Rotsterhaule Rotsterhaule is een streekdorp dat omstreeks 1500 is ontstaan op de ontginningsas vanuit Sintjohannesga in het noordoosten. Op de vroegste kaart die Rotsterhaule in beeld brengt, de kaart van Schotanus uit 1718, is het dorp een streek van wat huizen en boerderijen met enig bouwland en verder veenlanden in het noorden en hooilanden in het zuiden. Het dorp heeft geen kerk. In de Tegenwoordige Staat van Friesland werd in 1788 niet zoveel over het dorp gemeld: ‘Rotsterhaule, dus genaamd om ’t zelve te onderscheiden van Ousterhaule in Doniawerstal, ligt in ’t Noorden van St. Johannisga, tusschen ’t zelve en Rohel, en in eene volkomen gelyke ligging, ten opzigte der Bouw- en Veenlanden.’ Vanaf het midden van de 18de eeuw gingen de Gietersen bij Oudehaske en spoedig ook bij Sintjohannesga en Rotsterhaule laagveen uitbaggeren om het tot turf te bewerken. Op de grietenijkaart van Schoterland in de atlas van Eekhoff is te zien dat er ten gevolge van de grootschalige verveningen nogal wat is veranderd in Rotsterhaule en zijn dorpsgebied. De bebouwing langs de Streek is aanzienlijk dichter geworden, maar de omgeving een stuk leger. De noordoostelijke helft van de dorpsstreek wordt geflankeerd door uitgestrekte veenplassen. Vanaf het einde van de 19de eeuw raakte de streek ingepolderd en is de bebouwing van de streek verder verdicht. De landerijen aan weerszijden van de Streek liggen merkbaar laag: de meeste erven zijn opgehoogd, maar sommige woningen liggen opvallend diep. Er staat nogal wat kenmerkende bebouwing uit de jaren twintig en dertig. Aan de zuidelijke flank van het dorp liggen enkele flinke stelpboerderijen. Grote bakkers hebben, net als in het buurdorp Sintjohannesga, hun sporen nagelaten, want roggebrood en koek werden exportproducten van deze streek. Aan de Hoge Dijk in het zuiden, de verbindingsweg tussen Heerenveen en Lemmer, is een agrarische streek gegroeid. Verder naar het zuiden aan het Tjeukemeer ligt de buurschap Vierhuis. Enkele honderden meters ten noorden van de Broeresloot staat het gemaal ‘Fjouwerhûs’, een kenmerkend gebouw uit de jaren dertig. Lees meerTekst: © Foto: © FrieslandWonderlandRottum Rottum is een oud streekdorp dat in de Middeleeuwen langs de Binnendyk als ontginningsbasis is ontstaan. Op de vroegste grietenijkaart van Schoterland (Schotanus, 1718) is de agrarische streek van Rottum met vrijwel uitsluitend bebouwing aan de noordzijde van de Binnendyk weergegeven. In het midden van de streek stond de kerk. Ten noorden van de streek lagen veenlanden, ten zuiden en oosten hooilanden. De Tegenwoordige Staat van Friesland meldde in 1788: ‘Rottum, weleer Rotna genaamd, is thans een klein Dorp, alwaar veele huizen zyn afgebroken, … loopende tot aan Haskerlands grenzen: weleer hield men hier den Landsdag der Zevenwouden. Uit dit Dorp kan men, langs drie verschillende wegen, ryden naar Oudeschoot, Lemsterland, Donjewerstal en Haskerland: ook loopt van hier eene vaart in de Overspitting, die van de Jouwer naar ’t Heerenveen gaat, benevens eene andere, die in het Tjeukemeer valt, om nu niet te spreeken van de Rotstersloot, die voor deezen van hier naar de Kuinder liep, doch thans is opgedroogd.’ Wellicht had het dorp dankzij de goede ontsluitingen over water ooit een centrale positie. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog was het nog zo belangrijk en strategisch van ligging dat er een schans werd opgeworpen. De kerk is in 1791 afgebroken. Die zal torenloos zijn geweest, want er stond in elk geval in 1732 al een klokkenstoel. Op het iets verhoogde kerkhof staat nu een uit de jaren dertig daterende goed onderhouden, betonnen klokkenstoel met een luidklok die waarschijnlijk in 1443 door Johan van Bomen is gegoten. De Binnendyk is een belangrijke verkeersweg tussen Heerenveen en Lemmer geworden en het dorp lijkt tegenwoordig te bestaan uit enkele buurten. Aan de agrarische streek tussen Rottum en Heerenveen staan enkele fraaie boerderijen, een kop-hals-romp uit 1914 en de stelp ‘Geertje Hoeve’ uit omstreeks 1930. Het oostelijke gedeelte van de dorpskern kreeg nabij de Molenlaan de belangrijkste dorpsuitbreiding. Ook westelijk bij de Badweg is enige naoorlogse nieuwbouw gerealiseerd. De oude Binnenweg en de Oude Postweg vormen oudere streken. Lees meerTekst: © Foto: © FrieslandWonderlandRuigahuizen Hoewel het streekdorp Ruigahuizen ten zuidwesten van Balk het karakter van een buurschap heeft, wordt het vanouds aangemerkt als een zelfstandig dorp. Aan de Coenderssingel, de Rûchhústerwei en vooral de Jan Jurjenssingel staat verspreid kleinschalige bebouwing van huizen en boerderijtjes. Het dorp schijnt langgeleden een kerk aan de Balkster kant te hebben gehad, maar daar is geen spoor meer van over. Tegen de zuidelijke rand van de Star Numanbosschen ligt de begraafplaats waarop een klokkenstoel staat met een in 1746 door Cyprianus Crans gegoten klok, wat wel op een dorps verleden wijst. In het laatste kwart van de 17de eeuw hebben zich hier uit Frankrijk gevluchte Hugenoten gevestigd, van wie nog een paar huizen resteren. Achter Rûchhústerwei nummer 16 staat een grote Amerikaanse windmotor van ca. 1920. Tegenover de noordoostelijke zoom van de Star Numanbosschen is de compacte verkaveling aan de Jan Jurjenssingel bijna dorps met onder meer arbeidershuisjes uit het begin van de 20ste eeuw. Ten zuiden van de uitgestrekte Star Numanbosschen ligt het bosgebied van de Bremer Wildernis en daarachter de buurt Nieuw Amerika. Achter de Coenderssingel is een verrassing te vinden. Daar staat achter een oprijlaan De Mottekamp, oorspronkelijk een jachthuis of buiten bij een boerenschuur van omstreeks 1880 waar de herkomst nog niet helder van is. Het wit gepleisterde