Unfortunately, at the moment we can provide only parts of this website in the English language. For those parts of the website that not yet have been translated we recommend use of the Google Translate option next to the title of the item.



A small village in North Holland, with only 680 inhabitants? YES, this is Ysbrechtum and is the opposite of boring when seeing it from the sunny side of life. Ysbrechtum stands for beautiful nature, speaking of 100% pure Holland country side and comes with its lovely and motivated inhabitants.

Those 680 inhabitants are waiting for you to share their lovely and relaxing ‘dorpje’ with you.

Still not convinced? May I introduce you to the main attraction of Ysbrechtum (besides its friendly inhabitants): THE EPEMA STATE.

The Epema State is a lovely castle which you can rent for any occasion you may have, such as Weddings, Parties, Congresses and such. Surrounded by a little canal and with its many colourful flowers and trees you feel like being in another world for that day.

Besides our little castle we also have an old Church next to it were you can get married and just a few meters next to it you can have your wedding party in the Epema State.

Are you more interested in cycling, in such a Dutch style? This is also possible as Ysbrechtum is one of the Points of the Northern Route. As you need accommodation in order to stay for a few days, there is the lovely Bed & Breakfast ‘Bed en Brochje’, hosted by a Dutch Family for years already. All what you need for dinner, you will find in the local grocery store and the local butcher. Looking for a romantic dinner for two you have the change to grab a bottle of self-made wine at the local winery of the city.

Ysbrechtum is the perfect place for relaxation and enjoying the finer aspects of life. You can take a stroll on the surrounding lands of the Epema State or visit the local pub in the town hall, run by volunteers who welcome you with open arms. It is the best place to escape the busy daily life and take some time for yourself or for yourself and your loved ones in a small but welcoming Frisian village.

But how do you get to this place? Ysbrechtum is located near the big city Sneek and is easily reached by bike or car. From the train station in Sneek, it is a thirty minute walk to the beautiful village. For more information about this lovely village, take a look at the webpage: http://www.ysbrechtum.com/.

Op het moment van schrijven loopt in Friesland het Tsjerkepaad evenement. Ieder jaar in de maanden juli tot september openen honderden monumentale kerken in Friesland hun deuren voor toeristen en belangstellenden. Omdat ik in de buurt ben loop ik even binnen bij de kerken in Ysbrechtum en Folsgeare. Deze dorpen liggen noordwestelijk van Sneek aan weerskanten van de A7. Het is bijzonder hoe deze kerken ten opzichte van elkaar verschillen. De kerk in Ysbrechtum is rijk versierd met rouwborden en wat dies meer zij en in de kerk is Folsgeare staat soberheid voorop. In Ysbrechtum staat Epemastate, dat verklaart het een en ander. Door de soberheid van de kerk in Folsgeare ga je daar wat meer op zoek naar details. Ik zie prachtige eeuwenoude statenbijbels, een vaas met plastic Hedera. Deze staat in de vensterbank en baadt in het zonlicht dat door het venster naar binnen valt. Ik zie bodemvondsten zoals potscherven een flesjes die op een tafel zijn uitgestald. Ik lees in gouden letters "Zingt Godes Eer" als ondertitel van het orgel en ik zie vier fluwelen collectepongen aan een stok die strak tegen de muur in het gelid staan. Ze dateren uit 1825 staat op een kaartje! Deze "pongen" brengen me direct terug naar mijn jeugd. Hoe vaak heb ik geld gegooid in soortgelijke pongen, of net gedaan alsof. Op de pongen van Folsgeare ontbreken de D's en K's die er in mijn geboortedorp in gouddraad op geborduurd waren. Ze stonden voor kerkvoogdij en diaconie. Dat weet ik nu. Toen wist ik dat niet en waren ze voor gewoon het kwartje en het dubbeltje.

Abbega is een terpdorp dat in de Middeleeuwen is ontstaan. Het was over water goed ontsloten: de Abbegasteropvaart verbond het dorp met de Bolswarder Zeilvaart. Over land was het niet goed te bereiken. Na de dijkbouw kwam Abbega ten noorden van de Hemdijk te liggen. De grietenijkaart in de Schotanus-atlas (1716) laat geen enkele weg of pad zien. Wel is zichtbaar dat er buiten de kleine kerkbuurt een aantal buurten en staten in het buitengebied van het dorp liggen, ook ten noorden van de Wymerts of Bolswardervaart. In de Tegenwoordige Staat van Friesland (1788) wordt dat bevestigd: ‘een dorp van middelbaaren omtrek …. Hetzelve ligt ten Westen van Oosthem en nader aan den Hemdyk. De kerk deezes Dorps pronkt insgelyks met een fraai Orgel. Weleer had men hier verscheiden Adelyke Staten, met naame Attema, Sytinga, en Bonninga in het buurtje de Morra, naar ’t welk ook een watertje ten Noorden des dorps, waardoor de Bolswerdervaart naar de Nieuwezyl loopt, den naam van Morra- of Morwieltje draagt. In de buurt, die niet groot is, en de Abbegaster-Ryge genaamd wordt, lagen oudtyds Wigmana en Heeringa, en in de Oosterbuuren, Bangama.’ De Abbegasterrige en Oosterburen zijn ook op de kaart in de Eekhoff-atlas (1851) ten noorden van de vaart aangegeven. Bij de buurt Abbegasterketting ligt een ‘draai’ over de vaart. De kern van de kerk, oorspronkelijk gewijd aan Sint-Gertrudis, is nog middeleeuws, maar het gebouw met een driezijdige sluiting is in 1809 helemaal ommetseld. De toren werd waarschijnlijk toen voorzien van de houten bovenbouw. In de toren hangt een klok die in 1647 door Jacob Noteman is gegoten. De doorgaande weg loopt nu strak om de zuidwestelijke flank van het dorp. De kerkbuurt aan de andere zijden bezit een gevarieerde bebouwing, waarin de voormalige school, de schoolmeesterswoning of pastorie en burgeren arbeiderswoningen elkaar afwisselen. Ten noorden van de oude kern zijn de nieuwe school en recent een uitbreidingswijk ten westen van de opvaart tot stand gekomen.

