonden en nog steeds verbinden. De gemeente heeft zich erbij neergelegd en doet het onderhoud met zorg, verharding is uitgesloten. 

Het enige dat in het historische beeld ontbreekt zijn de karresporen die er ooit in grote hoeveelheden moeten hebben gelegen. Ook verdwenen zijn de talloze plaggenhutten die er moeten hebben gestaan. Het is moeilijk voor te stellen maar tot voor slechts honderd jaar geleden werden plaggenhutten in het gebied gebouwd om in te wonen, ook met grote gezinnen. De bijzondere  geschiedenis van de plaggenhut wordt verteld in Themapark de Spitkeet in Harkema, een aanrader.

Ik heb er een middag doorgebracht en kom snel terug want "Theater" Nationaal landschap de Noardlike Fryske Wâlden is 7 dagen per week open en de entree is ook nog eens helemaal gratis!

In Gaasterland heb je aan de IJsselmeerkust een aantal plekken waar je een optimaal uitzicht hebt over het IJsselmeer. Ik denk aan het Mirnserklif bij Mirns, het Oudemirdumerklif bij Oudemirdum en het meest beroemde, het Reaklif bij Warns. Hier vochten de Friezen een legendarische strijd tegen de Hollanders in 1345.

Je vraagt je af waarom je juist hier het mooiste uitzicht hebt over het IJsselmeer. Volgens mij komt dat doordat je bij helder weer nog net de overkant kunt zien. Je ziet de kerktoren van Enkhuizen duidelijk aan de horizon temidden vaag trillende silhouetten van windturbines, bomen en bebouwing. Daarnaast heb je als je naar links kijkt uitzicht op windturbines die de dijk van de Noordoostpolder en Flevopolder aangeven, helemaal tot aan de Maximacentrale bij Lelystad. Aan de rechterkant zie je de windturbines die het einde van de Afsluitdijk markeren, de Afsluitdijk begint wat mij betreft in Friesland maar wellicht zag de geestelijk vader Cornelis Lely dat anders.

Dit panorama heb je vooral omdat het klif je net voldoende meters boven het waterpeil van het IJsselmeer uittilt. Hierdoor kun je over de kromming van de aarde en dus het IJsselmeer heen kijken.

Als je de tijd neemt ga je bijna automatisch mijmeren over wat er allemaal nog meer achter de horizon schuil gaat en achter de toren van Enkhuizen. En juist op dat moment raak je in gesprek met een toevallige voorbijganger. Hij vertelt dat tijdens de tweede wereldoorlog V2’s werden gelanceerd vanuit de bossen van Rijs, bestemming Londen. Deze bossen bevinden zich in Mirns recht achter je.  Veel V2's zouden dienst hebben geweigerd en in het IJsselmeer zijn geplonst.

Ik heb het nagezocht op de kaart. Ze moeten rechts van de Enkhuizer toren zijn gevlogen onderweg naar de Britse hoofdstad. Mijn bezoekjes aan het IJsselmeerpanorama krijgen vanaf nu een extra dimensie.


Uit de dorpscanons

Onderstaande vensters komen uit diverse historische canons die ontwikkeld worden op www.dorpscanon.nl

Taede Ruurds Abma is op 30 juni 1826 in Folsgare aan de ‘leane’ geboren en wordt aangegeven op 1 juli 1826 door zijn vader Ruurd Freerk Abma met de getuigen Fedde Oeges Breeuwsma en Hendrik Uiltjes Hoekstra, beiden boer en buren van de ouders Ruurd Freeks Abma en Hiltje Klazes Wiersma.

Ruurd Freeks Abma oud zeven en veertig jaren boer wonende te Folsgare welke ons een kind van het mannelijke geslacht heeft voorgesteld, den dertigsten der maand Juny dezes jaars des avonds ten zes uren uit hem declarant en Hiltje Klazes Wiersma zijne Huisvrouw te Folsgare geboren, en aan het welk hij verklaard heeft de voornaam te geven van Tade.