buiten is in een mengstijl gebouwd waarbij het neoclassicisme domineert. Het bestaat uit een hoge middenbouw en lage vleugels. Het brede middengedeelte is tot twee bouwlagen als trapeziumvormige erker uitgebouwd. Daarin staan aan de voorzijde gepaarde vensters, gescheiden door charmante zuiltjes en krulornamenten in de zwikken en in de scheve zijkanten smalle, getoogd gesloten vensters. De middenpartij wordt bekroond door een dichte attiek met in- en uitzwenkende contour. De vleugels worden op de buitenhoeken en nabij de erker geflankeerd door brede pilasters met lijstkapitelen die geen fries of kroonlijst dragen, maar waar een horizontaal veld op volgt met muurankers in dubbele palmet-vorm. Lees meerTekst: © Foto: © Hendrik van KampenRyptsjerk Ryptsjerk is een streekdorp dat mogelijk al in de Middeleeuwen is ontstaan en dat in de 16de eeuw een impuls kreeg toen stadhouder George Schenk van Toutenburg ten zuidwesten van de streek een buiten stichtte. Het dorp kwam nabij de in 1528/’31 aangelegde weg van Leeuwarden naar dit Toutenburg te liggen. Op de grietenijkaart in de atlas van Schotanus uit 1716 is Ryptsjerk net als die van de Trynwâlden een dorp met vrij losse bebouwing langs een paar door bomen omzoomde wegen en paden. Zuidelijk liggen Toutenburg en Hanenburg aan de weg die naar Tytsjerk en Suwâld leidt. Over water is het dorp naar het westen en oosten ontsloten. In de Tegenwoordige Staat van Friesland werd in 1786 van Ryptsjerk gemeld: ‘Dit dorp is door menigvuldig geboomte zeer vermaakelyk, ook water- en vischryk, waarom ’t ook veel door watervogelen bezocht wordt, die hier in menigte, door middel van verscheiden kooien, gevangen worden. … In ’t Zuiden aan de Zwarteweg heeft men verscheiden fraaie buitenplaatsen, wier oudste is Toutenburg, alhier aan den rydweg naar Tietjerk. … Het grootste gedeelte van de Zwarteweg … behoort onder dit dorp.’ De Zwarteweg werd in 1830 verbeterd en verlengd tot rijksstraatweg van Leeuwarden naar Groningen. In de kerkbuurt staat de in 1757 gebouwde kerk, een zaalkerk met een driezijdige sluiting en een ingebouwde toren met een ingesnoerde spits. Van het meubilair dateren de preekstoel met doophek en vier herenbanken uit het tweede kwart van de 17de eeuw. Bij de kerk staat een boerderij die met een dwarsgeplaatst voorhuis met uitgebouwde halsgevel verwijst naar de 18de eeuw, maar het resultaat is van hergebruik in 1878. Het buiten Vijversburg uit ongeveer 1725 is in 1844 in opdracht van dr. Nicolaas Ypeij verbouwd. Het is geheel gepleisterd en vertoont neoclassicistische details. In het laatste jaar is het park naar ontwerp van Lucas Roodbaard in landschapsstijl herschapen. Aan de Zwarteweg staat het tuinhuis met een omlopend balkon. De Stichting Op Toutenburg is een bejaardencomplex in neorenaissancestijl naar ontwerp van H.H. Kramer. Lees meerTekst: © Foto: © FrieslandWonderlandSandfirden Sandfirden is een klein terpdorp dat in de Middeleeuwen is ontstaan temidden van een merengebied in het zuidwesten van de grietenij. Op de vroegste kaart van de grietenij in de atlas van Schotanus uit 1716 staat de kerk van ‘Zandvoord’ met één huis aan Het Hop, een ronde uitloper van de Ringwiel. Ten westen van deze kom staat één, en verder op het schiereiland naar de Vlakke Brekken ligt nog een viertal boerderijen. Ten noorden van de Oudegaster Brekken ligt tussen een paar poelen de Sandvoorder Rijp die bij het dorp hoorden. In de Tegenwoordige Staat van Friesland werd in 1788 gemeld: ‘Zandfirde, of Zandvoord, ook een klein waterachtig dorp … in ’t Noorden aan de Ringwiel. In ’t Oosten heeft men een Watertje, dat den naam draagt van Gouden poel, en in ’t Westen een groot doch ondiep water, de Vlakke Brekken genaamd. In ’t Noorden van hier, over de Oudegaster Brekken, aan de poelen, op de scheidinge van Wonzeradeel, ligt het buurtje, Zandvoorder Ryp.’ De verspreide bebouwing was uitsluitend over water ontsloten. Op de kaart in de atlas van Eekhoff blijkt de bebouwing in de dorpskom toegenomen en deze is met een landweg over De Band met Oudega verbonden. Ook in de Sandfirder Rijp zijn meer boerderijen gekomen. Het dorp bestaat uit een kerk, enkele groepjes huizen en een paar verspreid liggende flinke stelpboerderijen aan de weg die naar de Vlakke Brekken leidt. Om de kerk staat een drietal woningen, daterend uit het einde van de 19de eeuw en intussen deels verbouwd. Hiertussen rijst de kerk op. Het kerkhof wordt omzoomd door een beukenhaag met linden. De eenvoudige zaalkerk is gebouwd van warm roodbruine steen. Blijkens de ankers in de gesloten westgevel is de kerk gebouwd in 1732. De gevels van het schip zijn geleed met lisenen. De zuidgevel is geopend met rondboogvensters. Ook de ingangspartij is rond gesloten. De houten geveltoren heeft een ingesnoerde met zink gedekte spits. Het interieur bezit een preekstoel uit het midden van de 17de eeuw en een orgel. Lees meerTekst: © Foto: © FrieslandWonderlandSchalsum Schalsum ligt ten oosten van Franeker en vormde met Boer, Ried, Peins en Zweins de zogenoemde Franeker Vijfga: noordelijke dorpen van de kleine plattelandsgrietenij Franekeradeel. Het lijkt een streekdorp langs de rijweg naar Menaldumadeel, maar het is wel degelijk een terpdorp. Vanaf de bebouwingsstreek van huizen en boerderijen die vooral ten noorden van de rijweg ligt, loopt de Kerkstraat naar de terp. Daar staan ook nog een paar huisjes, maar de middelmatig hoge terp is vooral podium voor de kerk en haar kerkhof. Voor aan de weg, op de hoek, staat de forse (voormalige) pastorie, een eclectisch bouwwerk uit de jaren zeventig of tachtig van de 19de eeuw. Het bouwwerk rijst in twee hoge bouwlagen op, de wanden zijn geblokt gestukadoord, alsof de woning