Folsgare is een terpdorp dat is ontstaan in de Middeleeuwen. Het dorp heeft lang slechts een kleine kerkbuurt gehouden. Langs de Tsjaerddyk die naar Nijland leidde, stond al vroeg een flinke reeks boerenbedrijven. Ten zuiden van het dorp lag eveneens een groep boerderijen, maar die waren niet op het dorp gericht. De Folsgarer Opvaart bood een ontsluiting in zuidelijke richting om via de Oude Rijn verbinding te hebben met de Wymerts of Bolswardervaart aan de ene en met de Geeuw tussen Sneek en IJlst aan de andere kant. Met dit waterwegenstelsel waren de zuidelijke boerderijen, elk met een eigen opvaart, eveneens ontsloten. Op de kaart in de atlas van Schotanus uit 1716 is dat aangegeven. De Tegenwoordige Staat van Friesland meldde in 1788 niet veel: ‘een Dorp van middelbaaren omtrek en landeryen, doch gering van buurt: hetzelve bevat 20 stemdraagende plaatsen, en ligt in den hoek van gemelden Tjaarddyk, tusschen Nieuwland en Sneek. Weleer lag hier de State Walma. In 1498 werd hier de kerk met den toren afgebrand door de Soldaaten, die de Vetkooper Tjerk Walta had in ’t land gebragt; ook kwamen daarby twee huislieden om, die op den toren gevlugt waren.’ De middeleeuwse kerk is in 1875 door de huidige zaalkerk met driezijdige koorsluiting vervangen, maar de zadeldaktoren is mogelijk nog 13de-eeuws. De meeste oude dorpsbebouwing is te vinden aan de Tsjaerddyk. Het dorp is na de Tweede Wereldoorlog aanzienlijk uitgebreid, eerst met een oostelijk kwartier, later met een wijk aan de zuidzijde. In de landerijen rond Folsgare staan grote, soms monumentale boerderijen. Ten noorden van Folsgare ligt Tjalhuizum (Fr.: Tsjalhuzum), een buurschap van enkele boerderijen en een toren op een terp. Het heeft een verleden als middeleeuws terpdorp. De kerk is in 1823 afgebroken, maar de toren werd in 1871 nog geheel vernieuwd, een toren van drie geledingen en een ingesnoerde spits. Tussen Folsgare en Tjalhuizum is in het midden van de jaren vijftig het verzetsmonument van Wymbritseradiel opgericht: een wakkere haan op een hoge piloon.

Feanwâldsterwal is een prachtig klein dorpje zuidwestelijk van Feanwâlden. De schoonheid van het dorp wordt vooral gekenmerkt door de smalle vaart die naast de hoofdstraat van het dorp "De Wâl" loopt. De aanliggende woningen hebben allemaal een eigen bruggetje. Waar "De Wâl" overgaat in "It Oare Ein" ligt de kern van het dorp gemarkeerd door een fraaie brug en hotel en eetcafé 't Dûke Lûk. Hier kun je bootjes en kano's huren en dat is niet onlogisch. Feanwâldsterwal ligt namelijk aan de rand van een van de mooiste aaneengesloten kleine natuurgebieden in Friesland, It Butenfjild, De Looden Hel en De Houtwiel. Het laatste natuurgebied is de laatste jaren naar een hoger niveau getild vanwege de aanleg van de Centrale As (N356), de voor het gebied enigszins "oversized" maar o zo gewaardeerde autoweg tussen Nijega en Dokkum. Bij het dorp De Falom is notabene een "luxe" flyover gebouwd zodat flora en fauna ongestoord  kan doorgroeien en doorlopen tot aan het dorp De Westereen. De aaneengesloten natuurgebieden verklappen het ontstaan van Feanwâldsterwal. Het zijn laagveengebieden en Feanwâldsterwal dankt haar bestaan aan de ontginning van dit laagveen. Al in de 15e eeuw werd dit ontgonnen door de Schiere Monniken afkomstig van de Schierstins in buurdorp Feanwâlden, behorende bij het klooster Claerkamp in Rinsumageest. In latere tijden werd dit zware werk op meer industriële schaal voortgezet door doorgewinterde veenarbeiders uit Giethoorn die naar de Friese veenkolonie kwamen. Zij wisten wel raad met het laagveen en lieten een duidelijk stempel achter op het gebied, én het dorp. Daarom wordt Feanwâldsterwal nu ook wel het "Giethoorn van Friesland" genoemd. Beide dorpen hebben trouwens nog iets opmerkelijks gemeen, de verdwenen melkfabrieken. In beide dorpen zijn ze ten prooi gevallen aan het toerisme zou je kunnen zeggen. Die van Giethoorn is gesloopt of onherkenbaar tussen restaurants en bootverhuurders. Die van Feanwâldsterwal, genaamd Zuivelfabriek Freia, is steen voor steen afgebroken en opnieuw opgebouwd in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. Ik zie het als de verloren zoon van Feanwâldsterwal, gelet op de naam Freia zou je wellicht van dochter moeten spreken maar dat onderscheid laat ik aan de lezer.

