FrieslandBlog

Onderstaande vensters komen van FrieslandBlog. Wilt u ook schijven over Friesland, meld u dan aan via het contactformulier.

Het dorp Eastermar ligt ten noorden van Drachten in een prachtig gebied te midden van twee, voor het gebied bijzondere waterpartijen, het Bergumermeer en De Leien. Deze relatief kleine en ondiepe meren zijn grotendeels ontstaan door veenafgravingen en afkalving. Het gebied draagt met trots het predicaat “Nationaal Landschap De Noardlike Fryske Wâlden” (De Noordelijke Friese Wouden).

Toch zal een bezoeker die van de meren heeft genoten zich wellicht afvragen, waar zijn de wouden gebleven? Inderdaad, wouden in de zin van uitgestrekte bossen vind je er niet. In de plaats daarvan vind je een eeuwenoud coulisselandschap. Dit wordt gevormd door talloze boom- en houtwallen die kleinschalige boerenpercelen van elkaar scheiden. Hier en daar kijk je dwars door een aantal van deze boom- en houtwallen heen, de dieptewerking is subliem. Tussen deze coulissen zie je telkens weer een andere voorstelling. Akkerland, graanvelden, weilanden met koeien, paarden, schapen, of misschien wel het mooist, een wisselend kleurenpalet van veldbloemen. De analogie met coulissen en voorstellingen in een theater kan bijna niet treffender.

De boom- en houtwallen worden met regelmaat teruggesnoeid en groeien in enkele jaren daarna weer terug. Aan de oudste exemplaren zie je dit onderhoud terug in decenniaoude grillige stronken en stobben. Ruilverkaveling is aan het gebied voorbijgegaan en dat is maar goed ook. De hout- en boomwallen zijn onaangetast en volgen de oorspronkelijke zandpaden die dorpen als Eastermar, Sumar, Harkema en Drogeham aan elkaar verbonden en nog steeds verbinden. De gemeente heeft zich erbij neergelegd en doet het onderhoud met zorg, verharding is uitgesloten. 

Het enige dat in het historische beeld ontbreekt zijn de karresporen die er ooit in grote hoeveelheden moeten hebben gelegen. Ook verdwenen zijn de talloze plaggenhutten die er moeten hebben gestaan. Het is moeilijk voor te stellen maar tot voor slechts honderd jaar geleden werden plaggenhutten in het gebied gebouwd om in te wonen, ook met grote gezinnen. De bijzondere  geschiedenis van de plaggenhut wordt verteld in Themapark de Spitkeet in Harkema, een aanrader.

Ik heb er een middag doorgebracht en kom snel terug want "Theater" Nationaal landschap de Noardlike Fryske Wâlden is 7 dagen per week open en de entree is ook nog eens helemaal gratis!

In Gaasterland heb je aan de IJsselmeerkust een aantal plekken waar je een optimaal uitzicht hebt over het IJsselmeer. Ik denk aan het Mirnserklif bij Mirns, het Oudemirdumerklif bij Oudemirdum en het meest beroemde, het Reaklif bij Warns. Hier vochten de Friezen een legendarische strijd tegen de Hollanders in 1345.

Je vraagt je af waarom je juist hier het mooiste uitzicht hebt over het IJsselmeer. Volgens mij komt dat doordat je bij helder weer nog net de overkant kunt zien. Je ziet de kerktoren van Enkhuizen duidelijk aan de horizon temidden vaag trillende silhouetten van windturbines, bomen en bebouwing. Daarnaast heb je als je naar links kijkt uitzicht op windturbines die de dijk van de Noordoostpolder en Flevopolder aangeven, helemaal tot aan de Maximacentrale bij Lelystad. Aan de rechterkant zie je de windturbines die het einde van de Afsluitdijk markeren, de Afsluitdijk begint wat mij betreft in Friesland maar wellicht zag de geestelijk vader Cornelis Lely dat anders.

Dit panorama heb je vooral omdat het klif je net voldoende meters boven het waterpeil van het IJsselmeer uittilt. Hierdoor kun je over de kromming van de aarde en dus het IJsselmeer heen kijken.

Als je de tijd neemt ga je bijna automatisch mijmeren over wat er allemaal nog meer achter de horizon schuil gaat en achter de toren van Enkhuizen. En juist op dat moment raak je in gesprek met een toevallige voorbijganger. Hij vertelt dat tijdens de tweede wereldoorlog V2’s werden gelanceerd vanuit de bossen van Rijs, bestemming Londen. Deze bossen bevinden zich in Mirns recht achter je.  Veel V2's zouden dienst hebben geweigerd en in het IJsselmeer zijn geplonst.

Ik heb het nagezocht op de kaart. Ze moeten rechts van de Enkhuizer toren zijn gevlogen onderweg naar de Britse hoofdstad. Mijn bezoekjes aan het IJsselmeerpanorama krijgen vanaf nu een extra dimensie.