van grote blokken natuursteen is gebouwd. De middenpartij heeft een dubbele deur in een portiek met een balkon erboven. De vensters zijn in pleister omlijst met fraaie sluitingskuiven in het midden. De kerk is gebouwd aan het einde van de 12de of begin 13de eeuw. Zij toont zich aan de zuidelijke gevel op z’n oudst: een historisch tapijt. Er zitten grote spitsboogvensters in, maar er zijn ook sporen van kleine rondboogvensters. Tegen de muur staan enkele steunberen en er zijn sporen van een rondbogige ingang. De muur vertoont gemêleerd moppenmateriaal: geel en appelbloesem. De noordmuur is vernieuwd van kleine geeltjes waarin een paar grote vensters staan. Het koor is halfrond gesloten, maar boven de vensters lijkt het over te gaan in een 5/8 systeem. De kap is gedekt met blauw geglazuurde Lucas IJsbrandpannen. In het interieur dateert de eiken preekstoel met gesneden panelen uit 1711 en het orgel is uit het begin van de 19de eeuw. De toren heeft een 19de-eeuws voorkomen doordat hij toen aan drie zijden is beklampt. In de 18de eeuw was de toren nog begroeid met klimop. Die is vanwege het daarin huizende schadelijke gevogelte gerooid, maar lange tijd heeft het zegje nog geklonken: ‘To Skalsum, yn ’e klimmerbeam’. Lees meerTekst: © Foto: © Hendrik van KampenScharl Scharl is bijna niets, een dorpje van een paar huisjes en boerderijen rond een met flinke bomen omzoomd kerkhof waar geen kerk (meer) op staat maar een klokkenstoel. De klok is in 1597 gegoten door Hendrik Wegewaert uit Kampen. Aan de zool van de keileemrug waarvan het Rode Klif tot op een hoogte van negen meter en met een lengte van 200 meter is opgestuwd, lijkt het alsof dit dorp in een groene vallei is neergevlijd. Deze vallei gaat na een betrekkelijk lage dijk over in de volstrekt lege en anderhalve meter diepe Zuiderpolder van Stavoren. Aan de zuidelijke oever van de Staverse Zuidermeerpolder moet het voor de droogmaking (kort na 1620) helemaal indrukwekkend zijn geweest: de hoge gaasten die heel snel overgaan in een flinke watervlakte. Aan de kust was het Rode Klif tot eind 19de eeuw inderdaad rood dankzij de rode keileem. Toen is de steile zeezijde tot een met graszoden bedekte glooiing gemaakt. In 1952 is op het klif een monument van veldkeien opgericht, nadat er sinds 1945 jaarlijks de Slag van Warns wordt herdacht, waarbij in 1345 de Hollandse graaf Willem IV met zijn troepen door de Friezen werd verslagen. De buurschap Laaxum bestaat uit een paar vissershuisjes en een boerderij. De dijk bepaalt de sfeer sterk, maar Laaxum is vooral bekend als kleinste haven aan de voormalige Zuiderzee. De buurt had al in de 18de eeuw enige vermaardheid vanwege de goede kwaliteit bot die door de vissers werd binnengehaald. De haven is een cultuur-historisch monument: er hangt nog de oorspronkelijke sfeer van de Zuiderzeevisserij. De haven werd in 1912 aangelegd als vluchtplek voor de plaatselijke vissers. Later ging de beroepsvisserij door de aanleg van de Afsluitdijk bijna geheel verloren. De haven raakte in verval. In 1998 kreeg het complex haar oude glorie terug. Het historische karakter van de haven wordt benadrukt door de handgebakken klinkertjes op de pier en de teruggeplaatste oude pekeltonnen. In de tonnen werden vroeger de visnetten geconserveerd. Lees meerTekst: © Foto: © Jan DijkstraScharnegoutum Scharnegoutum is aan de oostelijke rand van de voormalige Middelzee een terpdorp waarvan het profiel duidelijk is te merken. Maar de terp ligt bezijden de doorgaande weg die naar de brug over de Zwette, de trekvaart tussen Sneek en Leeuwarden, loopt. De terpvoet is te herkennen aan de oplopende tuin van de klassieke pastorie. Er zijn terpvondsten uit de 4de en 7de eeuw. Tijdens de bedijking van de Middelzee is de terp opgenomen in het dijkcomplex. Het dorp heeft geprofiteerd van de ligging aan de trekvaart en de rijweg tussen Leeuwarden en Sneek. Daar stonden aanvankelijk de huizen en werkplaatsen: rond de kerkterp was het anderhalve eeuw geleden nog vrij leeg. Aan de trekvaart en rijweg zijn oude buurtjes te vinden. Bij de brug staat aan de kant van de dijk de vroeger drukbeklante herberg. Op de andere oever van de Zwette staat de vroegere zuivelfabriek, nu met een andere bedrijfsbestemming. Op het kruispunt in het dorp is in 1884 een kerk door de afgescheidenen gesticht, geen wonder van architectuur. De hervormde kerk van 1861 is dat evenmin, maar de mengstijl is er met plezierige verhoudingen en zelfs met enige grandeur toegepast. Het gebouw op de hoge, door hagen en bomen omzoomde terp is ontworpen door de Sneker architect Miense Molenaar. Zij heeft grote rondboogvensters in het grijsbruine muurwerk dat door lisenen is geleed. De toren bezit een zware onderste geleding die ook toegangsportaal is. Daarop volgen nog twee geledingen en een spits. Ten noorden van de kerk staat het verenigingsgebouw Elim in een aardige Amsterdamse School-trant. Na de oorlog heeft de eerste dorpsuitbreiding aan de zuidwestelijke zijde met voornamelijk volkswoningbouw plaatsgevonden, later is aan de noordzijde een fikse uitbreiding gekomen. Aan de andere kant van de spoorlijn ligt een nieuw bedrijventerrein. Ten noordoosten van Scharnegoutum is in 1233 vanuit Bloemkamp bij Hartwert het vrouwenklooster Aula Dei of Nijeklooster op een hoge terp gesticht. Nu staan er een paar boerderijen en huizen. Lees meerTekst: © Foto: © Dorpsbelang Scharnegoutum/LooiingaAnthonygasthuis Leeuwarden, Perkswaltje: Nieuw Sint-Anthony Gasthuis Met gasthuizen worden in Fryslân altijd hofjes bedoeld, met name voor het collectief wonen van ouden van dagen. De geschiedenis van het Sint-Anthony Gasthuis gaat terug tot de vijftiende eeuw. Tussen 1862 et 1864 werd een nieuw gesticht