Het dorp Eastermar ligt ten noorden van Drachten in een prachtig gebied te midden van twee, voor het gebied bijzondere waterpartijen, het Bergumermeer en De Leien. Deze relatief kleine en ondiepe meren zijn grotendeels ontstaan door veenafgravingen en afkalving. Het gebied draagt met trots het predicaat “Nationaal Landschap De Noardlike Fryske Wâlden” (De Noordelijke Friese Wouden). Toch zal een bezoeker die van de meren heeft genoten zich wellicht afvragen, waar zijn de wouden gebleven? Inderdaad, wouden in de zin van uitgestrekte bossen vind je er niet. In de plaats daarvan vind je een eeuwenoud coulisselandschap. Dit wordt gevormd door talloze boom- en houtwallen die kleinschalige boerenpercelen van elkaar scheiden. Hier en daar kijk je dwars door een aantal van deze boom- en houtwallen heen, de dieptewerking is subliem. Tussen deze coulissen zie je telkens weer een andere voorstelling. Akkerland, graanvelden, weilanden met koeien, paarden, schapen, of misschien wel het mooist, een wisselend kleurenpalet van veldbloemen. De analogie met coulissen en voorstellingen in een theater kan bijna niet treffender. De boom- en houtwallen worden met regelmaat teruggesnoeid en groeien in enkele jaren daarna weer terug. Aan de oudste exemplaren zie je dit onderhoud terug in decenniaoude grillige stronken en stobben. Ruilverkaveling is aan het gebied voorbijgegaan en dat is maar goed ook. De hout- en boomwallen zijn onaangetast en volgen de oorspronkelijke zandpaden die dorpen als Eastermar, Sumar, Harkema en Drogeham aan elkaar verbonden en nog steeds verbinden. De gemeente heeft zich erbij neergelegd en doet het onderhoud met zorg, verharding is uitgesloten.  Het enige dat in het historische beeld ontbreekt zijn de karresporen die er ooit in grote hoeveelheden moeten hebben gelegen. Ook verdwenen zijn de talloze plaggenhutten die er moeten hebben gestaan. Het is moeilijk voor te stellen maar tot voor slechts honderd jaar geleden werden plaggenhutten in het gebied gebouwd om in te wonen, ook met grote gezinnen. De bijzondere  geschiedenis van de plaggenhut wordt verteld in Themapark de Spitkeet in Harkema, een aanrader. Ik heb er een middag doorgebracht en kom snel terug want "Theater" Nationaal landschap de Noardlike Fryske Wâlden is 7 dagen per week open en de entree is ook nog eens helemaal gratis!

In Gaasterland heb je aan de IJsselmeerkust een aantal plekken waar je een optimaal uitzicht hebt over het IJsselmeer. Ik denk aan het Mirnserklif bij Mirns, het Oudemirdumerklif bij Oudemirdum en het meest beroemde, het Reaklif bij Warns. Hier vochten de Friezen een legendarische strijd tegen de Hollanders in 1345. Je vraagt je af waarom je juist hier het mooiste uitzicht hebt over het IJsselmeer. Volgens mij komt dat doordat je bij helder weer nog net de overkant kunt zien. Je ziet de kerktoren van Enkhuizen duidelijk aan de horizon temidden vaag trillende silhouetten van windturbines, bomen en bebouwing. Daarnaast heb je als je naar links kijkt uitzicht op windturbines die de dijk van de Noordoostpolder en Flevopolder aangeven, helemaal tot aan de Maximacentrale bij Lelystad. Aan de rechterkant zie je de windturbines die het einde van de Afsluitdijk markeren, de Afsluitdijk begint wat mij betreft in Friesland maar wellicht zag de geestelijk vader Cornelis Lely dat anders. Dit panorama heb je vooral omdat het klif je net voldoende meters boven het waterpeil van het IJsselmeer uittilt. Hierdoor kun je over de kromming van de aarde en dus het IJsselmeer heen kijken. Als je de tijd neemt ga je bijna automatisch mijmeren over wat er allemaal nog meer achter de horizon schuil gaat en achter de toren van Enkhuizen. En juist op dat moment raak je in gesprek met een toevallige voorbijganger. Hij vertelt dat tijdens de tweede wereldoorlog V2’s werden gelanceerd vanuit de bossen van Rijs, bestemming Londen. Deze bossen bevinden zich in Mirns recht achter je.  Veel V2's zouden dienst hebben geweigerd en in het IJsselmeer zijn geplonst. Ik heb het nagezocht op de kaart. Ze moeten rechts van de Enkhuizer toren zijn gevlogen onderweg naar de Britse hoofdstad. Mijn bezoekjes aan het IJsselmeerpanorama krijgen vanaf nu een extra dimensie.

