Deel:

|


Van Veenklooster naar Veenwouden

De streek tussen Veenklooster en Veenwouden is een geheel eigen stukje Friesland. Nergens in de provincie tref je in zo’n klein gebied zoveel dorps- en streeknamen die verwijzen naar het (oorspronkelijke) landschap. Het gebied ligt grotendeels op de ’zwaag’ van Kollum (Kollumer-zwaag), een keileemrug op de grens van een hoger gelegen gebied en lagere veengebieden ten noorden en westen daarvan. In dat veengebied is, op een hoger gelegen zandrug, Veen-wouden ontstaan. Zwaag-westeinde ligt op op het westelijke einde van de zwaag. Iets ten zuidoosten daarvan ligt Zwager-bosch en ten zuiden dáárvan Twijzeler-heide. Ook de naam Zandbulten laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Helemaal in het oosten ligt tenslotte Veen-klooster.


De naam Veenklooster verwijst naar een vrouwenklooster dat hier in de dertiende eeuw vanuit Dokkum gesticht werd, De Olijfberg. In de zeventiende eeuw is op het kloosterterrein Fogelsanghstate gebouwd en een groot park aangelegd. De boerderijen en dienstwoningen rond de state hoorden van oorsprong ook bij het landgoed. Het dorp is één van de zeer weinige in Friesland zonder kerk. Ook de structuur van het dorp is uiterst zeldzaam in Friesland: je waant je bijna in een Drents brinkdorp. Al met al is deze, nog onontdekte, toeristische parel een bezoek meer dan waard.


Ten westen van het bosrijke Veenklooster ligt het voor de Noordelijke Friese Wouden kenmerkende coulissenlanschap: een kleinschalig, halfopen landschap waar de percelen worden begrensd door elzensingels en zogenaamde ’dykswallen’. Hier en daar staan nog de karakteristieke, miniscule ’wâldhúskes’, die eind negentiende, begin twintigste eeuw langzamerhand de plaggenhutten van de turfstekers vervingen.


Door het gebied loopt de spoorlijn van Groningen naar Leeuwarden, die in 1866 in gebruik werd genomen. De trein stopt onder meer in Veenwouden, dat ook een bezoekje waard is. Hier staat de rond 1300 gebouwde Schierstins, een versterkte stenen woontoren. Het is de de enige bewaard gebleven middeleeuwse torenstins in Friesland.


En als u dan toch in de buurt bent, neem dan ook even een kijkje in het schilderachtige Veenwoudsterwal, dat net ten zuidwesten van Veenwouden ontstaan is als veenkolonie. Hier is de sfeer van de negentiende eeuw nog bewaard gebleven. De vaart door het dorp is de grens tussen de gemeenten Dantumadeel en Tytsjerksteradiel. Het dorpje is een prima uitvalsbasis voor kanotochten in het veengebied ten noorden van Veenwouden.

Colofon

FrieslandWonderland


© Tekst: - © Foto voorblad: FrieslandWonderland

Van Veenklooster naar Veenwouden
©: FrieslandWonderland



Ook interessant


Feanwâldsterwal is een prachtig klein dorpje zuidwestelijk van Feanwâlden. De schoonheid van het dorp wordt vooral gekenmerkt door de smalle vaart die naast de hoofdstraat van het dorp "De Wâl" loopt. De aanliggende woningen hebben allemaal een eigen bruggetje.

Waar "De Wâl" overgaat in "It Oare Ein" ligt de kern van het dorp gemarkeerd door een fraaie brug en hotel en eetcafé 't Dûke Lûk. Hier kun je bootjes en kano's huren en dat is niet onlogisch. Feanwâldsterwal ligt namelijk aan de rand van een van de mooiste aaneengesloten kleine natuurgebieden in Friesland, It Butenfjild, De Looden Hel en De Houtwiel. Het laatste natuurgebied is de laatste jaren naar een hoger niveau getild vanwege de aanleg van de Centrale As (N356), de voor het gebied enigszins "oversized" maar o zo gewaardeerde autoweg tussen Nijega en Dokkum. Bij het dorp De Falom is notabene een "luxe" flyover gebouwd zodat flora en fauna ongestoord  kan doorgroeien en doorlopen tot aan het dorp De Westereen.

De aaneengesloten natuurgebieden verklappen het ontstaan van Feanwâldsterwal. Het zijn laagveengebieden en Feanwâldsterwal dankt haar bestaan aan de ontginning van dit laagveen. Al in de 15e eeuw werd dit ontgonnen door de Schiere Monniken afkomstig van de Schierstins in buurdorp Feanwâlden, behorende bij het klooster Claerkamp in Rinsumageest. In latere tijden werd dit zware werk op meer industriële schaal voortgezet door doorgewinterde veenarbeiders uit Giethoorn die naar de Friese veenkolonie kwamen. Zij wisten wel raad met het laagveen en lieten een duidelijk stempel achter op het gebied, én het dorp. Daarom wordt Feanwâldsterwal nu ook wel het "Giethoorn van Friesland" genoemd.

Beide dorpen hebben trouwens nog iets opmerkelijks gemeen, de verdwenen melkfabrieken. In beide dorpen zijn ze ten prooi gevallen aan het toerisme zou je kunnen zeggen. Die van Giethoorn is gesloopt of onherkenbaar tussen restaurants en bootverhuurders. Die van Feanwâldsterwal, genaamd Zuivelfabriek Freia, is steen voor steen afgebroken en opnieuw opgebouwd in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. Ik zie het als de verloren zoon van Feanwâldsterwal, gelet op de naam Freia zou je wellicht van dochter moeten spreken maar dat onderscheid laat ik aan de lezer.


Nieuwe encyclopedie van Fryslân voor slechts € 29,90 incl. verzenden!

Bijna 8 kilogram aan kennis over Friesland! Wees er snel bij want op is op.

De Nieuwe Encyclopedie van Fryslân is een onmisbare aanvulling in de boekenkast voor iedereen die gek is van Fryslân en meer wil weten van deze provincie. Op 15 september 2016 verscheen de vierdelige encyclopedie die rond de 3000 pagina’s telt, 11.000 trefwoorden bevat en ruim 8 kilo weegt. De encyclopedie staat bomvol actuele kennis over Fryslân en is een echte pageturner geworden.

Voor al diegenen die dit standaardwerk over Fryslân altijd al hadden willen hebben! Nu voor een wel heel speciaal prijsje! Maar let op! Op = Op!