Steun deze website

Deel:

|


Dokkum

Dokkum, bekend van Sonnema Beerenburg, Admiraliteitsdagen, keerpunt van de Elfstedentocht en Bonifatius. Inmiddels is er een stadbrouwerij die Bonifatius bier en bitter maakt. Maar Dokkum is natuurlijk veel meer dan deze handvol met feiten. Het is een stad gebouwd op een terp. Pontificaal bovenop deze terp staat de Grote kerk. Een imposant gebouw, zeker aan de binnenkant ook het bekijken waard. Naast deze kerk de bijzondere IJsfontein. Zowel 's zomers als 's winters bekleed met ijs.

Dwars door de stad koppelt het Dokkumer-Grootdiep voor het monumentale voormalige gemeentehuis aan de Dokkumer-Ee naar Leeuwarden. Stadsgrachten rondom de stad met bolwerken en molens vormen het beeldmerk. De bolwerken lenen zich voor een fijne avondwandeling. Voldoende terrassen, restaurants en accommodaties, en meer dan voldoende winkelaanbod completeren het royale aanbod van Dokkum.

Dokkum is verder de perfecte uitvalsbasis voor de regio Noordoost-Friesland. Zeker als je een fiets tot je beschikking hebt. Als je naar het Noorden fietst kom je in een landschap terecht dat door de millennia heen gevormd is door de zee. De grondsoort is er vooral zeeklei. Omdat er in eerste instantie geen noemenswaardige zeedijken waren om het land te beschermen tegen overstromingen werden terpen gebouwd in het gebied. De terpen van Bornwird, Aalsum en Wetsens zijn prachtige voorbeelden. In de negentiende eeuw zijn de meeste terpen in Friesland deels afgegraven vanwege de vruchtbare terpgrond die elders goed kon worden gebruikt. De bewoners verkochten letterlijk de grond van onder hun voeten.

De terpen die je nu in het landschap aantreft hebben vaak een relatief steile zijkant, zeker de hiervoor genoemde drie. Net voldoende flauw om niet in elkaar te storten. Dat geldt zeker voor de Middeleeuwse kerken die er bovenop staan.

Hoe verder je naar het Noorden rijdt hoe vlakker en opener het gebied wordt. je komt dan in een akkerbouw gebied waar veel aardappelen worden geteeld en grote boerderijen staan. In Metslawier staan een aantal "kasachtige" gebouwen in het landschap naast de molen van het dorp. Hier zetelt een wereldvermaard aardappelveredelingsbedrijf. Hier weet men echt alles van aardappelen en delegaties van over de hele wereld komen dan ook naar Metslawier om de kunst van het aardappeltelen af te kijken. Bij Metslawier ben je al dicht bij de zeedijk en loont het de moeite om door te rijden naar sfeervolle voormalige vissersplaatsjes als Paesens, Moddergat of Wierum of zelfs het Lauwersmeergebied.

Als je vanuit Dokkum naar het Zuiden gaat kom je in een heel andere wereld, de Dokkumer-Wâlden. Uniek in dit landschap zijn de elzensingels. Rijen met bomen die een natuurlijke scheiding vormen van de kleinschalige landerijen. Met noemt het ook wel een coulissenlandschap. Terpen vind je hier niet meer want het landschap ligt beduidend hoger dan het gebied Noordelijk van Dokkum. Je komt via dorpen als Damwâld, Broeksterwâld, De Falom en Feanwâlden. Het natuurgebied De Houtwiel, tussen Broeksterwâld en Feanwâlden is een aanrader voor natuurliefhebbers. Er loopt een prachtig fietspad dwars doorheen. En als je dan toch in de buurt van Feanwâlden bent, fiets dan nog even door naar Feanwâldsterwâl. Een authentiek gebleven dorpje aan een kleine gracht met aan het eind het legendarische café 't Dûke Lûk. Tegenwoordig is het ook een hotel trouwens.


Meer over dit onderwerp


Dokkum is een van de oudste steden van Friesland. In 754 werd de Angelsaksische missionaris Bonifatius bij Dokkum vermoord. De martelaarsplaats trok vroeg bedevaartgangers. De terpnederzetting had dankzij het Diep een open verbinding naar zee en ontwikkelde zich voorspoedig als handelsplaats. In de 11de eeuw mocht Dokkum munt slaan. Aan het eind van de 13de eeuw had het een eigen stadsbestuur. In de 15de eeuw kwamen er wallen en aan het eind van de 16de eeuw was het een regelmatige gebastioneerde vesting. De vestingwallen zijn al sinds lang in gebruik als ‘stadswandeling’. De nagenoeg regelmatige zeshoek met op de hoeken dwingers is goeddeels gereconstrueerd. Aan de oostzijde zijn de wallen laag, maar het Noorder-, Parkster- en vooral het Westerbolwerk hebben hoge wallen waar de Dokkumers zich veilig achter voelden. Op de westelijke dwinger en Zuiderdwinger verheffen zich molens. Het zijn achtkante bovenkruiers op hoge onderbouwen met stellingen. Zeldenrust, een koren- en pelmolen, dateert uit 1862 en korenmolen De Hoop is van 1849.