Uit de dorpscanons

Onderstaande vensters komen uit diverse historische canons die ontwikkeld worden op www.dorpscanon.nl

Op deze plek zijn in 1933 Albert en zijn vrouw Foukje Brink een bakkerij annex winkel begonnen. Op huisnr. 11 staat inmiddels een andere woning. “Altijd die heerlijke geur, vooral als er suikerbrood werd gebakken", herinnert een buurvrouw zich. Doordeweeks werden de bestellingen voor `bûtenùt` aan huis gebracht door zoon Hyltje. De inwoners in het `doarp` moesten het brood zelf halen, maar kregen dan wel als beloning een stuk `koarstekoeke` mee. Dit was een soort kruidkoek, waar de bakker de kanten van afsneed om weg te geven aan de klanten. Het werd daarom ook wel `kantkoek` genoemd.

De winkel en bakkerij waren het kloppend hart van het dorp. Albert en Foukje waren echte dorpsmensen en stonden altijd klaar voor de mensen van het dorp. Zo heeft Albert Brink zich ook vele jaren ingezet als voorzitter van Plaatselijk Belang. De bakkerij was ook een soort `doarpsromte`: met sinterklaas kon men sjoelen en ballengooien in de bakkerij. Deze traditie wordt nog steeds voortgezet, alleen is de plek veranderd.

Bakker Brink kreeg als eerste een telefoon. Als je wilde bellen kon je daar terecht, of de bakker kwam bij je langs als er een bericht voor je was. Je wist toen niet beter, zo was je opgegroeid en het werkte prima. Het huis bestond uit behalve de bakkerij, een woonkamer, een woonkeuken, een slaapkamer en een winkel. De kinderen sliepen boven op zolder.

De oven van de bakkerij werd in de beginperiode verwarmd door het verbranden van takken en turf. Later werd de oven verwarmd door middel van een oliebrander. De olie daarvoor werd opgeslagen in olievaten achter de bakkerij. In de oorlogsjaren was de bakkerij verduisterd en leerden onderduikers de dorpsbewoners schaken.

 

Taede Ruurds Abma is op 30 juni 1826 in Folsgare aan de ‘leane’ geboren en wordt aangegeven op 1 juli 1826 door zijn vader Ruurd Freerk Abma met de getuigen Fedde Oeges Breeuwsma en Hendrik Uiltjes Hoekstra, beiden boer en buren van de ouders Ruurd Freeks Abma en Hiltje Klazes Wiersma.

Ruurd Freeks Abma oud zeven en veertig jaren boer wonende te Folsgare welke ons een kind van het mannelijke geslacht heeft voorgesteld, den dertigsten der maand Juny dezes jaars des avonds ten zes uren uit hem declarant en Hiltje Klazes Wiersma zijne Huisvrouw te Folsgare geboren, en aan het welk hij verklaard heeft de voornaam te geven van Tade.

Taede is het tiende kind van Ruurd Freerks en Hiltje Klazes en voor een naam moeten ze wat verder terug in de tijd. Hij wordt vernoemd naar zijn overgrootvader Tade.

Zijn beppe Baukje Taedes is in 1811 overleden. In de nalatenschap van Meinte Ruurds Abma staat een notitie waarin vermeld staat dat Baukje Taedes is geboren op 6 mei 1744. Uit het doopboek van de Hervormde gemeente Oudega, Idzega en Sandfirden blijkt dat haar ouders Tade Murks en Geertje Goverts zijn.  

Taede Ruurds wordt in de geboorte akte door zijn vader aangeven met de naam Tade precies zo als Baukje haar vaders naam geschreven wordt bij haar inschrijving in het doop register van Sandfirden.

Taede blijft de jongste van het gezin en is bijna zeven jaar oud als zijn vader Ruurd Freerks Abma, 54 jaar oud, op 16 maart 1833 overlijdt.

Aangevers zijn Taeke Jans Westendorp, oud zeven en dertig jaren, boer op Suderburen, en Wiebren Lolkes van Wieren, oud dertig jaren, boer op Strûpenkeal, beiden buren van de overledene.

Taede is boerenzoon en groeit net buiten het dorp op aan de ’leane’. Er is nog geen school en hij  krijgt les van zijn moeder en oudere broers en zusters. Het boerenwerk is een onderdeel van zijn opvoeding en als jongste zoon zal hij later als boer op de ouderlijke boerderij komen.      

Taede Ruurds is al op 18-jarige leeftijd gekozen tot kerkvoogd. Het maakt niet uit of je Teerde of Taede schrijft hij hoort nu wel bij de mensen die iets in de melk te brokkelen hebben.


Uit het dorpsarchief van Easterein

Onderstaande vensters komen uit het in opbouw zijnde dorpsarchief van Easterein. Kijk op https://easterein.argyf.nl voor een indruk van dit dorpsarchief.