gerealiseerd naar ontwerp van Frederik Stoett. Aan de Groeneweg verrees een reeks kamerwoningen, bestaande uit één bouwlaag met een kap parallel aan de weg. Aan het Perkswaltje zijn haaks daarop vleugels geplaatst, die worden afgesloten door blokvormige kopwoningen van twee bouwlagen. De neo-classicistische kopwoningen zien er uit als deftige herenhuizen. Op deze wijze werd in de architectuur het standsverschil van de bewoners uitgedrukt, respectievelijk de mingegoede ouden van dagen, de bejaarden van de beschaafde stand die 'buiten staat' waren geraakt en de bejaarden van de beschaafde stand, die zich hadden ingekocht. In de kunststenen bekroning van de middentraveeën van de kopwoningen zijn de namen en de wapens aangebracht van de families die de instelling in het verleden in belangrijke mate hadden gesteund: Burmania, Minnema, Auckama en Wiarda. Aan het Schoenmakersperk kwam in de jaren 1909-1910 de Julianavleugel tot stand. Deze is ontworpen in neo-renaissancestiil door W.C. de Groot uit Leeuwarden. Lees meerTekst: © Foto: © FrieslandWonderlandLauswolt Lauswolt Het landhuis aan de Van Harinxmaweg verrees in 1868 in opdracht van jonkheer Augustinus Lycklama à Nijeholt op een stuk bouwland. Hij vroeg architect Samuel van Lunteren uit Utrecht om een herenhuis en een koetshuis met stal te ontwerpen. Het zou oorspronkelijk een gebouw van één bouwlaag op een souterrain worden maar al snel besloot hij om het gebouw van een verdieping te voorzien. De gevel naar de weg kreeg een grote erker over beide verdiepingen en een gevelbekroning met een klok. De uitbouw werd beneden van drie deuren voorzien. Aan weerszijden van de erker waren twee vensters op beide verdiepingen. Van Lunteren legde in 1871 ook de tuin aan en ontwierp de tuinmanswoning en de oranjerie. Augustinus woonde na zijn huwelijk in 1877 met zijn vrouw op het landhuis maar al in 1878 verkocht hij het aan zijn neef Rijnhard baron van Harinxma thoe Slooten. De overlevering wil dat de verkoop na het uitzitten van het oudejaar en het rijkelijk nuttigen van drank heeft plaatsgevonden. Rijnhard moest ƒ 100.000 betalen. Hij bewoonde het gebouw tot 1928 met zijn huishoudster en twee kinderen. Zijn dochter Adriana, gehuwd met Jan Bieruma Oosting uit Oranjewoud, erfde het bezit. Zij liet het gebouw door architect Willem Gerretsen en de tuinaanleg door S. Voorhoeve wijzigen. Na haar dood kreeg het gebouw de huidige hotelfunctie. In 2007 werd Lauswolt ‘wereldberoemd’ vanwege de formatiegesprekken voor het nieuwe kabinet. Toegankelijkheid: Horecafunctie. Beperkt toegankelijk.Lees meerTekst: © Foto: © Albert SpeelmanKantongerecht Beetsterzwaag, Hoofdweg 85-87: kantongerechtsgebouw Het gerechtsgebouw van het kanton Beetsterzwaag uit 1923 is een markant bouwblok in een traditionalistische bouwtrant verwant aan de Um-1800-stijl. Het ontwerp voor het 'kanton- gerechtsgebouw waarin kantoren voor den ontvanger der registratie' is van de Rijksbouwmeester der Justitiegebouwen, Simon Wijn, en omvatte oorspronkelijk tevens een lagere, aangebouwde conciërgewoning, een brandstofhok en een houten rijwielstalling. Het hoofdvolume van het kantongerechtsgebouw heeft een T-vormige plattegrond en bestaat uit twee bouwlagen, opgetrokken in bruine bezande baksteen, die is verlevendigd met natuurstenen, tectonische decoraties. De zuidgevel wordt geleed door kolossale lisenen. De middentravee bevat een porte brisée onder een gefrijnde zandstenen latei met een eierlijst, waarop een zandstenen plaat met in metalen letters: 'Kanton Gerecht'. De middentravee wordt afgesloten door een kajuit met ingesnoerde klokgevel. De vestibule en hal zijn afgewerkt in schoon metselwerk van geel geglazuurde bakstenen met een groen geglazuurde bakstenen 'lambrizering'. Een fraaie granieten steektrap met bordes leidt naar de eerste verdieping met wacht- en zittingzaal. In de zittingzaal zijn twee hoge, gemetselde schoorsteenmantels, waarvan één is voorzien van een diepreliëf met de afbeelding van een balansweegschaal. Lees meerTekst: © Foto: © Jan LafeberSneek -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaSneek -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaSneek -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaJoure -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaSneek -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaJoure -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaSneek -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaLeeuwarden -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaOppenhuizen -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaLeeuwarden -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaOppenhuizen -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaLeeuwarden -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaOppenhuizen -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaLeeuwarden -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaOppenhuizen -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaLeeuwarden -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaOppenhuizen -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaLeeuwarden -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaOppenhuizen -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaLeeuwarden -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaOppenhuizen -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaLeeuwarden -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaOppenhuizen -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaLeeuwarden -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaOppenhuizen -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaLeeuwarden -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaOppenhuizen -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaLeeuwarden -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke FolkertsmaOppenhuizen -Lees meerTekst: © Foto: © Bauke Folkertsma0 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65 | 66 | 67 | 68 | 69 | 70 | 71 | 72 | 73 | 74 | 75 | 76 | 77 | 78 | 79 | 80 | 81 | 82 | 83 | 84 | 85 | 86 | 87 | 88 | 89 | 90 | 91 | 92 | 93 | 94 | 95 | 96 | 97 | 98 | 99 | 100 | 101 | 102 | 103 | 104 | 105 | 106 | 107 | 108 | 109 | 110 | 111 | 112 | 113 | 114 | 115 | 116 | 117 | 118 | 119 | 120 | 121 | 122 | 123 | 124 | 125 | 126 | 127 | 128 | 129 | 130 | 131 | 132 | 133 | 134 | 135 | 136 | 137 | 138 | 139 | 140 | 141 | 142 | 143 | 144 | 145 | 146 | 147 | 148 | 149 | 150 | 151 | 152 | 153 | 154 | 155 | 156 | 157 | 158 | 159 | 160 | 161 | 162 | 163 | 164 | 165 | 166 | 167 | 168 | 169 | 170 | 171 | 172 | 173 | 174 | 175 | 176 | 177 | 178 | 179 | 180 | 181 | 182 | 183 | 184 | 185 | 186 | 187 | 188 | 189 | 190 | 191 | 192 | 193 | 194 | 195 | 196 | 197 | 198 | 199 | 200 | 201 | 202 | 203 | 204 | 205 | 206 | 207 | 208 | 209 | 210 | 211 | 212 | 213 | 214 | 215 | 216 | 217 | 218 | 219 | 220 | 221 | 222 | 223 | 224 | 225 | 226 | 227 | 228 | 229 | 230 | 231 | 232 | 233 | 234 | 235 | 236 | 237 | 238 | 239 | 240 | 241 | 242 | 243 | 244 | 245 | 246 | 247 | 248 | 249 | 250 | 251 | 252 | 253 | 254 | 255 | 256 | 257 | 258 | 259 | 260 | 261 | 262 | 263 | 264 | 265 | 266 | 267 | 268 | 269 | 270 | 271 | 272 | 273 | 274 | 275 | 276 | 277 | 278 | 279 | 280 | 281 | 282 | 283 | 284 | 285 | 286 | 287 | 288 | 289 | 290 | 291 | 292 | 293 | 294 | 295 | 296 | 297 | 298 |
Rotsterhaule Rotsterhaule is een streekdorp dat omstreeks 1500 is ontstaan op de ontginningsas vanuit Sintjohannesga in het noordoosten. Op de vroegste kaart die Rotsterhaule in beeld brengt, de kaart van Schotanus uit 1718, is het dorp een streek van wat huizen en boerderijen met enig bouwland en verder veenlanden in het noorden en hooilanden in het zuiden. Het dorp heeft geen kerk. In de Tegenwoordige Staat van Friesland werd in 1788 niet zoveel over het dorp gemeld: ‘Rotsterhaule, dus genaamd om ’t zelve te onderscheiden van Ousterhaule in Doniawerstal, ligt in ’t Noorden van St. Johannisga, tusschen ’t zelve en Rohel, en in eene volkomen gelyke ligging, ten opzigte der Bouw- en Veenlanden.’ Vanaf het midden van de 18de eeuw gingen de Gietersen bij Oudehaske en spoedig ook bij Sintjohannesga en Rotsterhaule laagveen uitbaggeren om het tot turf te bewerken. Op de grietenijkaart van Schoterland in de atlas van Eekhoff is te zien dat er ten gevolge van de grootschalige verveningen nogal wat is veranderd in Rotsterhaule en zijn dorpsgebied. De bebouwing langs de Streek is aanzienlijk dichter geworden, maar de omgeving een stuk leger. De noordoostelijke helft van de dorpsstreek wordt geflankeerd door uitgestrekte veenplassen. Vanaf het einde van de 19de eeuw raakte de streek ingepolderd en is de bebouwing van de streek verder verdicht. De landerijen aan weerszijden van de Streek liggen merkbaar laag: de meeste erven zijn opgehoogd, maar sommige woningen liggen opvallend diep. Er staat nogal wat kenmerkende bebouwing uit de jaren twintig en dertig. Aan de zuidelijke flank van het dorp liggen enkele flinke stelpboerderijen. Grote bakkers hebben, net als in het buurdorp Sintjohannesga, hun sporen nagelaten, want roggebrood en koek werden exportproducten van deze streek. Aan de Hoge Dijk in het zuiden, de verbindingsweg tussen Heerenveen en Lemmer, is een agrarische streek gegroeid. Verder naar het zuiden aan het Tjeukemeer ligt de buurschap Vierhuis. Enkele honderden meters ten noorden van de Broeresloot staat het gemaal ‘Fjouwerhûs’, een kenmerkend gebouw uit de jaren dertig. Lees meerTekst: © Foto: © FrieslandWonderland
Rottum Rottum is een oud streekdorp dat in de Middeleeuwen langs de Binnendyk als ontginningsbasis is ontstaan. Op de vroegste grietenijkaart van Schoterland (Schotanus, 1718) is de agrarische streek van Rottum met vrijwel uitsluitend bebouwing aan de noordzijde van de Binnendyk weergegeven. In het midden van de streek stond de kerk. Ten noorden van de streek lagen veenlanden, ten zuiden en oosten hooilanden. De Tegenwoordige Staat van Friesland meldde in 1788: ‘Rottum, weleer Rotna genaamd, is thans een klein Dorp, alwaar veele huizen zyn afgebroken, … loopende tot aan Haskerlands grenzen: weleer hield men hier den Landsdag der Zevenwouden. Uit dit Dorp kan men, langs drie verschillende wegen, ryden naar Oudeschoot, Lemsterland, Donjewerstal en Haskerland: ook loopt van hier eene vaart in de Overspitting, die van de Jouwer naar ’t Heerenveen gaat, benevens eene andere, die in het Tjeukemeer valt, om nu niet te spreeken van de Rotstersloot, die voor deezen van hier naar de Kuinder liep, doch thans is opgedroogd.’ Wellicht had het dorp dankzij de goede ontsluitingen over water ooit een centrale positie. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog was het nog zo belangrijk en strategisch van ligging dat er een schans werd opgeworpen. De kerk is in 1791 afgebroken. Die zal torenloos zijn geweest, want er stond in elk geval in 1732 al een klokkenstoel. Op het iets verhoogde kerkhof staat nu een uit de jaren dertig daterende goed onderhouden, betonnen klokkenstoel met een luidklok die waarschijnlijk in 1443 door Johan van Bomen is gegoten. De Binnendyk is een belangrijke verkeersweg tussen Heerenveen en Lemmer geworden en het dorp lijkt tegenwoordig te bestaan uit enkele buurten. Aan de agrarische streek tussen Rottum en Heerenveen staan enkele fraaie boerderijen, een kop-hals-romp uit 1914 en de stelp ‘Geertje Hoeve’ uit omstreeks 1930. Het oostelijke gedeelte van de dorpskern kreeg nabij de Molenlaan de belangrijkste dorpsuitbreiding. Ook westelijk bij de Badweg is enige naoorlogse nieuwbouw gerealiseerd. De oude Binnenweg en de Oude Postweg vormen oudere streken. Lees meerTekst: © Foto: © FrieslandWonderland