Beetsterzwaag ligt tussen Heerenveen en Drachten, pal naast de A7 naar Groningen. Het ligt in een bosrijk gebied. Het is er goed wonen, zeker voor welgestelden die zich een bosperceel kunnen veroorloven. In het buurdorp Olterterp woonde tot voor kort onze meest geliefde acteur Rutger Hauer (1944-2019). Daar staat ook het vijfsterrenhotel Lauswolt met golfbaan. Maar terug naar Beetsterzwaag. Ik ben van de generatie die "Kopstukken" (1947) moest lezen voor school. Dit is een boekje geschreven door Godfried Bomans (1913-1971). In de jaren zestig en begin zeventig was hij een graag geziene gast op de nationale radio en televisie. Niet alleen als erudiet literair schijver maar ook vanwege zijn onnavolgbare humor. In het boekje schrijft hij over Beetsterzwaag. Hij is er op bezoek en wordt getroffen door de lokale interesse in literatuur. De Gijsbrecht van Aemstel van Joost van den Vondel om precies te zijn. In mijn herinnering schetst hij een sfeer waarin het hele dorp tijdens een "Vondelweek" meedoet aan het eren van dit taaie stuk vaderlandse literatuur. Het ligt op de toonbank bij de slager en de bakker en Beetsterzwagers lezen enthousiast voor uit het werk. Dit is het beeld dat ik heb overgehouden van Beetsterzwaag. Ik was er van de week toevallig en werd prompt bevestigd in dit beeld. De snackbar heeft bibliotheekbehang en in de Hoofdstraat staat een schattig houten mini-biebje waar je gratis boeken kunt lenen. Kopstukken ontbreekt in de bescheiden collectie. Ik zal het erin leggen. Mijn bescheiden bijdrage aan het literaire imago van Beetsterzwaag. Leen het gerust!

Ik woon in Joure en dat ligt midden in het Friese Merengebied. Vanuit Joure kun je een paar leuke korte vaarroutes doen per sloep. De leukste vind ik persoonlijk de route die gaat via Broek, Goiïngaryp, de Goiïngarypsterpuollen, de Gudzekop en de Jentsjemar naar Langweer en dan weer via de Langweerder Wielen terug naar Joure. Als je rustig vaart doe je er zo'n twee uurtjes over. Het huisje op het Jentsjemar intrigeert me. Het blijkt, na enig zoekwerk, eigendom van de vereniging Jentjemeer. De vereniging heeft een eenvoudige website waar je kunt lezen dat het eilandje niet te huur is. Helaas, maar misschien maar goed ook, want er zou direct een ellenlange wachtlijst ontstaan. Wie wil er tenslotte niet slapen op een dergelijk "onbewoond" eiland. Er staat in grote zwarte letters "In bliere moarn" te lezen op de gepotdekselde gevel van het huisje. Dit betekent "een blije morgen". Dit kun je zowel in het Fries als in het Nederlands op twee manieren uitleggen. "Moarn" betekent zowel ochtend als morgen, in de zin van "de volgende dag". Beide passen perfect. Als je na een goede nachtrust op het eilandje zou genieten van een verse kop koffie met croissant terwijl je staart over het kalme water naar een opgaande zon, dan denk ik dat je daar zeker blij van wordt. Als je na een verblijf bent onthaast en nieuwe energie hebt opgedaan voor de komende dagen en weken, dan past de tweede uitleg. Maar, genoeg gemijmerd en gefantaseerd over de tekst op de gevel, het is niet te huur. We moeten het doen met het uitzicht. Daar kun je ieder uur van de dag blij van worden, toch?

Dokkum is the northernmost town in the Netherlands and one of the oldest in the eleven cities, ’the Elfsteden”. Most of the time the city is brought in connection with Boniface, who was murdered in 754. However, Dokkum has far more to offer! The city itself has remained very well preserved, a fortress town where the rich history is evident everywhere. Until the 18th century the city had a direct connecting to the sea and therefor Dokkum was an important port city for a long time. Located at the former Harbor (the ’Grootdiep’) the ’Admiraliteitshuis’ still remembers of the time when the navy of Friesland and Groningen was settled in Dokkum. Today the monumental building is a museum whichh is more than worth a visit!

>Explore Dokkum>

It is possible to explore the city on your own. Walks along the canals, along the streets as well as over the bulwarks of the town invite everyone to feel the special atmosphere of the city, and to enjoy its historic past combined with the vitality of a modern shopping town. One is surprised by the abundant supply of shopping possibilities and the variety of coffee shops and restaurants. Also found in Dokkum are various galleries and museums, a theatre, a zoo and a subtropical swimming pool.

Furthermore, Dokkum offers the perfect location for further excursions into the surroundings. Directly south of the city begins the unique picturesque landscape of the Northern Frisian Woodland, which is regarded as a national landscape. To the north lies a vast marshland, surrounded by dikes, mounds, and beautiful villages. The National Park ’Lauwersmeer’ is easily accessible by bicycle and a day trip to Ameland or Schiermonnikoog is no problem.

In short: don’t be scared to stay more than one day in Dokkum! We invite you to this beautiful Frisian town and its surroundings.

For many, Harlingen is the most beautiful of the Frisian "Elfsteden" (eleven cities). Of course, you should not argue about taste, but the city of ’Ouwe Seunen’ (the nickname of Harlingen) has something the other ten cities don’t have: the unique atmosphere of a real seaport city. Harlingen is a lively, bustling city during the water sports season. But also in the winter, the various ports ensure "life in the brewery".

The first port was already built around 1500. Thanks to the flourishing trade and shipping, the city grew explosively in the second half of the sixteenth century. When the Frisian Admiralty was moved from Dokkum to Harlingen in 1645, the city also became a naval port at that time.

The rich past can be seen in the more than 500 (!) Monumental builings in the city. One of them, the Hannemahuis, houses the municipal museum, where the history of the city comes to life in a fascinating way. You can get different city walks here. Another interesting museum is the Harlinger Aardewerkmuseum, located at the Zoutsloot canal. This picturesque canal is in the winter the scenic backdrop for a Christmas market that has become one of the most original and atmospheric in the Netherlands. Two other annual events that are worth a visit are the so-called ’Lanenkaatsen’ (third week of June) and the Harlinger-Visserijdagen (fishing days) end of August. We would like to refer art lovers to ’Art on the coast’

The contrast between the lively Harlingen and the surrounding area is great. The peace and quiet in the western part of the ’Bouhoeke’, the agricultural area north of the Harlingen - Leeuwarden line is only occasionally disturbed by the sound of agricultural machines. During the first three decades of the twentieth century, a steam train was also regularly heard: the Stiens-Harlingen railway line of the Noord-Friesche Lokaalspoorweg Maatschappij ran through the area. The State Railways had already opened the Harlingen-Leeuwarden line in 1863, the first railway line in Friesland.