De oprichting van de melkfabriek

In de aantekeningen van de kerkvoogdij bijenkomst van 23 december 1896 staat: ' Schrijven van aanvraag der voorlopige cie de heren A.R. Sybrandy (1855 - 1928 ), P.Y. van der Valk (1867-1926 ), Jelle Bouma, Y.J. Heeg (1868-1952) en P.K. Vellinga (1863-1930) om grond tot bouwing eener op te richten Coöp. Stoomzuivelfabriek en geldelijke steun der kerkvoogdij.

De Kerkvoogden stellen voor om grond af te staan aan de Seberievaart thans in gebruik bij P.A. van der Valk tegen een jaarlijkse grondpacht van f 50 per 36 3/4 are.

Toegestaan met deze voorwaarde om van zondagmorgen 8 uur tot middags 4 uur niet te mogen werken in en op de fabriek.

Het eerste bestuur

Het eerste bestuur en raad van commissarissen bestonden uit: Directeur F.W. Anema (1879-1942 ). Bestuur: A.R. Sybrandy (1855-1928 ), Y.J. Heeg (1868-1952) en M.Y. Sjaarda (1864-1929 ) en D. de Gavere (1867-1923)

De commisarissen waren: K.J. van Gosliga (1864-1921 ), H.R. Jonkman (1871-1941) en S.J. Timmenga (1849-1936 ).

Besloten werd dat na tien jaar het bestuur het recht had de grondpacht af te kopen.

Er is zelfs even sprake van geweest dat de kerkvoogden mede-oprichters zouden worden, maar dat ging niet door.

De directeuren

De directeuren die leiding aan het bedrijf gaven waren:

Van 1897 tot 1908: Arjen Rienks (1874-1950) getrouwd met Antje Sinnema (1872-1905 ), later met Simkje Bottema (1874-1957 ); komende van Haren en vertrokken naar Langweer;

Van 1908 tot 1941: Fokke Wiggeles Anema (1879-1942 ), getrouwd met Trijntje Wouters-Hielkema (1877-1936), komend van Betterwird en vanwege ziekte gestopt.

Van 1939 tot 1941: Broer Voolstra (1941-) en Roelofje Woudstra (1913 -) Komende van Rauwerderhem en vertrokken naar Den Haag;

Van 1941 tot 1965: Johannes Sijtsema (1908 -), getrouwd met Grietje de Vries (1909-1995), komend van Terschelling en vertrokken naar Heerenveen.

De assistent directeuren

De navolgende assistent directeuren dienden de fabriek:

Van 1906 tot 1908: Folkert Brandsma (1888 - ); komende van Dalfsen en vertrokken naar Oene;     Van 1907 tot 1908: Rudolf Dijkstra (1882 - ); komende van Stiens en vertrokken naar Makkinga;     Van 1908 tot 1912: Tjitze Riedstra (1885-), getrouwd met Rigtje Westra (1884 - ); komende van Betterwird en vertrokken naar Rottevalle.    

Van 1912 tot 1912: Oene Sijperda, afkomstig van … en vertrokken naar Marssum.

Van 1912 tot 1913: Jacob Jans Visser (1889-) kwam van Deinum en ging naar Bierum.

Van 1916 tot 1917: Jan Timmerman (1887 - ), getrouwd met Ruurdtje Fopma (1888 - ), gekomen van Baerderadeel en vertroken naar Nieuwehorne.

Van 1917 tot 1918: Johannes Pieter Roodzand (1890-), afkomstig van Balk en vertrokken naar Wormerveer.

Van 1918 tot 1919: Johan Christiaan Geertsma (1895-), afkomstig van Arnhem en vertrokken naar Leeuwarden.

Van 1920 tot 1921: Eltje Kamminga (1894 - ), getrouwd met Henderika van der Woude (1899 - ); gekomen uit Grou en ging naar Haarloo.

Van 1921 tot 1954: Durk Harmens de Boer (1897-1954, getrouwd met Pietje Martens Kingma (1904-1973 ); komend van Hilaerd (Hoptille ). Ze woonden aan de Hidaarderdyk, nu Wynserdyk nr. 14 en aan de Wommelserdyk, nu Van Eysingaleane nr 9.

Van 1954 tot 1955: Jouke van Wieren (* 1926 ); komend van Esd en ging naar Havelte.

Van 1955 tot 1956: Ane van der Meer (* 1930 ); gekomen van Bolsward en ging naar Formerum op Terschelling.

Van 1956 tot 1961: Tjeerd Boskma (* 1928 ), getrouwd met Trijntje Jacobi (* 1931 ); ze woonden in Easterein in de Andries Joustrastraat nr. 14; gegaan naar Gorichem.

Van 1961 tot 1964: Harmen Eizenga (* 1929 ); getrouwd met Mintje Wagenaar (* 1933 ); zij woonden aan de Wynserdyk nr. 22 en zijn in 1965 naar Wommels verhuisd.

 

Werkgelegenheid.

De melkfabriek gaf aanvankelijk werk aan zo'n 15 man. Later heeft dat aantal zich fors uitgebreid.