Ruigahuizen Hoewel het streekdorp Ruigahuizen ten zuidwesten van Balk het karakter van een buurschap heeft, wordt het vanouds aangemerkt als een zelfstandig dorp. Aan de Coenderssingel, de Rûchhústerwei en vooral de Jan Jurjenssingel staat verspreid kleinschalige bebouwing van huizen en boerderijtjes. Het dorp schijnt langgeleden een kerk aan de Balkster kant te hebben gehad, maar daar is geen spoor meer van over. Tegen de zuidelijke rand van de Star Numanbosschen ligt de begraafplaats waarop een klokkenstoel staat met een in 1746 door Cyprianus Crans gegoten klok, wat wel op een dorps verleden wijst. In het laatste kwart van de 17de eeuw hebben zich hier uit Frankrijk gevluchte Hugenoten gevestigd, van wie nog een paar huizen resteren. Achter Rûchhústerwei nummer 16 staat een grote Amerikaanse windmotor van ca. 1920. Tegenover de noordoostelijke zoom van de Star Numanbosschen is de compacte verkaveling aan de Jan Jurjenssingel bijna dorps met onder meer arbeidershuisjes uit het begin van de 20ste eeuw. Ten zuiden van de uitgestrekte Star Numanbosschen ligt het bosgebied van de Bremer Wildernis en daarachter de buurt Nieuw Amerika. Achter de Coenderssingel is een verrassing te vinden. Daar staat achter een oprijlaan De Mottekamp, oorspronkelijk een jachthuis of buiten bij een boerenschuur van omstreeks 1880 waar de herkomst nog niet helder van is. Het wit gepleisterde buiten is in een mengstijl gebouwd waarbij het neoclassicisme domineert. Het bestaat uit een hoge middenbouw en lage vleugels. Het brede middengedeelte is tot twee bouwlagen als trapeziumvormige erker uitgebouwd. Daarin staan aan de voorzijde gepaarde vensters, gescheiden door charmante zuiltjes en krulornamenten in de zwikken en in de scheve zijkanten smalle, getoogd gesloten vensters. De middenpartij wordt bekroond door een dichte attiek met in- en uitzwenkende contour. De vleugels worden op de buitenhoeken en nabij de erker geflankeerd door brede pilasters met lijstkapitelen die geen fries of kroonlijst dragen, maar waar een horizontaal veld op volgt met muurankers in dubbele palmet-vorm. Lees meerTekst: © Foto: © Hendrik van Kampen
Ryptsjerk Ryptsjerk is een streekdorp dat mogelijk al in de Middeleeuwen is ontstaan en dat in de 16de eeuw een impuls kreeg toen stadhouder George Schenk van Toutenburg ten zuidwesten van de streek een buiten stichtte. Het dorp kwam nabij de in 1528/’31 aangelegde weg van Leeuwarden naar dit Toutenburg te liggen. Op de grietenijkaart in de atlas van Schotanus uit 1716 is Ryptsjerk net als die van de Trynwâlden een dorp met vrij losse bebouwing langs een paar door bomen omzoomde wegen en paden. Zuidelijk liggen Toutenburg en Hanenburg aan de weg die naar Tytsjerk en Suwâld leidt. Over water is het dorp naar het westen en oosten ontsloten. In de Tegenwoordige Staat van Friesland werd in 1786 van Ryptsjerk gemeld: ‘Dit dorp is door menigvuldig geboomte zeer vermaakelyk, ook water- en vischryk, waarom ’t ook veel door watervogelen bezocht wordt, die hier in menigte, door middel van verscheiden kooien, gevangen worden. … In ’t Zuiden aan de Zwarteweg heeft men verscheiden fraaie buitenplaatsen, wier oudste is Toutenburg, alhier aan den rydweg naar Tietjerk. … Het grootste gedeelte van de Zwarteweg … behoort onder dit dorp.’ De Zwarteweg werd in 1830 verbeterd en verlengd tot rijksstraatweg van Leeuwarden naar Groningen. In de kerkbuurt staat de in 1757 gebouwde kerk, een zaalkerk met een driezijdige sluiting en een ingebouwde toren met een ingesnoerde spits. Van het meubilair dateren de preekstoel met doophek en vier herenbanken uit het tweede kwart van de 17de eeuw. Bij de kerk staat een boerderij die met een dwarsgeplaatst voorhuis met uitgebouwde halsgevel verwijst naar de 18de eeuw, maar het resultaat is van hergebruik in 1878. Het buiten Vijversburg uit ongeveer 1725 is in 1844 in opdracht van dr. Nicolaas Ypeij verbouwd. Het is geheel gepleisterd en vertoont neoclassicistische details. In het laatste jaar is het park naar ontwerp van Lucas Roodbaard in landschapsstijl herschapen. Aan de Zwarteweg staat het tuinhuis met een omlopend balkon. De Stichting Op Toutenburg is een bejaardencomplex in neorenaissancestijl naar ontwerp van H.H. Kramer. Lees meerTekst: © Foto: © FrieslandWonderland
Sandfirden Sandfirden is een klein terpdorp dat in de Middeleeuwen is ontstaan temidden van een merengebied in het zuidwesten van de grietenij. Op de vroegste kaart van de grietenij in de atlas van Schotanus uit 1716 staat de kerk van ‘Zandvoord’ met één huis aan Het Hop, een ronde uitloper van de Ringwiel. Ten westen van deze kom staat één, en verder op het schiereiland naar de Vlakke Brekken ligt nog een viertal boerderijen. Ten noorden van de Oudegaster Brekken ligt tussen een paar poelen de Sandvoorder Rijp die bij het dorp hoorden. In de Tegenwoordige Staat van Friesland werd in 1788 gemeld: ‘Zandfirde, of Zandvoord, ook een klein waterachtig dorp … in ’t Noorden aan de Ringwiel. In ’t Oosten heeft men een Watertje, dat den naam draagt van Gouden poel, en in ’t Westen een groot doch ondiep water, de Vlakke Brekken genaamd. In ’t Noorden van hier, over de Oudegaster Brekken, aan de poelen, op de scheidinge van Wonzeradeel, ligt het buurtje, Zandvoorder Ryp.’ De verspreide bebouwing was uitsluitend over water ontsloten. Op de kaart in de atlas van Eekhoff blijkt de bebouwing in de dorpskom toegenomen en deze is met een landweg over De Band met Oudega verbonden. Ook in de Sandfirder Rijp zijn meer boerderijen gekomen. Het dorp bestaat uit een kerk, enkele groepjes huizen en een paar verspreid liggende flinke stelpboerderijen aan de weg die naar de Vlakke Brekken leidt. Om de kerk staat een drietal woningen, daterend uit het einde van de 19de eeuw en intussen deels verbouwd. Hiertussen rijst de kerk op. Het kerkhof wordt omzoomd door een beukenhaag met linden. De eenvoudige zaalkerk is gebouwd van warm roodbruine steen. Blijkens de ankers in de gesloten westgevel is de kerk gebouwd in 1732. De gevels van het schip zijn geleed met lisenen. De zuidgevel is geopend met rondboogvensters. Ook de ingangspartij is rond gesloten. De houten geveltoren heeft een ingesnoerde met zink gedekte spits. Het interieur bezit een preekstoel uit het midden van de 17de eeuw en een orgel. Lees meerTekst: © Foto: © FrieslandWonderland
Schalsum Schalsum ligt ten oosten van Franeker en vormde met Boer, Ried, Peins en Zweins de zogenoemde Franeker Vijfga: noordelijke dorpen van de kleine plattelandsgrietenij Franekeradeel. Het lijkt een streekdorp langs de rijweg naar Menaldumadeel, maar het is wel degelijk een terpdorp. Vanaf de bebouwingsstreek van huizen en boerderijen die vooral ten noorden van de rijweg ligt, loopt de Kerkstraat naar de terp. Daar staan ook nog een paar huisjes, maar de middelmatig hoge terp is vooral podium voor de kerk en haar kerkhof. Voor aan de weg, op de hoek, staat de forse (voormalige) pastorie, een eclectisch bouwwerk uit de jaren zeventig of tachtig van de 19de eeuw. Het bouwwerk rijst in twee hoge bouwlagen op, de wanden zijn geblokt gestukadoord, alsof de woning van grote blokken natuursteen is gebouwd. De middenpartij heeft een dubbele deur in een portiek met een balkon erboven. De vensters zijn in pleister omlijst met fraaie sluitingskuiven in het midden. De kerk is gebouwd aan het einde van de 12de of begin 13de eeuw. Zij toont zich aan de zuidelijke gevel op z’n oudst: een historisch tapijt. Er zitten grote spitsboogvensters in, maar er zijn ook sporen van kleine rondboogvensters. Tegen de muur staan enkele steunberen en er zijn sporen van een rondbogige ingang. De muur vertoont gemêleerd moppenmateriaal: geel en appelbloesem. De noordmuur is vernieuwd van kleine geeltjes waarin een paar grote vensters staan. Het koor is halfrond gesloten, maar boven de vensters lijkt het over te gaan in een 5/8 systeem. De kap is gedekt met blauw geglazuurde Lucas IJsbrandpannen. In het interieur dateert de eiken preekstoel met gesneden panelen uit 1711 en het orgel is uit het begin van de 19de eeuw. De toren heeft een 19de-eeuws voorkomen doordat hij toen aan drie zijden is beklampt. In de 18de eeuw was de toren nog begroeid met klimop. Die is vanwege het daarin huizende schadelijke gevogelte gerooid, maar lange tijd heeft het zegje nog geklonken: ‘To Skalsum, yn ’e klimmerbeam’. Lees meerTekst: © Foto: © Hendrik van Kampen
Scharl Scharl is bijna niets, een dorpje van een paar huisjes en boerderijen rond een met flinke bomen omzoomd kerkhof waar geen kerk (meer) op staat maar een klokkenstoel. De klok is in 1597 gegoten door Hendrik Wegewaert uit Kampen. Aan de zool van de keileemrug waarvan het Rode Klif tot op een hoogte van negen meter en met een lengte van 200 meter is opgestuwd, lijkt het alsof dit dorp in een groene vallei is neergevlijd. Deze vallei gaat na een betrekkelijk lage dijk over in de volstrekt lege en anderhalve meter diepe Zuiderpolder van Stavoren. Aan de zuidelijke oever van de Staverse Zuidermeerpolder moet het voor de droogmaking (kort na 1620) helemaal indrukwekkend zijn geweest: de hoge gaasten die heel snel overgaan in een flinke watervlakte. Aan de kust was het Rode Klif tot eind 19de eeuw inderdaad rood dankzij de rode keileem. Toen is de steile zeezijde tot een met graszoden bedekte glooiing gemaakt. In 1952 is op het klif een monument van veldkeien opgericht, nadat er sinds 1945 jaarlijks de Slag van Warns wordt herdacht, waarbij in 1345 de Hollandse graaf Willem IV met zijn troepen door de Friezen werd verslagen. De buurschap Laaxum bestaat uit een paar vissershuisjes en een boerderij. De dijk bepaalt de sfeer sterk, maar Laaxum is vooral bekend als kleinste haven aan de voormalige Zuiderzee. De buurt had al in de 18de eeuw enige vermaardheid vanwege de goede kwaliteit bot die door de vissers werd binnengehaald. De haven is een cultuur-historisch monument: er hangt nog de oorspronkelijke sfeer van de Zuiderzeevisserij. De haven werd in 1912 aangelegd als vluchtplek voor de plaatselijke vissers. Later ging de beroepsvisserij door de aanleg van de Afsluitdijk bijna geheel verloren. De haven raakte in verval. In 1998 kreeg het complex haar oude glorie terug. Het historische karakter van de haven wordt benadrukt door de handgebakken klinkertjes op de pier en de teruggeplaatste oude pekeltonnen. In de tonnen werden vroeger de visnetten geconserveerd. Lees meerTekst: © Foto: © Jan Dijkstra