The names of all the villages in this region end with -um, which is derived from Germanic "heem", which means ’place of residence’ and is still reported in Frisian in the word "hiem". In this area, which was not protected against the sea until well after the beginning of the Christian era, these residences were necessarily placed on artificial elevations in the salt marsh landscape: so-called terpen. These residential manmade mounds were often erected on existing natural elevations in the landscape, the salt marshes. A famous mound is that of Wijnaldum. Special archaeological finds have been made here in the past. A visit to the archaeological information center is worthwhile.

The construction of dikes began around 1000. One of them is the Slachtedyk, which is more than 42 kilometers long. In 2000, the dike was the route for the Slachtemarathon for the first time, which has since been organized every four years. But you don’t have to wait until the next edition: the dike is freely accessible. And when you set off on your own, you experience the beautiful landscape, the peace, and quiet all the more! And of course, you may also walk a small part of the route ...

The current monumental seadike also has an irresistible attraction for many. When the weather is nice, the view over the Waddensea in front and the land behind is truly magical! And with ’rough’ weather, when the function of the dike is palpable and visible, you can almost be ’blown away’ literally and figuratively. There are so-called ’dyksputten’ here and there on the inside of the dike, which combined forms the Bjirmen nature reserve.

The history of the area is explained in a clear and expressive way on the village site of Sexbierum. But not before the intriguing name of the village has been addressed ... Because of the presence of quite a few monumental farms and stately homes of notables, Sexbierum and the neighboring Pietersbierum exude a certain grandeur.

It will be clear: Harlingen is more than just the place where the boat to and from Vlieland or Terschelling departs and arrives and the surroundings will pleasantly surprise you. Take a few days to explore the monumental, cozy city and the beautiful, relaxing environment. Three unique accommodation options ensure the ’ultimate harbor feeling’. You can if you want, sleep in a harbor crane, a lighthouse or a lifeboat. What else do you want!

The "separation" (in Frisian "Skieding") is the appropriate name for the road that runs from Surhuisterveen to the south. This road forms the provincial border between the provinces of Groningen and Friesland. The landscape on both sides is the result of peat and heathland reclamation. The dense pattern of small roads, the large number of scattered buildings along those roads and the typical wooded banks and alder lanes give the area a small-scale, private character. The plots are generally elongated; only around the heath villages Boelenslaan and Houtigehage is the allotment more block-shaped.

The villages in the area are relatively young and because of their history as peat excavation villages they often have no clearly visible and recognizable core. Drachten, which has since become the second-largest town in Friesland, did not exist as such until well into the seventeenth century. The impetus for growth was formed by the contract that the so-called "Drachtster Compagnons" signed in 1641 to excavate the bog north and east of the current city center.

The fact that this is a border area is evident from the fact that a large proportion of the inhabitants of the, formally Groninger village of Opende are actually Frisian. In addition to the cultural aspect, both provinces also "merge" in landscape terms. This also applies to the border area south of the A7 highway. There are Frieschepalen and De Wilp, among others, villages whose "outskirts" lie in the neighboring province.

The area around the Skieding offers a friendly, characteristic and varied landscape. It is perfect for exploring by bike or on foot. In good weather, Strandheem is a wonderful destination: a recreational lake where you can swim, surf and lie on the beach. And if shopping or attending theatre or concerts is more of your "cup of tea"? Drachten is just next door!

The area south of Dokkum is known as the Dokkumer Wâlden (Woodlands). Here is a sandy ridge on which a unique landscape has developed over the centuries. Characteristic are the alder-lanes that form the separation between the plots. The wide-open landscape of the sea clay area north of Dokkum makes way for a semi-closed, so-called coulisses-landscape.

The alternation between open areas, alder-lanes and small pieces of woodlands provides the area with its unique own charm. It is obvious that it is designated as part of the Dutch National Landscape "De Noordelijke Friese Wouden"

The area was inhabited on the higher sand ridge as early as 4000 BC. However, due to rising sea levels, the area changed over the centuries into an inaccessible bog area. From around the year 1100 the area was developed from the northern sea clay area. Across the north-south oriented subdivision, a series of villages emerged on the original sand ridge: Driesum, Wouterswoude, Dantumawoude, Murmerwoude, Akkerwoude, and Rinsumageest. The last three were merged in 1971 into the village of Damwoude. ’Dam’ is constructed of the three initial letters of the original villages.

The Dokkumer Wâlden is a paradise for everyone who loves peace, nature and landscape beauty. Nevertheless, all facilities for a pleasant stay are present. The area also has a lot to offer in terms of cultural history: medieval churches, windmills, the nearby fortified town of Dokkum, the Cihorei Museum De Sûkerei, etc. The Dokkumer Wâlden are ideal for exploring by bike or on foot. Canoe enthusiasts can visit the Valomstervaart, which forms the southern boundary of the area and provides access to the peat area west of the De Dokkumer Wâlden.

The southwestern tip of the Frisian mainland is an intriguing region. By the car, it is an area hard to reach. And the Sneek - Stavoren train also doesn’t carry large crowds of people either. It is therefore a beautiful, tranquil area. The soothing peace of today stands in stark contrast to the turbulent and busy past.