De meeste boeren brachten in het begin hun melk zelf naar de fabriek.

Dat veranderde al gauw; toen kwamen de melkvaarders en de melkrijders.

Melkvaarders en melkrijders:

Andries Wisse (1890-1957) en halfbroer Jacob (Jabik) Namminga (1886-1973) uit Reahûs, Harm Kamstra (1883-1967 ), Minne Tjalsma (1985-1992 ), Rein Strikwerda (1913-1984 ), Yme Zijlstra (* 1923 ), Fedde Dijkstra 1869-1939 ), Sietze Ykema (1899-1991 ), Rinse Siesling (Siesling kreeg het voor elkaar om met de melkboot van de fabriek naar het dorp te zeilen, een echte schipper!) Yde Sijszeling (1913-1980) en zoon Andries Sijszeling (*1940), Germ Strikwerda (1913-1987), Haye Groustra (*1925), Simon Bloemhof (1891- 1976), Feike Bosschma (1902-1985), Marten Stilma (*1910), en zijn vader Job Stilma (1881-1952), Sjuk Sandstra (1898-1966), Johannes Santema (1896- 1962), Harke Kamstra (1917-1975), Jentje Jorritsma (*1924).

'... en ieder had zijn eigen lied...

Mevrouw W. de Jong-Brandsma vertelt dat in de tijd dat ze bij Yde Minnes Sjaarda (1889-1968) woonde, in de vroege zomerochtend in de verte Andrys en Jabik met de melkboot kon horen aankomen. Jabik trok de boot en Andries zong het hoogste lied.' Niet vaak heb ik zulk mooi zingen gehoord.’

Het doet denken aan het liedje van Herman van Veen: ' Hilversum 3 bestond nog niet, maar ieder had zijn eigen stem, op elke steiger klonk een lied, van Paljas of Jeruzalem.

Melkgeld ophalen

Opo zaterdag haalden de boeren, in het zwarte pak, zelf het melkgeld op. Ze gingen dan ook, als het nodig was, langs de smid of timmerman om zaken te regelen. Smid Elzinga aan de Hidaerderdyk en later aan de Foarbuorren (op het Plein) liet daarom 's zaterdags het boerengereedschap buiten zetten, dan konden de boeren uitzoeken wat nodig was. Elzinga bracht een paar keer per jaar gereedschap naar het terrein bij de fabriek. Dat was dan zo'n soort van kleine show van wat hij te koop had.

Kuipmakers

Er waren twee kuipmakers in het dorp.

Sjoerd Dooitzen van der Zee (1861-) woonde op de achterburen in het huis It Skilplein nr. 17, naast bakker Dantuma.

De andere was Okke (kuiper) Oosterhout (1850-1935 ), die op de Pôlehoeke woonde, Schoolstraat nr. 12, waar nu Yme Zijlstra (* 1923) woont.

Beide kuipmakers maakten botertonnen voor de melkfabrieken van Easterein en Wommels.

Zondagswerk

Op zondagmorgen en 's avonds werd de melk wel naar de fabriek gebracht, maar werd dan niet verwerkt.

Electriciteit

P. Hoekstra schrijft ook over het ' nieuwe Ijocht ': ' We kregen ook electrisch licht in het dorp.

Het juiste jaartal weet ik niet meer, maar het zal 1917 of 1918 zijn geweest.

De stroom kwam eerst van de melkfabriek.

Tien uur 's avonds werd dan het licht uitgedaan, eerst een kleine waarschuwing door de stroom even uit te schakelen. Voor bijzondere gelegenheden werd tot 12 uur stroom geleverd.

' De stoommachine met een generator wekte de gelijkstroom op. Die werd opgeslagen in grote batterijen.

Sociale beweging.

Uit de aantekeningen van de kerkvoogdijvergadering van 12 februari 1926: ' Het ligt volgens Noordmans geheel op den weg van den directeur en bestuur onzer fabriek voor inhaling van sommige elementen in de fabriek te waken, met name het socialistisch element, waarvan een schadelijken invloed uitgaat’.

Uit de aantekeningen van de kerkvoogdij bijeenkomst van 1939: De heer Strikwerda heeft de kwestie van de personeelsbenoemingen aan de Coop Zuivelfabriek in de vergadering dezer Coop. ter sprake gebracht, waarna door het bestuur toegezegd daaraan aandacht te schenken .

Zuivelvervoer

Kapiteins van de Eastereinder boot uit de fabriek die met boter en kaas elke vrijdag naar Leeuwarden voeren, waren: - Sjoerd Visser (1876-1942) en -Foeke Wijnia (1895-1965 ).

Fabriekswoningen

Bij de fabriek, aan de noordoostkant stonden dienstwoningen voor fabrieksarbeiders.

In het huizencomplex was plaats voor vier gezinnen.

Linksvoor: de botermaker, daarnaast de machinist, daarachter de kaasmaker en daarnaast de centrifugist.