Taede is het tiende kind van Ruurd Freerks en Hiltje Klazes en voor een naam moeten ze wat verder terug in de tijd. Hij wordt vernoemd naar zijn overgrootvader Tade.

Zijn beppe Baukje Taedes is in 1811 overleden. In de nalatenschap van Meinte Ruurds Abma staat een notitie waarin vermeld staat dat Baukje Taedes is geboren op 6 mei 1744. Uit het doopboek van de Hervormde gemeente Oudega, Idzega en Sandfirden blijkt dat haar ouders Tade Murks en Geertje Goverts zijn.  

Taede Ruurds wordt in de geboorte akte door zijn vader aangeven met de naam Tade precies zo als Baukje haar vaders naam geschreven wordt bij haar inschrijving in het doop register van Sandfirden.

Taede blijft de jongste van het gezin en is bijna zeven jaar oud als zijn vader Ruurd Freerks Abma, 54 jaar oud, op 16 maart 1833 overlijdt.

Aangevers zijn Taeke Jans Westendorp, oud zeven en dertig jaren, boer op Suderburen, en Wiebren Lolkes van Wieren, oud dertig jaren, boer op Strûpenkeal, beiden buren van de overledene.

Taede is boerenzoon en groeit net buiten het dorp op aan de ’leane’. Er is nog geen school en hij  krijgt les van zijn moeder en oudere broers en zusters. Het boerenwerk is een onderdeel van zijn opvoeding en als jongste zoon zal hij later als boer op de ouderlijke boerderij komen.      

Taede Ruurds is al op 18-jarige leeftijd gekozen tot kerkvoogd. Het maakt niet uit of je Teerde of Taede schrijft hij hoort nu wel bij de mensen die iets in de melk te brokkelen hebben.

Op deze plek zijn in 1933 Albert en zijn vrouw Foukje Brink een bakkerij annex winkel begonnen. Op huisnr. 11 staat inmiddels een andere woning. “Altijd die heerlijke geur, vooral als er suikerbrood werd gebakken", herinnert een buurvrouw zich. Doordeweeks werden de bestellingen voor `bûtenùt` aan huis gebracht door zoon Hyltje. De inwoners in het `doarp` moesten het brood zelf halen, maar kregen dan wel als beloning een stuk `koarstekoeke` mee. Dit was een soort kruidkoek, waar de bakker de kanten van afsneed om weg te geven aan de klanten. Het werd daarom ook wel `kantkoek` genoemd.

De winkel en bakkerij waren het kloppend hart van het dorp. Albert en Foukje waren echte dorpsmensen en stonden altijd klaar voor de mensen van het dorp. Zo heeft Albert Brink zich ook vele jaren ingezet als voorzitter van Plaatselijk Belang. De bakkerij was ook een soort `doarpsromte`: met sinterklaas kon men sjoelen en ballengooien in de bakkerij. Deze traditie wordt nog steeds voortgezet, alleen is de plek veranderd.

Bakker Brink kreeg als eerste een telefoon. Als je wilde bellen kon je daar terecht, of de bakker kwam bij je langs als er een bericht voor je was. Je wist toen niet beter, zo was je opgegroeid en het werkte prima. Het huis bestond uit behalve de bakkerij, een woonkamer, een woonkeuken, een slaapkamer en een winkel. De kinderen sliepen boven op zolder.

De oven van de bakkerij werd in de beginperiode verwarmd door het verbranden van takken en turf. Later werd de oven verwarmd door middel van een oliebrander. De olie daarvoor werd opgeslagen in olievaten achter de bakkerij. In de oorlogsjaren was de bakkerij verduisterd en leerden onderduikers de dorpsbewoners schaken.