Already in 991 Stavoren was looted by the Normans. Apparently it was already a prosperous, rich city at that time. Thanks to its strategic location on the Zuiderzee, Stavoren had even become the most important city in Friesland in the thirteenth century. When the Dutch count Willem IV wanted to conquer Stavoren in 1345, he ordered a part of his fleet to land north of the town. The rest of the army landed at Laaksum and would advance to Stavoren via Warns. The battle that ensued later became famous as the Battle of Warns, which ended in a miserable defeat for the Dutch and the death of Count Willem. The road from Scharl to Warns, along which the Dutch knights faced their demise, was called ’the ferkearde wei’ (the wrong way) until well into the twentieth century and is still popularly referred to this among the locals. At the monument on the Red Cliff a boulder with the text "Leaver dea as slave" (rather dead than slave), the battle is commemorated every year on the last Saturday of September.

Stavoren experienced periods of great wealth, but also of decline and downturn. The latter is the subject of the beautiful saga of "het Vrouwtje van Stavoren". (the lady of Stavoren) At the old harbor there is a statue of this haughty, rich widow who, as the story goes, has the origins of the Women’s Sands on her conscience: a shallow area off the coast that hindered shipping and would, therefore, be the cause of the decline of the town.

At the beginning of the nineteenth century, Stavoren was little more than a minor fishing village. A new impulse was the rail connection with Sneek (1885) and especially the ferry service at Enkhuizen, which started a year later. In 1888 a collision took place between the two steamboats "Friesland" and "Holland". This time ’victory’ was for Holland: the "Friesland" miserably disappeared into the waves. In 1899, the first of three steam ferries were put into operation onto which train wagons could be driven. In 1916, a peak year for the ferries, no fewer than 340,000 passengers and 43,000 freight cars were transported.

Nowadays Stavoren is a dormant, beautiful IJsselmeer town that comes alive especially in the summer thanks to water sports tourism. But also for non-boat people, the town is more attractive. Taste the unique atmosphere while walking. Come and visit Atelier Basalt, Kunsthuis Stavoren or Galerie De Staverse Jol. Or take a look at Toankamer ’t Ponthûs. And if you still want to get on the water, make a crossing to Enkhuizen with the current tourist ferry service. Also, the neighbouring Molkwerum and Warns used to be prosperous places thanks to trade and shipping. Because of the "islands" on which it was built, Molkwerum was long known as the ’Frisian Maze’ or ’Venice of the North’. Another nickname was "Heksenhol", which refers to the women whose men often stayed at sea for a long time. The village was known for trade in swan-brine meat and had its own representation in Amsterdam. Since 1916, the famous Molkwarder Koeke has been made in the village, a specific Frisian delicacy. Nowadays there is an Antiquity room with a tea-house in the original bakery Warns still has a number of so-called ’big skipper houses’. Nowadays, it is mainly pleasure boaters who have the village as their home port. There are various tourist accommodation options and a number of studios and galleries.

Besides the rich and turbulent history and the current tourist facilities, the area is also, and perhaps especially, worth a visit because of the beautiful landscape, nature and tranquility. The high-lying Red Cliff, the picturesque harbor of Laaksum, the low-lying Sudermarpolder, the former sea dike, the Mokkebank nature reserves and the "Bocht van Molkwar" and the vast IJsselmeer, which the locals still call "the See" for good reason. All that forms the beautiful backdrop in which you can enjoy a wonderful time.

Friesland: undoubtedly the most idiosyncratic province of the Netherlands. And according to many, also the most beautiful. It is obvious that Friesland is visited by hundreds of thousands of tourists every year. Although it can be quite busy in some places in the summer season, Friesland is generally synonymous with space and tranquility. Nowhere in the Netherlands will you find such a wide variety in landscapes as in Friesland. The impressive tidal area of ​​the Wadden Sea, the Wadden Islands with their endless sandy beaches, the beautiful, still largely undiscovered "terpengebied", the unique scenic landscape of the Northern Frisian Forests, the forests in the southeast of the province and in the breathtaking sloping Gaasterland, the beautiful IJsselmeer coast and of course the famous Frisian Lakes.

The beautiful, varied landscape goes side by side with a rich and varied nature. Four out of a total of twenty National Parks are (partly) in Friesland: Schiermonnikoog, the Lauwersmeer area, the Âlde Feanen and the Drents Friese Wold. And the entire wadden region was even recognized by UNESCO as a world heritage site in 2009. In addition to those large areas, Friesland also has numerous small scenic jewels, which are managed by It Fryske Gea or Natuurmonumenten. The rich cultural history is visible and palpable almost everywhere in Friesland: mounds with ancient medieval churches, old dikes, mills, pumping stations, peat excavations, canals, waterways and the renowned Frisian Eleven cities. In addition, Friesland has numerous small-scale and often very charming museums that illuminate the local history in an original way.

But Friesland has more to offer than just past and rich heritage! Museums for contemporary art, galleries, sculpture gardens, etc. Festivals in Friesland? Choose: music, theatre, opera ... Events in Friesland? The Elfstedentocht, the Sneekweek, kûtsjesilen or the PC, the Wimbledon of "kaatsen"... But there are many other events in Friesland, large and small.