De Zijl midden in Dokkum is een brugplein: er heeft een sluis gelegen uit 1583 die in 1757 nog eens is vernieuwd. Aan de Zijl staat het oude stadhuis aan de Suupmarkt. De kelders herinneren aan een vroegere stins. In 1608 is hier een rijk vormgegeven stadhuis opgetrokken. Het is omstreeks 1800 verbouwd tot het strenge uiterlijk van thans. Uit de renaissancetijd resteert een schitterende schouw en het verweerde Justitiabeeld. De raadzaalvleugel kwam in 1763 tot stand. Uitwendig eenvoudig, maar inwendig in charmante rococostijl met grote allegorische schilderingen. Aan de zuidwestzijde van de Zijl staat een drietal fraaie panden uit 1622. Het hoekpand bezit aan beide zijden een traptop. Het pand ernaast heeft verdiepte vensternissen en het derde, het smalste, heeft de fraaiste versieringen boven de vensters: accoladevormen in maniëristische stijl.

Het Admiraliteitshuis, thans museum, staat een beetje verstopt tussen Diepswal en Oosterstraat. De Friese admiraliteit werd in 1597 in een stins gehuisvest en in 1618 kwam er nieuwbouw. Het is intussen wel gewijzigd. De van rode steen gemetselde gevels zijn verlevendigd met zandstenen details en sierankers. Aan de tuinzijde staat de oorspronkelijke toegangspartij. Het waaggebouw staat midden op de Grote Breedstraat, een twee lagen hoog vrijstaand bouwwerk dat is versierd met pilasters en kuifstukken met de wapens van Dokkum en Friesland.

Vanaf het Diep is in de Hoogstraat het hoogteverschil van de terp goed te merken. Halverwege staat de in 1869 door P.J.H. Cuypers ontworpen neogotische rooms-katholieke Sint- Martinuskerk die ook nog toegewijd is aan Bonifatius en Gezellen. Aan de zuidoostzijde van de Markt staat de hervormde kerk. Zij is in de 15de eeuw ter vervanging van een oudere gebouwd. Schip en beuk zijn inwendig met ronde kolommen van elkaar gescheiden. Het kerkelijke meubilair is gesierd met overdadig rococo snijwerk. Aan de andere zijde van de recent heringerichte Markt staan twee liefdadige instellingen naast elkaar. Het voormalige Weeshuis is door zijn eigenzinnige neoclassicistische uiterlijk het opvallendst. Het in 1839 gestichte Sint- Laurentiusgasthuis is in zijn architectuur rustiger. Aan de Legeweg staat achter de rooilijn het plechtige neoclassicistische front van de kerk (1852) van de Verenigde Christelijke Gemeente, een broederschap van doopsgezinden en remonstranten. De voornaamste huizen staan aan de kaden van Grootdiep en Kleindiep, maar ook aan de Grote Breedstraat, Hogepol, Legeweg en Koornmarkt zijn verzorgde woningen te vinden.

Vlak ten zuiden van de binnenstad ligt de met legenden omgeven Bonifatiusbron die in 1884 een pomp met siervaas kreeg. In 1925 werd bij de bron een uitgestrekt processiepark aangelegd en er kwam in 1934 een deels overkapte kapel tot stand in neo-romaanse stijl. Dokkum zat tot aan het begin van de 20ste eeuw klem tussen zijn wallen. De vroegste volkshuisvesting vond in de binnenstad plaats. Na enige annexatie kon de zuidelijke uitvalsweg Woudweg gestalte krijgen met reeksen gevarieerde villa’s en burgerwoningen met ook het fraaie volkshuisvestingscomplex van het Bonifaciusplein en omgeving. Na de oorlog is Dokkum aan alle zijden flink uitgebreid, vooral aan de noord-, zuidoost- en oostzijde.

Locatie

Dokkum

Colofon

FrieslandWonderland

Uitgeverij: NoordBoek - Auteur: Peter Karstkarel


© Tekst: - © Foto voorblad: FrieslandWonderland

Dokkum
©: FrieslandWonderland

Mogelijk ook interessant voor u.



Ook interessant


Alle elf Friese steden hebben in 2018 een stadsfontein gekregen in het kader van Leeuwarden Culturele hoofdstad. Elf stadsfonteinen ontworpen door evenzovele internationale kunstenaars van naam en faam. De fonteinen staan er inmiddels dus al meer dan vier jaar.

Hoewel er in 2018 best wel wat gemor is geweest over de kosten, de te kiezen locatie en, in geval van de Dokkumer IJsfontein, de opwekking van de benodigde energie, zijn de fonteinen uiteindelijk opgenomen in het hart van menig Fries. Ze horen nu net zo bij de Friese steden als de Oldehove bij Leeuwarden, De Waterpoort bij Sneek, het planetarium bij Franeker en de Broerekerk bij Bolsward.

Ik kom tot deze conclusie omdat ik regelmatig de Love-fontein in Leeuwarden bezoek. Twee metershoge gezichten die elkaar aanstaren en bij windstil weer gehuld zijn in kunstmatige mistvlagen. Ik kom hier niet zozeer vanwege de fontein zelf maar als vaste “pleisterplaats” tijdens een fietstochtje. De fontein in Leeuwarden staat voor het treinstation midden in een mooi onderhouden gazon met rondom bankjes van beton en hout. Het is er altijd gezellig druk. Halers en brengers rijden af en aan en niet alleen voor treinreizigers. Ook rijinstructeurs gebruiken het plein om lesrijders op te pikken en weer af te leveren.

Het is opvallend hoeveel mensen van de fontein een foto van maken, een selfie of zelfs een vlog. Zoveel “media-aandacht” voor een fontein maakt nieuwsgierig. Bij navraag blijkt dat zowel toeristen als inwoners van Friesland bezig zijn met een persoonlijke elffonteinentocht. Ze bezoeken ze stuk voor stuk per fiets, auto of motor, maken foto’s voor een eigen verzameling en kiezen een persoonlijke favoriet.

Nu nog een stempelkaart.