De eerste bewoners van deze huizen waren in 1897:

- botermaker Sipke Tinga (1863-1906 ), getrouwd met Pierkje de Jong (1863-);

- machinist Klaas Tuininga (1873-12 ), getrouwd met Sjoerdje Wijma (1873-);

- kaasmaker Sjouke Tolsma (1871-1935) getrouwd met Jantje Bergsma (1875-...

- sintrifugist Obbe Terpstra (1851-), troud mei Dieuwke Stiensma (1857-);

Van de overige bewoners noemen wij:

-botermaker Marten Vierstra (1874-1953) en Nieske Feenstra (1876-1956);

- centrifugist Hans Reitsma (1890-1979), getrouw met Dirkje Tolsma (1891-1975)

-machinist Fokke van der Tol (1898-1967), getrouw met Wypkje de Jong (1900- 1979);

-kaasmaker Siebe Hoitinga (1908-1983), getrouw met Wijtske Postma (*1913)

-botermaker (1912-), getrouw met Trijntje de Vries (1915-);

-botermaker Gerben Okkinga (1912-1990) , getrouw met Liskje Hiemstra (*1916).

Gerben en Lys waren de ouders van de beroemde eerste klas-kaatser uit de jaren zestig Gerrit Okkinga (* 1941 ).

Boterfabriek gesloten.

Na 67 jaar heeft de fabriek op 19 december 1964 de laatste melk verwerkt.

De vereniging ging op in het grotere geheel van de coöperatieve zuivelindustrie ' De Terpen ', die een combinatie was van de fabrieken in Easterein, Scharnegoutum, Wiuwert en Wommels.

Het had tot gevolg dat ook de fabriek van Wiuwert werd gesloten.

Na het sluiten van de boterfabriek werd de directeurswoning bewoond door: Anne Rinsma (* 1915 -) en zijn echtgenote Catharina Schippers (* 1914 ); Zij kwamen hier in 1966 en zijn in 1973 naar Deinum verhuisd.

Een jaar later kwamen hier Pier van der Velde (* 1944) en zijn vrouw Janna Hogen-dorp (* 1946). Zoon Simon van der Velde woont er nu.

Ledenaantal

Na de oprichting in 1998 zijn er vele zaken (jaarverslagen, wedstrijduitslagen, ledenlijsten en bestuur gegevens) bewaard gebleven. Uit het archief blijkt ook dat het aantal leden stabiel blijft. De leden zijn heel trouw en blijven lid. Er zitten veel rouwbrieven in het archief.

Toch is er één lid die vanaf de oprichting nog steeds meespeelt (2022). Dat is Anne Okkema - Zijlstra. Ze is met haar 96 jaar zeker niet de minste van de vereniging. Hieronder de ledenaantallen per jaar.

Op 30-06-1998, 53 leden

Op 26-10-1999, 55 leden

Op 14-08-2000, 62 leden

Op 06-06-2002, 61 leden

In 2006, 65 leden

In 2009, 63 leden

In 2010, 57 leden

In 2012, 57 leden

In 2014, 55 leden

In 2015, 53 leden

Deze cijfers zijn tot 2016 verwerkt.

Subsidie

Uit de aantekeningen blijkt dat het bestuur goed weet hoe ze subsidie kunnen aanvragen. Zowel bij de gemeente (toen Littenseradiel) als wel bij de Rabobank. Ook door het Stipepunt (werkgroep Welzijn en Zorg) in Easterein wordt er ieder jaar een bijdrage geleverd. Het is wel grappig om te lezen dat als tegenprestatie voor de Rabobank de vlag moest worden opgehangen. Toch werd er ook wel eens een verzoek afgewezen. Bijvoorbeeld in 2011 werd de subsidie door de Rabobank niet toegekent.

Maar in 2012 hebben ze het weer goed gemaakt. De banen moesten worden opgeknapt. En dat is duur. Het kostte € 4.950, - exclusief b.t.w. Het kwam totaal op een bedrag van € 5989,50.

Gelukkig werd er subsidie binnengehaald:

Littenseradiel € 3000, -

Rabobank € 1500, -

Anoniem € 1500, -

Deun Bij € 1000, -

Op 3 juni 2013 zijn de opgeknapte banen weer in gebruik genomen.

Bestuur

Na het eerste bestuur zijn er veel mensen die in het bestuur hebben gezeten. Het bestuur bestaat uit vijf mensen. De termijn is eveneens vijf jaar, zodat er ieder jaar een nieuw bestuurslid toetreedt. Toch kun je zien dat er ook wel mensen langer in zitten dan vijf jaar. Voor zover er foto's zijn van het bestuur, zijn deze voorzien van de namen. Als mensen uit het bestuur gaan, krijgen ze een lepeltje met het embleem van de Jeu de boules vereniging.