Friesland: the most diverse and complete province of the Netherlands. Friesland has something on offer to everyone: young, old, families with children, lovers of tranquility and space, but also those who want a little more action. Friesland is everything: beautiful landscapes, beautiful nature, a rich culture, plenty of activity and a friendly atmosphere. And in Friesland everything is possible: cycling, walking, shopping and good food; boundless sailing, sailing, rollerblading or horse riding; lazing on the beach, kite surfing, yachting and swimming; ice skating, ice sailing, eating ice cream, having a drink on a terrace ...

Welcome to Friesland!

Hindeloopen is a remarkable city and thanks its richness to seafaring. However, the city did not have a harbour. The settlement became a city due to the mercantile marine for especially the traders from Amsterdam. Hindeloopen took part in the Hanze alliance which resulted in a flourishing business with Scandinavia, the Baltic countries and England since the 14th century.

Hindeloopen is surrounded by the old Zuiderzeedijk. Near the small harbour is the rescue shed of the KNMR. When walking further, one can see the irregular buildings and a crisscross of streets, waters and alleys. The commander houses possess sophisticated front walls with mostly two horizontal masonry braid structures in the colours red and yellow. The most beautiful commandant house can be found on the corner of the Neighbors and the small canal of the Nieuwe Weg. Houses built in the same style are along the Nieuwstad. For instance, on the corner of the Nieuwstad and the Meenscharsteeg. A building named Irene was built in 1714 and has been rebuilt in 1930. At the Meenscharswiken are still a few ‘likhuzen’, which are small summer houses where families lived in times when captains and skippers were at sea. Another interesting aspect of Hindeloopen is the interior painting art. For instance, a house on the Nieuwe Weide 14 shows wall paintings of among other things the folkloric costumes of Hindeloopen. Hindeloopen is famous for its traditions. The folkloric costumes is still worn by special happenings.The inhabitants have their own language with even their own vocabulary. Regarding this, the street name signs are bilingual. The culture of Hindeloopen is exposed in the Museum Hidde Nijland in the former city hall that was built in 1682. Guests visiting the museum can admire the remained old carve and painting art based on Renaissance decoration patterns. The reformed church is established on the western edge of the city and is rebuilt in 1632 into a bigger building.The biggest house of Hindeloopen is the former city hall standing on the corner of two canals along the Nieuwe Weide. This eminent building was built in the style of Lodewijk XVI in the late 18th century. The post-war city expansion took place in the south of Hindeloopen. Nowadays, a new recreation harbour in the north of Hindeloopen is established.

This unique city accommodates different shops, terraces and two museums. One of them is the First Frisian Ice-skating museum which is worth visiting. One can discover the many treasures of Hindeloopen and surroundings by foot, bike or car. Nature, marvelous landscapes and peace, Hindeloopen has it all!