 

Het kerkje dateert uit 1770 en staat op de plek van een vorige kerk uit de Middeleeuwse tijd. Het eenvoudige kerkje is relatief jong (ongeveer 250 jaar) vergeleken met veel andere hervormde kerken in Fryslân. De kerk van Goingarijp valt onder de Stichting Alde Fryske Tsjerken. Waarom in 1770 het oudere kerkgebouw werd vervangen, is niet bekend. Op een tekening, gemaakt in 1723 door Stellingwerf, ziet het kerkje er niet bouwvallig uit. De Hervormde Gemeente van Goingarijp vormde samen met het drie kilometer verderop gelegen dorp Broek een gecombineerde kerkelijke gemeente. De dorpen deelden de predikant. 

Tot in de twintigste eeuw werd de dominee van het ene dorp naar het andere dorp geroeid. Dat was een hele opgave, zowel voor de roeiers als voor de dominee zelf, vooral als het slecht weer was. Boven de ingang aan de zuidzijde van de kerk is een steen ingemetseld waarop te lezen staat: `De eerste steen deser Nieuwe kerke was gelegd door Frans Julius Johan van Eisinga aet 18 Kleinzoon van de heer Grietman Vegelin van Claerbergen`. De kerk heeft zes gebrandschilderde ramen, gemaakt door Ype Staak, een 18e eeuwse glazenier uit Sneek.

Dat deze ramen in goede staat bewaard zijn gebleven, zegt vermoedelijk iets over de moeilijke bereikbaarheid van Goingarijp in de 18e eeuw. Aan de westzijde staat de markante klokkenstoel. Daarin hangt de Salvatorklok die in 1527 is gegoten door Gerhardus van Wou uit Kampen, een van de bekendste klokkengieters uit de late middeleeuwen. Met een gewicht van 1135 kg is het de zwaarste klok in een klokkenstoel in Friesland. Het luiden van de klok was van belang voor de arbeiders als sein om op te staan en naar het land te gaan of om te gaan eten. Maar ook bij hoog water werd de klok ter waarschuwing gebruikt.

Vroeger was het luiden de taak van de schoolmeester, die er in 1834 nog 20 gulden per jaar mee verdiende. Momenteel wordt het uurwerk twee keer per dag opgewonden door vrijwilligers. Vandaag de dag wordt de klok nog geluid ter aankondiging van de kerkdiensten, bruiloften en begrafenissen. Elke oudejaarsdag komen dorpsbewoners bij elkaar rondom de klokkenstoel om beurtelings hangend aan het touw het oude jaar uit te luiden. Als je op het juiste tijdstip rond de kerk wandelt, is de klok op de hele en halve uren te horen met zijn mooie vérdragende klank.

 

 


Uit het dorpsarchief van Easterein

Onderstaande vensters komen uit het in opbouw zijnde dorpsarchief van Easterein. Kijk op https://easterein.argyf.nl voor een indruk van dit dorpsarchief.

De oprichting van de grasdrogerij 

Wij lezen in de aantekeningen van de kerkvoogdij bijeenkomst van 13 november 1946 het volgende: ' Een verzoek van de Vereeniging tot oprichting van een grasdrogerij om aankoop van een terrein uit het eigendom der pastorie.

En dat werd ingewilligd en in 1947 is de oprichting een feit.

Eerste bestuur

Het eerste bestuur van de Coöperatieve Groenvoerdrogerij OOSTEREND G.A. bestond uit: P. Kooistra, Kûbaerd, W.H. de Jong Easterein, KL Hofman Lytsewierrum, S. Reitsma Wommels en H.S. Couperus Hartwerd.

Beheerders waren:

Folkert T. Vellinga (1906-1984 ), uit 1946-1951 en Jan Jelsma (* 1917) uit 1952-1968.

Het functioneren

Hier volgt een korte beschrijving van Tjalling Tjalsma (* 1928 ), één van de werknemers, over het functioneren van de drogerij:

' Er werd eerst begonnen met één droger, een Engels fabrikaat. Al snel kwam er een tweede bij en in 1950 een derde.

We werkten eerst met één voorman, één man voor het terrein, drie man die zorgden dat het gras na de droger geleid werden en twee man die in het pershok bezig waren.