Scharnegoutum Scharnegoutum is aan de oostelijke rand van de voormalige Middelzee een terpdorp waarvan het profiel duidelijk is te merken. Maar de terp ligt bezijden de doorgaande weg die naar de brug over de Zwette, de trekvaart tussen Sneek en Leeuwarden, loopt. De terpvoet is te herkennen aan de oplopende tuin van de klassieke pastorie. Er zijn terpvondsten uit de 4de en 7de eeuw. Tijdens de bedijking van de Middelzee is de terp opgenomen in het dijkcomplex. Het dorp heeft geprofiteerd van de ligging aan de trekvaart en de rijweg tussen Leeuwarden en Sneek. Daar stonden aanvankelijk de huizen en werkplaatsen: rond de kerkterp was het anderhalve eeuw geleden nog vrij leeg. Aan de trekvaart en rijweg zijn oude buurtjes te vinden. Bij de brug staat aan de kant van de dijk de vroeger drukbeklante herberg. Op de andere oever van de Zwette staat de vroegere zuivelfabriek, nu met een andere bedrijfsbestemming. Op het kruispunt in het dorp is in 1884 een kerk door de afgescheidenen gesticht, geen wonder van architectuur. De hervormde kerk van 1861 is dat evenmin, maar de mengstijl is er met plezierige verhoudingen en zelfs met enige grandeur toegepast. Het gebouw op de hoge, door hagen en bomen omzoomde terp is ontworpen door de Sneker architect Miense Molenaar. Zij heeft grote rondboogvensters in het grijsbruine muurwerk dat door lisenen is geleed. De toren bezit een zware onderste geleding die ook toegangsportaal is. Daarop volgen nog twee geledingen en een spits. Ten noorden van de kerk staat het verenigingsgebouw Elim in een aardige Amsterdamse School-trant. Na de oorlog heeft de eerste dorpsuitbreiding aan de zuidwestelijke zijde met voornamelijk volkswoningbouw plaatsgevonden, later is aan de noordzijde een fikse uitbreiding gekomen. Aan de andere kant van de spoorlijn ligt een nieuw bedrijventerrein. Ten noordoosten van Scharnegoutum is in 1233 vanuit Bloemkamp bij Hartwert het vrouwenklooster Aula Dei of Nijeklooster op een hoge terp gesticht. Nu staan er een paar boerderijen en huizen. Lees meerTekst: © Foto: © Dorpsbelang Scharnegoutum/Looiinga
Anthonygasthuis Leeuwarden, Perkswaltje: Nieuw Sint-Anthony Gasthuis Met gasthuizen worden in Fryslân altijd hofjes bedoeld, met name voor het collectief wonen van ouden van dagen. De geschiedenis van het Sint-Anthony Gasthuis gaat terug tot de vijftiende eeuw. Tussen 1862 et 1864 werd een nieuw gesticht gerealiseerd naar ontwerp van Frederik Stoett. Aan de Groeneweg verrees een reeks kamerwoningen, bestaande uit één bouwlaag met een kap parallel aan de weg. Aan het Perkswaltje zijn haaks daarop vleugels geplaatst, die worden afgesloten door blokvormige kopwoningen van twee bouwlagen. De neo-classicistische kopwoningen zien er uit als deftige herenhuizen. Op deze wijze werd in de architectuur het standsverschil van de bewoners uitgedrukt, respectievelijk de mingegoede ouden van dagen, de bejaarden van de beschaafde stand die 'buiten staat' waren geraakt en de bejaarden van de beschaafde stand, die zich hadden ingekocht. In de kunststenen bekroning van de middentraveeën van de kopwoningen zijn de namen en de wapens aangebracht van de families die de instelling in het verleden in belangrijke mate hadden gesteund: Burmania, Minnema, Auckama en Wiarda. Aan het Schoenmakersperk kwam in de jaren 1909-1910 de Julianavleugel tot stand. Deze is ontworpen in neo-renaissancestiil door W.C. de Groot uit Leeuwarden. Lees meerTekst: © Foto: © FrieslandWonderland
Lauswolt Lauswolt Het landhuis aan de Van Harinxmaweg verrees in 1868 in opdracht van jonkheer Augustinus Lycklama à Nijeholt op een stuk bouwland. Hij vroeg architect Samuel van Lunteren uit Utrecht om een herenhuis en een koetshuis met stal te ontwerpen. Het zou oorspronkelijk een gebouw van één bouwlaag op een souterrain worden maar al snel besloot hij om het gebouw van een verdieping te voorzien. De gevel naar de weg kreeg een grote erker over beide verdiepingen en een gevelbekroning met een klok. De uitbouw werd beneden van drie deuren voorzien. Aan weerszijden van de erker waren twee vensters op beide verdiepingen. Van Lunteren legde in 1871 ook de tuin aan en ontwierp de tuinmanswoning en de oranjerie. Augustinus woonde na zijn huwelijk in 1877 met zijn vrouw op het landhuis maar al in 1878 verkocht hij het aan zijn neef Rijnhard baron van Harinxma thoe Slooten. De overlevering wil dat de verkoop na het uitzitten van het oudejaar en het rijkelijk nuttigen van drank heeft plaatsgevonden. Rijnhard moest ƒ 100.000 betalen. Hij bewoonde het gebouw tot 1928 met zijn huishoudster en twee kinderen. Zijn dochter Adriana, gehuwd met Jan Bieruma Oosting uit Oranjewoud, erfde het bezit. Zij liet het gebouw door architect Willem Gerretsen en de tuinaanleg door S. Voorhoeve wijzigen. Na haar dood kreeg het gebouw de huidige hotelfunctie. In 2007 werd Lauswolt ‘wereldberoemd’ vanwege de formatiegesprekken voor het nieuwe kabinet. Toegankelijkheid: Horecafunctie. Beperkt toegankelijk.Lees meerTekst: © Foto: © Albert Speelman
Kantongerecht Beetsterzwaag, Hoofdweg 85-87: kantongerechtsgebouw Het gerechtsgebouw van het kanton Beetsterzwaag uit 1923 is een markant bouwblok in een traditionalistische bouwtrant verwant aan de Um-1800-stijl. Het ontwerp voor het 'kanton- gerechtsgebouw waarin kantoren voor den ontvanger der registratie' is van de Rijksbouwmeester der Justitiegebouwen, Simon Wijn, en omvatte oorspronkelijk tevens een lagere, aangebouwde conciërgewoning, een brandstofhok en een houten rijwielstalling. Het hoofdvolume van het kantongerechtsgebouw heeft een T-vormige plattegrond en bestaat uit twee bouwlagen, opgetrokken in bruine bezande baksteen, die is verlevendigd met natuurstenen, tectonische decoraties. De zuidgevel wordt geleed door kolossale lisenen. De middentravee bevat een porte brisée onder een gefrijnde zandstenen latei met een eierlijst, waarop een zandstenen plaat met in metalen letters: 'Kanton Gerecht'. De middentravee wordt afgesloten door een kajuit met ingesnoerde klokgevel. De vestibule en hal zijn afgewerkt in schoon metselwerk van geel geglazuurde bakstenen met een groen geglazuurde bakstenen 'lambrizering'. Een fraaie granieten steektrap met bordes leidt naar de eerste verdieping met wacht- en zittingzaal. In de zittingzaal zijn twee hoge, gemetselde schoorsteenmantels, waarvan één is voorzien van een diepreliëf met de afbeelding van een balansweegschaal. Lees meerTekst: © Foto: © Jan Lafeber