Harlingen is de enige echte zeehavenstad van Friesland. Toen de Zuiderzee  grotendeels afgesloten werd met de afsluitdijk en veranderde in het IJsselmeer hadden de "concurrerende" zeehavensteden zoals Makkum, Workum, Hindeloopen en Stavoren het nakijken. Harlingen heeft zich daarna destemeer ontwikkeld als zeehaven. Het is de vertrekplaats van de boot naar Terschelling en Vlieland. Hierdoor is het sowieso in Harlingen het hele jaar rond druk met vakantiegangers. Veel daarvan zijn op doorreis naar de eilanden maar ze zouden net zo goed iets langer aan de vaste wal in Harlingen kunnen blijven. Wat te denken van de fantastische monumentale binnenstad met historische wandelroutes. De nieuwe en de oude haven. De tientallen historische schepen van de "bruine vloot". De ambachtelijke bedrijven zoals Havenbrouwerij het Brouwdok. De evenementen zoals de Kerstmarkt in de Zoutsloot of de Tallships-Races-Harlingen. Kortom, plan je een reisje naar Terschelling of Vlieland, blijf dan ook gerust even hangen in Harlingen. Je krijgt er geen spijt van. Hieronder nog veel meer informatie over Harlingen. De stad Harlingen heeft groei en bloei aan de zee te danken. Het was aanvankelijk een buurschap van vissers en schippers die bij het kerkdorp Almenum hoorde. In 1234 zou Harlingen stadsprivileges hebben gekregen. Handel op Engeland, Hamburg, Scandinavië en andere Oostzeelanden bracht voorspoed. In 1500 werd een eerste haven gegraven. In de tweede helft van de 16de eeuw groeide de stad explosief: zij verviervoudigde in oppervlak, er kwam een vesting omheen en werd voorzien van een tweede ruime binnenhaven. De rijkdom drukte de stad uit in fraaie stadspoorten in renaissancestijl en een stadhuis. De poorten zijn in de 19de eeuw gesloopt. Er kwam een reeks eveneens indrukwekkende ijzeren bruggen voor in de plaats. Aan de Voorstraat staat de 16de-eeuwse raadhuistoren die vaak is vernieuwd. Hij draagt de patroonheilige van de stad, Sint-Michaël. De aartsengel staat ook in de voorgevel van het stadhuis aan de Noorderhaven dat in 1730 door stadsbouwmeester Hendrik Norel in barokstijl is verbouwd. Aan de zuidzijde van de Noorderhaven staat een aantal pakhuizen, zoals het in oorsprong 17de-eeuwse pakhuis Java, met een fraaie tuitgevel uit de 17de eeuw, en een huis met een trapgevel uit 1694. Het pronkje is het pakhuis bij de Roepersteeg met een trapgevel en gevelstenen met Venus, Ceres, Bacchus en Aeolus. Aan het einde van de Noorderhaven ligt de Grote Sluis die oorspronkelijk uit 1524 dateert, maar daarna verschillende malen is vernieuwd. Op de landhoofden vier schildhoudende leeuwen met stadswapen geplaatst. Aan de noordzijde van de Noorderhaven staan veel voorname woonhuizen en indrukwekkende pakhuizen. Een pand heeft een verrassing op het dak, want de dakkapel wordt geflankeerd door Neptunus en Mercurius. Verder staat er een pand met een bekroning met een gevelbreed fronton waarop voorstellingen van handel en scheepvaart. Ten noorden van de Noorderhaven ligt de kleine Zoutsloot als waterader van de regelmatige stadsuitbreiding uit het einde van de 16de eeuw. De schilderachtige grachtenhuizen uit de 17de en vooral 18de eeuw zijn systematisch gerestaureerd, ook de bescheidener exemplaren. Aan de oostelijke binnenstadsrand ligt de Engelse Tuin, het stadspark dat vanaf 1843 werd aangelegd op de deels afgegraven vestingwallen, want die waren als werkgelegenheidsproject ontmanteld. Het Franekereind bezit op de kaden een keur aan gevarieerde monumentale panden, onder meer het Heerenlogement en het hoekpand aan de William Boothstraat met een 18de-eeuwse ingangspartij, de fraaiste van Harlingen. De oudste toren van Harlingen, die van de Grote Kerk of de Dom van Almenum dateert al uit het einde van de 12de eeuw. Het is de tufstenen toren van het oude dorp Almenum. De kerk werd in de 18de eeuw op initiatief van het stadsbestuur afgebroken. Er kwam in 1772- "75 een nieuwe kerk achter de toren, een zeer hoge kruiskerk. Het eenvoudige gebouw is gemetseld van gele steentjes, ongetwijfeld uit een Harlinger steenbakkerij. Inwendig is in een groots versieringsschema in Lodewijk XVIstijl de excellente kansel- en orgelpartij van A.A. Hinsch met snijwerk van J.G. Hempel het hoogtepunt. Voorbij de oude (gedempte) waterlopen Lanen en Schritsen strekt zich de in 1597 gegraven Zuiderhaven uit. Aan de zuidzijde lagen ooit de werven van de Friese admiraliteit. De noordzijde wordt gedomineerd door de Sint-Michaëlskerk, een grote neogotische kruisbasiliek (1881) met een hoge toren die het silhouet van de stad samen met die van de Grote Kerk in sterke mate bepaalt. Aan de Grote Bredeplaats prijkt een van de mooiste pakhuizen: ‘De Blauwe Hand’. Aan de Voorstraat staat een verscheidenheid aan monumentale panden, onder meer dat van museum het Hannemahuis waarin de geschiedenis van de stad wordt gepresenteerd. Harlingen heeft lang gevangen gezeten binnen de stadsgrachten, maar in de 20ste eeuw zijn er stadsuitbreidingen gekomen. Eerst in het oosten (begin van de eeuw) en noordoosten (vanaf jaren twintig) en later ook in het zuiden (meteen na de oorlog), spoedig gevolgd met uitgestrekte wijken aan de andere zijde van de autoweg N31. Aan de zeezijde kwamen achtereenvolgens Voorhaven, Nieuwe Willemshaven, Visserijhaven en Industriehaven tot stand. Recent kon een tweede, grote industriehaven in de Riedpolder worden gegraven.


0 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65 | 66 | 67 | 68 | 69 | 70 | 71 | 72 | 73 | 74 | 75 | 76 | 77 | 78 | 79 | 80 | 81 | 82 | 83 | 84 | 85 | 86 | 87 | 88 | 89 | 90 | 91 | 92 | 93 | 94 | 95 | 96 | 97 | 98 | 99 | 100 | 101 | 102 | 103 | 104 | 105 | 106 | 107 | 108 | 109 | 110 | 111 | 112 | 113 | 114 | 115 | 116 | 117 | 118 | 119 | 120 | 121 | 122 | 123 | 124 | 125 | 126 | 127 | 128 | 129 | 130 | 131 | 132 | 133 | 134 | 135 | 136 | 137 | 138 | 139 | 140 | 141 | 142 | 143 | 144 | 145 | 146 | 147 | 148 | 149 | 150 | 151 | 152 | 153 | 154 | 155 | 156 | 157 | 158 | 159 | 160 | 161 | 162 | 163 | 164 | 165 | 166 | 167 | 168 | 169 | 170 | 171 | 172 | 173 | 174 | 175 | 176 | 177 | 178 | 179 | 180 | 181 | 182 | 183 | 184 | 185 | 186 | 187 | 188 | 189 | 190 | 191 | 192 | 193 | 194 | 195 | 196 | 197 | 198 | 199 | 200 | 201 | 202 | 203 | 204 | 205 | 206 | 207 | 208 | 209 | 210 | 211 | 212 | 213 | 214 | 215 | 216 | 217 | 218 | 219 | 220 | 221 | 222 | 223 | 224 | 225 | 226 | 227 | 228 | 229 | 230 | 231 | 232 | 233 | 234 | 235 | 236 | 237 | 238 | 239 | 240 | 241 | 242 | 243 | 244 | 245 | 246 | 247 | 248 | 249 | 250 | 251 | 252 | 253 | 254 | 255 | 256 | 257 | 258 | 259 | 260 | 261 | 262 | 263 | 264 | 265 | 266 | 267 | 268 | 269 | 270 | 271 | 272 | 273 | 274 | 275 | 276 | 277 | 278 | 279 | 280 | 281 | 282 | 283 | 284 | 285 | 286 | 287 | 288 | 289 | 290 | 291 | 292 | 293 | 294 | 295 | 296 | 297 | 298 |