Hieronder wordt in een brief beschreven hoe de vereniging met bestuur werkt. Ook plaatsen we nog een jaarverslag. Daarin wordt duidelijk dat het bestuur te maken had met "morrende "leden.

Brief werkzaamheden bestuur

Easterein 2002-12-15

Geachte heer Wiersma,

In een bestuursvergadering gehouden op 09 Dec: j.l. van onze Jeu de Boules club “Deun-By” hebben wij kennis genomen van de inhoud van Uw brief van 18 November j.l.

Hier enige informatie en werkwijze van onze Jeu de Boules vereniging:

Ons bestuur bestaat uit vijf leden, waarbij elk jaar een bestuurslid aftreed. Met algehele instemming van het bestuur wordt een lid gevraagd om de vacante plaats in te nemen. Deze bestuurswissel vindt altijd plaats op onze jaarvergadering in Februarie. Tot op heden werkt deze werkwijze goed. Op deze jaarvergadering wordt het jaarverslag voorgelezen door de schrijver, en een financieel verslag door de penningmeester

Onze belangrijkste wedstrijd,welke altijd op de eerste dinsdag in September wordt gehouden is het vijf dorpen Rabobank toernooi.

Het onderhoud van de banen wordt uitgevooerd door vrijwillergers van onze club. Onze club teld 64 leden. Uit bovenstaand kunt U opmerken dat het bestuur niet veel tijd en energie in onze vereniging hoeft te steken. In tegenstelling tot de voetbal en kaatsvereningen. Als ik zie hoeveel kaatswedstrijden in het zomerseizoen gehouden worden, en wat voor tijd en energie deze bestuursleden hierin moeten steken, kan ik mij voorstellen dat voor deze functies weinig animo is te vinden bij de leden, dit zelfde geld mijns inziens voor de voetbalclub. Ik denk dat dit een van de redenen kan zijn dat in het verleden is afgeweken van de bepalingen zoals beschreven in de statuten.

Wat de renovatie/uitbreiding van de sportvoorzieningen betrefd,hebben wij als enige wens een uitbreiding met eventueel vier banen, indien dat in de toekomst nodig mocht zijn. Deze wens is bij het bestuur van de “Skoalleseize” bekend.

Hopende U zo van dienst te zijn geweest teken ik:

Namens het bestuur

Jaarverslag 2011

1. Thema’s 2011.

In dit jaarverslag vermeld ik de volgende thema’s: Bestuur, leden, activiteiten en speerpunten.

2. Bestuur.

Voorzitter: Geert Dijkstra,     aftredend 2012

Secretaris: Henk Panneman,   aftredend 2014

Penningmeester: Griet Rijpstra, aftredend 2013

Wedstrijdleiding: Roelie Reijnhoudt, aftredend 2015

Uiltje Bouma is bereid gevonden Geert als voorzitter op te volgen. Jan Strikwerda zal ook komend seizoen de wedstrijdpunten registreren. Sikko Scheltema gaat optreden als voorzitter van de baancommissie. Met deze personen heeft het bestuur voldoende slagkracht. Een officiële vijfde bestuurslid lijkt ons dan ook niet urgent. Ter voorkoming van het staken van de stemmen telt de stem van de voorzitter 1 dubbel.)

3. Leden.

a. Uitgeschreven zijn: E. Droge- van Koolwijk, vanwege verhuizing en B. Kuipers, vanwege leeftijdsongemakken.

b. Ingeschreven zijn: T. Rijpma. Tjebbe, we heten je nogmaals van harte welkom. (Per heden hebben zich als lid aangemeld Carli Houtsma en Ed Planken. Beiden hebben het afgelopen seizoen met de Koersbal meegedraaid en zijn dan ook voor velen geen onbekenden. We hopen dat jullie het ook bij de Jeu de Boules naar je zin hebben.)

De vereniging telt momenteel 57 leden.

4. Activiteiten.

De volgende activiteiten met hun winnaars:

(Vermeld worden de leden van “Deun By”)

a. Koninginnedag:

Sikko Scheltema Kampioen (31), Yt Scheltema 2e(28), Minke Kuiper 3e(21) , Tietsje Zijlstra 4e(1313) en Djoke Dijkstra 5e(11).

b. Dorpsfeest:

Tea Kooistra Kampioen (28), Annie Stegenga 2e(14), Afke Wiersma 3e(13) Piet de Boer 4e(I3) en Henk Panneman 5e( 11)

c. Witmarsum: Geen gegevens. Sorry.

d. Menaam:

Henk Panneman 4C (17) Prijzen waren er verder voor Jan Strikwerda, Ymie Veninga en Pup Kuipers.

e. Rabotoernooi:

AFGELAST

f. Onderlinge competitie:

Jan Strikwerda (18), Aagje Schaafsma 2e (l5), Abe Stegenga 3e (l4) , Djoke Dijkstra 3e(14) , Sjoerd Bonnema 3C(I4), Geertje Punter 4e(12), Tea Kooistra 5e (11) Gosse Vellinga 5e (11) en Anneke Elgersma 6e (10)

g Jaarcompetitie:

Hilbrand Drost Kamnioen (123), Jan Strikwerda 2e (114,5), Hein Wiersma 3e(90), Geeske Vellenga 4e (89) en Afke Wiersma 5e (73).

