FrieslandBlog

Onderstaande vensters komen van FrieslandBlog. Wilt u ook schrijven over Friesland, meld u dan aan via het contactformulier.

De afsluitdijk mag wat mij betreft worden gezien als een wereldwonder. In 1932 werd het laatste stukje van deze fenomenale dijk gerealiseerd. Daarmee werd de Zuiderzee definitief afgesloten van de Waddenzee waardoor het IJsselmeer ontstond. Ingenieur Lely was het meesterbrein achter deze waterstaatkundige ingreep. 

De laatste jaren wordt er hard gewerkt aan de afsluitdijk zodat deze weer tientallen jaren vooruit kan om Nederland te beschermen tegen het wassende water.

Sinds een paar maanden zijn delen van de Afsluitdijk weer toegankelijk voor het publiek waaronder de parkeerplaats bij het standbeeld van Ingenieur Lely. Ik was er een paar weken geleden. Eindelijk kon ik het resultaat bewonderen vanaf de kant van de Waddenzee en ik was blij verrast. Wat ik vooral zag was een prachtig vers geasfalteerd tweebaans fietspad. Buitendijks wel te verstaan en niet zoals eerder binnendijks. Daarnaast in lange rijen duizenden blokken van beton. Deze lagen als ouderwetse basaltblokken tegen elkaar geklemd met net voldoende ruimte voor gras en ander klein groen.

Sommige betonblokken staken in rijen van twee uit boven de rest, als waren het tanden in een oneindig grote kaak. Je zou ze best "watertanden" kunnen noemen. Ze zijn bedoeld om bij storm en ontij de golven te breken. Watertanden in figuurlijke zin geldt voor het fietspad. Ik weet zeker dat, zodra het voor het publiek geopend wordt, er een horde sport- en racefietsers klaar staat om het toe te voegen aan het wekelijkse trainingsrondje.

Heeft u soms ook het gevoel dat verval mooi kan zijn? Een vervallen schuur, een scheefgezakte gevel, afbladderende verf. Paddenstoelen op de bast van een eens majestueuze beukenboom die ten dode is opgeschreven. Herfstkleuren en vallende bladeren. Een dergelijke schoonheid doet zich voor in Terkaple.

Terkaple is een klein dorp onder de rook van Joure. Het heeft een mooi oud kerkje, een rustiek ijzeren bruggetje, een markant voormalig schoolgebouw, een bungalowpark en een kleine jachthaven annex bootverhuur genaamd Heerenzijl.

Bij deze jachthaven annex bootverhuur staat een oude boerderij met vervallen voorhuis. Ik passeer het gebouw regelmatig en verbaas me iedere keer weer dat het voorhuis nog niet is ingestort. Ieder jaar zakt de gevel namelijk iets meer uit het lood. Steeds meer stukken van de muur ontbreken. Ramen zijn kapot. Vitrages rafelen zich kapot omdat ze langs de scherpe randen van het glas heen en weer bewegen in de wind.

Ik heb er met gemengde gevoelens foto's van gemaakt. Vooral de vervallen deur is een plaatje. Achter deze deur hebben generaties gewoond en gewerkt, gevloekt en gezongen, kinderen gespeeld, gelachen en gehuild.

De vervallen deur heeft de sfeer en de kleuren van een stilleven in olieverf geschilderd door een oude meester. Hij heeft er in roestbruin en zwartgrijs een gietijzeren levensboom boven gehangen. Het hangt losjes in het totaal verrotte  kozijn in diverse tinten groen en grijs en wit. Een zuchtje wind en het is gedaan met de levensboom en dit fraaie "schilderij".

Bij Makkum en Breezanddijk staat een van de grootste windparken van Friesland pontificaal in het IJsselmeer. Het heet Windpark Fryslân. Ze hebben er, ter lering en vermaak, een speciale website voor gemaakt waarop je van alles kunt lezen over het windpark. Zo lees je dat het bestaat uit 89 windturbines bijna 150 kilometer kabel, een transformatorstation en een natuureiland. Het laatste was me nog niet opgevallen moet ik eerlijk bekennen. Ik zal de volgende keer beter opletten als ik over de afsluitdijk rijd.

Persoonlijk heb ik het niet zo op met windturbines omdat ze nogal een aanslag zijn op het landschap. Volgens mij zijn er betere, mooiere en meer toekomstbestendige oplossingen, maar dat terzijde.

Wat ik wel kwijt moet is dat ik een tijdje terug iets heb gelezen in Leeuwarder Courant over hoeveel geld je wel niet kunt verdienen met windmolens. Als voorbeeld werd Windpark Fryslân aangehaald. De details ben ik vergeten maar het ging om honderden miljoenen schone winst per jaar! De provincie Fryslân pikt een graantje mee naar het schijnt. Daar gaan ze ter compensatie vast mooie dingen mee doen voor de rest van het Friese landschap. Waar het geld vandaan komt stond er niet bij. Maar hoe dan ook, het windpark legt dus geen windeieren voor de betrokken partijen.