Daar stond later ook de biks machine. Na twee jaar verviel de functie van de terrein man.

Drie ploegen.

Wij werkten in drie ploegen. De werktijden waren als volgt geregeld: De eerste ploeg werkte op maandagmorgen van één uur tot twaalf uur. Dan kwam de tweede ploeg, die van twaalf tot acht uur 's avonds werkte en daarna de derde van 's avonds acht tot vier uur 's ochtends.

De ochtendploeg werkte 51 uur, de middagploeg 50 uur en de nachtploeg 40 uur.

Er werd een wisselsysteem toegepast. In die tijd was een 48-urige werkweek regel. Het gras werd met een trekker en oplader opgehaald.

Twee man waren bezet met het werk op de laadwagen en er waren twee tussenrijders.

Ze begonnen 's morgens om vijf uur en werkten tot er genoeg gras was voor tot de volgende ochtend.

In 1963 is de eerste (Engelse) droger afgeschaft en regelde voorraadbakken de toevoer.

Er was werk voor één man.

Later kwam er voor het ophalen van het gras een apparaat (' kid ') dat het gras op de wagen blies. De eerste jaren konden we niet eerlijk 1000 kg (nat) gras verwerken. Later werd dat gans beter. Na 1964 haalden we soms wel 1200 kg. per uur. Toen hebben we best gedraaid.

In 1968 is de drogerij gefuseerd met die van Mantgum en zijn we daar heen gegaan.

Eastereinders die hier hebben gewerkt zijn:

Klaas Sietsma (1921-1992), TjallingTjalsma (*1928), Merk van der Meulen (1920-1987), Jan Stapersma (1897-1974), Pieter Jetzes Wiersma (1901-1982), Pieter J. Hiemstra (*1916), Bouke de Koe (*1918), Haring de Koe (*1914),  Andries Smeding (1908-1979), Lieuwe Dijkstra (1898-1979), Pieter H. de Boer (*1935), Jan Jan Stapersma (*1918), Meinte Vollema (1900-1969), Ynte Dijkstra (*1931), Anne Ypma (*1930), Fokke Schonenburg (1912-1987), Siebren Feenstra (*1945), Wierd Hiemstra (*1920), Hielke Heeringa (*1928), Sake Hemstra (*1925), Hein Hoekstra (1902-1971), TjallingHoekstra (*1912), Jouke Feenstra (1908-1994), Ype de Jong (1890-1969), Germ Stilma (*1922),  Age Jansen (*1928), Pieter Y. Hiemstra (1889-1974), Andries Vollema (*1933), Hendrik Bos (*1926), Harm Miedema (*1922), 

Administraasje: Durk H. de Boer (1897-1954), Lipkje de Boer (*1934), Mintje de Boer (*1936), J. Jorritsma (*1912), W.K. de Jager (1902-1987).

Gebouwen naar BOS Meganisatie

De gebouwen zijn in 1969 gekocht door Bos mechanisatie B.V. De bungalow, gebouwd in 1970, werd het onderkomen van directeur Hendericus Lambertus Johannes (Henk) Bos (* 1944) en Cornelia Adriana Maria van Esch (* 1944) met haar drie kinderen.

Er hebben in de loop der tijd drie verbouwingen en uitbreidingen plaatsgevonden, in 1978, 1989 en 1995.

Momenteel beslaat het bedrijf 10.000 m 2, waarvan 2500 m 2 is bebouwd.

Aan de andere kant van de weg werd in 1986 het mechanisatiebedrijf van Koopmans (het ald - büterfabriek) aangekocht, dat gebruikt wordt voor opslag en showroom voor landbouwmachines.

Het bedrijf telt 13 werknemers waarvan twee in Lollum werken.

Tegenwoordig, we schrijven 1995, wonen Geert Dijkstra (* 1943) en Dieuwke Reinsma (* 1946) in de bungalow.