5. Speerpunten.

a. Wat leden ons het afgelopen jaar toefluisterden:

- Is het niet mogelijk om volgend jaar om 14.00 uur te beginnen in plaats van 14.30 uur? Dan zijn we ’s-middags wat eerder thuis wat wel schikt.

VOORSTEL:

Dit jaar zijn we om 14.00 uur aanwezig-

- We vinden 7 maanden spelen wel erg lang, (april t/m oktober) Er mag wel een maand af. Hierover nadenkend heeft het bestuur besloten om dit seizoen in te korten met 2 weken. (Eerste week april en laatste week oktober.) Voor het dagelijks bestuur is dit erg prettig, omdat zij tevens dagelijks bestuur zijn van ook “De Soos". Beide verenigingen zijn hierdoor beter af te sluiten en op te starten.

- We willen als het in de zomer opeens erg warm is niet ’s-avonds spelen.

Tot nog toe is het te doen gebruikelijk om vanaf 25 graden de wedstrijden naar de avond te verplaatsen. Veel leden nemen ons dit niet in dank af.

VOORSTEL:

We spelen ook tijdens warmte gewoon ’s-middags.

b. Competitie.

Het nieuwe wedstrijdreglement werd tijdens de jaarvergadering aangenomen met 38 stemmen voor, 5 tegen en 1 onthouding. We spraken wel duidelijk af om ingeval één en ander toch niet zou bevallen terug te gaan naar het oude systeem. Gaandeweg de rit bleek dat het systeem voor velen als onduidelijk werd ervaren. Belofte maakt schuld, dus gaan we terug naar het bekende systeem.

Echter:

Na overleg met Jan Strikwerda, die de registratie van de punten op zich gaat nemen, is het idee geboren om twee competities te houden. Tijdens de jaarvergadering zal Jan u één en ander toelichten.

c. Uitbreiding banen.

Met 41 stemmen voor en 3 stemmen tegen kreeg het bestuur tijdens de laatste jaarvergadering groen licht voor het uitwerken van de plannen om de banen uit te breiden. Hierna volgden een aantal besprekingen met “De Skoalleseize”. Met betrekking tot de fondsenwerving heeft “De Skoalleseize” het initiatief hiertoe van ons overgenomen. (Zie dossier, voor u ter inzage tijdens de aanstaande jaarvergadering.)

Tot op heden zijn er geen berichten over binnengekomen financiële steun. Derhalve heeft het momenteel geen zin om over de plannen te filosoferen. Op het moment dat er geldstromen binnenkomen, wordt over het onderwerp “Uitbreiding banen “ een extra ledenvergadering bijeengeroepen.

d. Baanonderhoud.

Wij kunnen alleen prettig ons spel “Jeu de Boules"spelen als de banen goed op orde zijn. Voor het onderhoud van de banen zijn vrijwilligers nodig. Het bestuur ziet de buitengewoon belangrijke taak van onderhoudsvrijwilliger graag geformaliseerd in een door de leden bekrachtigde commissie met een eigen verantwoordelijke coördinator/voorzitter. Het bestuur heeft een protocol met taken uitgewerkt. Het bestuur hoopt nog vóór de ledenvergadering de coördinator/voorzitter te vinden.

e. Contributie/donateurs.

Voor wat betreft de contributie wordt verwezen naar bijlage 3. Met betrekking tot het verwerven van donateurs twee zaken:

- De basiscontributie van € 7 per jaar opent de mogelijkheid om voor een klein bedrag donateurs te werven. Men is daarmee tevens lid en mag ook komen spelen, ook al kost dit € 1 per middag.

- Het bestuur wil actief op zoek gaan naar sponsoren.

Ingeval u een idee hebt wie hiervoor benaderd kan worden, tip ons.

f. Omgangsregels.

Als u het gestelde onder a nog eens bekijkt, dan ziet u dat er sprake is van tegenstellingen.

- Beginnen we om 14.00 uur of 14.30 uur.

- Spelen we de volle 7 maanden.

- De 25 graden problematiek.

Wat de keuze ook is, er is altijd een gedupeerde groep. Noem ze “verliezers”.

Je kan het ook hebben over de competitie of de uitbreiding van de banen of het baanonderhoud. Het bestuur staat voor democratisch tot stand gekomen besluiten en gaat er van uit dat de leden deze zonder gemor en gekonkel respecteren.

H.Panneman (secretaris)

G.Dijkstra (voorzitter)

De oprichting van de grasdrogerij 

Wij lezen in de aantekeningen van de kerkvoogdij bijeenkomst van 13 november 1946 het volgende: ' Een verzoek van de Vereeniging tot oprichting van een grasdrogerij om aankoop van een terrein uit het eigendom der pastorie.