Laat ik gisteren nou net terplekke zijn als er een gigantische regenboog neerdaalt midden in Windpark Fryslân.

Ik meen me te herinneren dat er aan het eind van de regenboog een pot met goud staat. Tsja, dat geeft te denken.

Friesland kent een rijke schaatstraditie. De Elfstedentocht op de schaats is daar de ultieme belichaming van. Van oudsher schaats men in Friesland op natuurijs. Zodra het ijs dik genoeg is gaat men al schaatsend over de vele sloten, kanalen en meren die Friesland rijk is. Bij gebrek aan vrieskou is het evenement decennialang al niet meer georganiseerd. Als ik dit schrijf is het hoogzomer en is Maarten van der Weijden bezig met zijn monster zwem-, fiets- en wandel-Elfstedentriatlon. Hij loopt over de dijk bij het IJsselmeer.

Maar terug naar het schaatsen op natuurijs. In de tweede helft van de negentiende eeuw kregen de vele Friese dorpen en steden steeds vaker een eigen ijsbaan, meestal onder beheer van een ijsvereniging of -stichting. De nu overdekte ijsbaan Thialf in Heerenveen is hierop geen uitzondering. Deze hedendaagse schaatstempel werd in 1892 aangelegd door de IJsclub Heerenveen. De Crème de la Crème van de schaatswereld verzamelt zich hier jaarlijks om wereldrecords aan te scherpen.

Veel minder in de spotlight staat de ijsbaan van Nijelamer. Ook hier worden regelmatig records gebroken, weliswaar door minder grote namen maar toch. En alleen als het voldoende vriest want de baan van natuurijs is afhankelijk van voldoende aanhoudende vrieskou.

Dat brengt me op naamgeving van de kunstijsbaan in Heerenveen. Deze heet Thialf, oftewel de "Koning van de winter". Goed beschouwd is Koning winter in Heerenveen al een tijdje op een zijspoor gezet. Zijn werk is overgenomen door zonnepanelen en koelmachines. In Nijelamer daarentegen doet hij nog steeds met enige regelmaat zijn ambachtelijke werk getuige de lange lijst met winnaars aan de muur in het monumentale voormalige gemaal nu ijsbaangebouw.

Het is zomer, Koning winter slaapt. Wat mij betreft doet hij dat in het  monumentale ijsbaangebouw van Nijelamer want in Heerenveen hebben ze hem niet meer nodig!


Uit de dorpscanons

Onderstaande vensters komen uit diverse historische canons die ontwikkeld worden op www.dorpscanon.nl

Op dit plak binne yn 1933 Albert en syn frou Foukje Brink in bakkerij anneks winkel begûn. Op hûsnr. 11 stiet ûnderwyls in oare wenning . “Altyd dy hearlike rook, benammen as der sûkerbôle bakt waard", kaam de buorfrou har yn ’t sin. Troch de wike waarden de bestellingen foar bûtenút thûs besoarge troch soan Hyltje. De bewenners yn it doarp moasten de bôle sels helje, mar krigen dan in stik koarstekoeke as beleanning mei. Dat wie in soarte fan krûdkoeke dêr ’t de bakker de kanten fan ôfsnijde om wei te jaan oan de klanten. It wurdt dêrom ek wol kantkoeke neamd.

De winkel en bakkerij wiene it klopjende hert fan it doarp. Albert en Foukje wiene echte doarpsminsken en stiene altyd iepen foar de minsken fan it doarp. Sa hat Albert Brink him ek moai wat jierren ynset as foarsitter fan doarpsbelang. De bakkerij wie ek in soarte fan doarpsromte: mei sinteklaastiid koe men sjoele en balgoaie yn ’e bakkerij. Dy tradysje giet noch altyd troch, al is it plak feroare. Bakker Brink krige as earste in telefoan. As men belje woe, koe men dêr telâne, of de bakker kaam by dy lâns as der in berjocht foar dy wie. Jo wisten net better, sa groeiden wy op en it koe bêst. It hûs bestie, útsein de bakkerij, út in wenkeamer, in koken-keamer, in sliepkeamer en in winkel. De bern sliepten boppe op ’e souder.

De oven fan de bakkerij waard earstoan ferwaarme troch it ferbaarnen fan hout en turf. Letter waard de oven ferwaarme troch middel fan in oaljebrâner. De oalje waard opslein yn oaljefetten achter de bakkerij. Yn de oarlochsjierren waarden de ruten fan de bakkerij fertsjustere en learden ûnderdûkers de doarpsbewenners it skaken.

Over de boerderij die vroeger achter het huis op Easthimmerwei 25 stond, is weinig bekend. De boerderij lag, samen met een aantal andere boerderijen op de oude Middelzeedyk. 

Het vroegste dat op schrift staat over deze boerderij is, dat hier in 1511 Hero Fongersz woont en dat de boerderij vier en veertig pondemaat en twee einsen groot is, inclusief 2 pondemaat  “Saedlant leggende, om ende om an Hero fros  huijs ende Heem“. Het weiland ligt vanaf de boerderij tot aan de Mieddyk en het “hoijland” ligt in het Meerland (Marlân). De boer moet over het Tiltsje, Suderbuursterleane, door het dorp Folsgara naar de Tsjaerddyk om bij het land te komen, aangezien er geen verbinding over de Mieddyk is. 