En dat werd ingewilligd en in 1947 is de oprichting een feit.

Eerste bestuur

Het eerste bestuur van de Coöperatieve Groenvoerdrogerij OOSTEREND G.A. bestond uit: P. Kooistra, Kûbaerd, W.H. de Jong Easterein, KL Hofman Lytsewierrum, S. Reitsma Wommels en H.S. Couperus Hartwerd.

Beheerders waren:

Folkert T. Vellinga (1906-1984 ), uit 1946-1951 en Jan Jelsma (* 1917) uit 1952-1968.

Het functioneren

Hier volgt een korte beschrijving van Tjalling Tjalsma (* 1928 ), één van de werknemers, over het functioneren van de drogerij:

' Er werd eerst begonnen met één droger, een Engels fabrikaat. Al snel kwam er een tweede bij en in 1950 een derde.

We werkten eerst met één voorman, één man voor het terrein, drie man die zorgden dat het gras na de droger geleid werden en twee man die in het pershok bezig waren.

Daar stond later ook de biks machine. Na twee jaar verviel de functie van de terrein man.

Drie ploegen.

Wij werkten in drie ploegen. De werktijden waren als volgt geregeld: De eerste ploeg werkte op maandagmorgen van één uur tot twaalf uur. Dan kwam de tweede ploeg, die van twaalf tot acht uur 's avonds werkte en daarna de derde van 's avonds acht tot vier uur 's ochtends.

De ochtendploeg werkte 51 uur, de middagploeg 50 uur en de nachtploeg 40 uur.

Er werd een wisselsysteem toegepast. In die tijd was een 48-urige werkweek regel. Het gras werd met een trekker en oplader opgehaald.

Twee man waren bezet met het werk op de laadwagen en er waren twee tussenrijders.

Ze begonnen 's morgens om vijf uur en werkten tot er genoeg gras was voor tot de volgende ochtend.

In 1963 is de eerste (Engelse) droger afgeschaft en regelde voorraadbakken de toevoer.

Er was werk voor één man.

Later kwam er voor het ophalen van het gras een apparaat (' kid ') dat het gras op de wagen blies. De eerste jaren konden we niet eerlijk 1000 kg (nat) gras verwerken. Later werd dat gans beter. Na 1964 haalden we soms wel 1200 kg. per uur. Toen hebben we best gedraaid.

In 1968 is de drogerij gefuseerd met die van Mantgum en zijn we daar heen gegaan.

Eastereinders die hier hebben gewerkt zijn:

Klaas Sietsma (1921-1992), TjallingTjalsma (*1928), Merk van der Meulen (1920-1987), Jan Stapersma (1897-1974), Pieter Jetzes Wiersma (1901-1982), Pieter J. Hiemstra (*1916), Bouke de Koe (*1918), Haring de Koe (*1914),  Andries Smeding (1908-1979), Lieuwe Dijkstra (1898-1979), Pieter H. de Boer (*1935), Jan Jan Stapersma (*1918), Meinte Vollema (1900-1969), Ynte Dijkstra (*1931), Anne Ypma (*1930), Fokke Schonenburg (1912-1987), Siebren Feenstra (*1945), Wierd Hiemstra (*1920), Hielke Heeringa (*1928), Sake Hemstra (*1925), Hein Hoekstra (1902-1971), TjallingHoekstra (*1912), Jouke Feenstra (1908-1994), Ype de Jong (1890-1969), Germ Stilma (*1922),  Age Jansen (*1928), Pieter Y. Hiemstra (1889-1974), Andries Vollema (*1933), Hendrik Bos (*1926), Harm Miedema (*1922), 

Administraasje: Durk H. de Boer (1897-1954), Lipkje de Boer (*1934), Mintje de Boer (*1936), J. Jorritsma (*1912), W.K. de Jager (1902-1987).

Gebouwen naar BOS Meganisatie

De gebouwen zijn in 1969 gekocht door Bos mechanisatie B.V. De bungalow, gebouwd in 1970, werd het onderkomen van directeur Hendericus Lambertus Johannes (Henk) Bos (* 1944) en Cornelia Adriana Maria van Esch (* 1944) met haar drie kinderen.

Er hebben in de loop der tijd drie verbouwingen en uitbreidingen plaatsgevonden, in 1978, 1989 en 1995.

Momenteel beslaat het bedrijf 10.000 m 2, waarvan 2500 m 2 is bebouwd.

Aan de andere kant van de weg werd in 1986 het mechanisatiebedrijf van Koopmans (het ald - büterfabriek) aangekocht, dat gebruikt wordt voor opslag en showroom voor landbouwmachines.

Het bedrijf telt 13 werknemers waarvan twee in Lollum werken.

Tegenwoordig, we schrijven 1995, wonen Geert Dijkstra (* 1943) en Dieuwke Reinsma (* 1946) in de bungalow.