Hoe de boerderij er uit zag, kunnen we lezen in een advertentie van 24 oktober 1787  in de LC:

De Secretaris ADEMA, zal op Dinsdag den 30 October 1787 ’s Na demiddags om 1 Uur, in het  Waapen van Sneek by de Finale Palm slag verkopen

Een uitmuntende ZATHE en LANDEN met de Huizinge, Schure, Hovinge en wydere annexen gelegen in Folsgare, groot in het geheel, 40 een tweede Pondematen belast met 19 Floreen by JELLE PYTTERS bewoond Petry en May 1793 vry van

Huur, te huur doende boven de lasten a 222 Car. Guldens waarop per Pondem. geboden is 111 g.gls.

Jelle Pytters (Pieters) is de zoon van Pytter Jelles en Ytie Jorrits. Pytter en Ytie zijn in 1757 getrouwd in Oosthem en boeren daarna in Westhem / Wolsum. Zoon Jelle wordt geboren in 1759. In 1768 is Pytter Jelles boer onder Folsgare op de boerderij achter Easthimmerwei 25. Jelle trouwt in 1783 met Meike Beints uit Jirnsum.  Ze volgen dan Jelle zijn vader op. Verder is er weinig over de familie bekend. Na Jelle Pytters komt Yme Keimpes op de boerderij. Daarna komt deze in de verkoop.    

LC 10-12-1800:

Eene uitmuntende Vrugtdoende en zeer geryflyke ZATHE en LANDEN met deszelfs HUIZINGE en HOVINGE cum annexis, staande en geleegen onder den Dorpe Folsgara , in het geheel groot na naam 69 Pondematen alle kostelyke Greidlanden belast met 17 1/2 Stuivers Schattinge wordende by Yme Keimpes cum uxore bewoond tot St Petry en May 1801 en kan alsdan vry van Huuringe door den Koper worden aangevaard.

Walma state bestiet al salang, dat nimmen mear wit hoelang. De state stie der al foardat de âlde Middelseedyk oanlein waard. De namme seit it al “Walma state”, in state boud op de wâl (kant) fan de (Middel)see.

De pleats leit yn it deltagebiet fan de Ald Rien, lyk as it neiste buorskip Suderburen. De noardlike ôfsplissing fan de Ald Rien nei de Middelsee wurdt letter kanalisearre. Dit is de Folsgeasteropfeart. In wetterke dat hjirop út komt, is de âlde opfeart nei de pleats. By it oanlizzen fan de âlde Middelseedyk wurdt gebrûk makke fan de terpen dy’t der al binne. Walma State is ien fan de pleatsen op dizze dyk.

Walma state is fan âlds in aadlike state. De state hat fiskrjochten en rjocht op swannejacht. Op âlde kaarten stiet neist de pleats noch in wier. Yn 1511 wurdt der noch in stinsgrêft neamd.

Ut it Register fan oanbring fan 1511 docht bliken dat Epa Ighaz “eijgen geërffd” eigner is en Albert Hoytes pachtboer op de grutste pleats ûnder Folsgara. De buorkerij omfiemet LXXX (80) pûn lân, wêrfan “36 ponden Hooijland, 31 ponden Grasland en 7 ponden Reijdland”. It lân súdlik fan de pleats wurdt it “lege meden” neamd, dêr’t it rijeedmeer (reidmar) leit. It rijeedland (reidlân) leit tsjin de “die grote Rien”. Fierders is der noch “6 ponden saedlant leggende, om ende om op ende an Epas vors. stins graft”. Dizze stinsgrêft omklammet de stinswier en leit tsjin it “saedland” oan.

In oare namme dy’t brûkt wurdt foar stinswier is ‘wijer’. Dizze namme komme wy tsjin yn it Register fan oanbring by de buorman fan Epa Ighaz op Suderburen. Lolla Taekaz is hjir pachtboer en “dije halve huijssteed mijt die halve wijer hoert Epa voer XIV st “. Dat Epa Ighaz is eigner fan de stins op Walma state en besit de helte fan de wijer (wier) op Suderburen. 

Walma state leit net oan in trochgeande rûte. De âlde Middelseedyk is ein 12e iuw foar it grutste part fuortslein troch in stoarmfloed, nei alle gedachten yn 1170.  It rinpaad fan Folsgeare nei Easthim is de iennige lânferbining. It paad is ûngeskikt foar it ferfier fan guod. It is te smel en foar in grut part fan it jier ûnbegeanber. Ferfier oer wetter is de wichtichste ferbining oant yn 1914 de Easthimmerwei oanlein wurdt. Neidat de beweechbere brêge yn Easthim yn 1953 ferfongen wurdt troch in fêste brêge, is it foargoed oer mei it ferfier fan guod oer it wetter.