Steun deze website

Deel:

|


Burgum

Burgum is een streekdorp dat in de Middeleeuwen met verschillende kernen is ontstaan nabij het in de late 12de eeuw gestichte Sint- Nicolaasklooster of het Barraconvent. Burgum werd heel goed ontsloten over het water: nabij het Bergumermeer waarop het Kolonelsdiep naar het oosten aansloot en de Wijde Ee met de Langemeer en het Lang Deel naar het westen.


Het dorp ontwikkelde zich tot een marktcentrum van Oostergo en tot de hoofdplaats van de grietenij. Op de kaart van Tytsjerksteradiel in de Schotanus-atlas uit 1716 bestaat Burgum uit een uitgestrekte nederzetting van met bomen beplante wegen. Er staan verschillende staten aangegeven. In het oosten ligt de buurt Nieuwstad en ten noorden daarvan de buurt Noordermeer waar het Hooghuis staat.


De Tegenwoordige Staat van Friesland meldde in 1787 dat het was: ‘een aanzienlyk dorp …. De Kerk van dit dorp is een Kruiskerk, … naby dezelve was weleer gelegen het ryke Bergumer Klooster, met naame Bergklooster, hetwelk, ten Noorden, met zyne aanzienlyke plantagien aan ’t Kerkhof grensde. Niet verre van hier heeft men de buurt Nyestad; doch de voornaamste dichte buurt ligt in ’t Westen, en is met veele aanzienlyke huizen en welgevloerde straaten voorzien.’


Ten noorden van het dorp stond het Hooghuis dat de familie Coehoorn bewoonde (van de vestingbouwer Menno baron van Coehoorn). Het kwam later als jachthuis in het bezit van de stadhouderlijke familie Oranje Nassau. ‘De grenzen van dit dorp zyn zeer uitgestrekt, vooral aan den Noordkant, als bevattende Berger veen, Meinsma bosch, ’t Huis ter heide, een gedeelte van Kuikhorne en de geheele Bergumer heide.’


Aan de overkant van het Kolonelsdiep lag toen nog de Bergumerdam, waar ooit een houten brug lag die later in steen is vervangen en waar nu een bedrijventerrein ligt. Het uitgestrekte, los bebouwde Burgum is geleidelijk verdicht en gedurende de 20ste eeuw en vooral na de oorlog, is het dorp aan alle zijden sterk uitgebreid met woonwijken.


De dorpskerk van Burgum is kort na 1100 gebouwd en toegewijd aan Sint-Martinus. Ruim een eeuw later werd de tufstenen kerk uitgebreid en weer een eeuw later opnieuw. De geschiedenis van de kerk is sterk verweven met die van het klooster dat in het begin van de 13de eeuw, in elk geval vóór 1240, ten noorden van Burgum werd gesticht. De bezittingen van dit Barraconvent, ook wel Bergklooster genoemd, grensden aan die van de parochie en bij de benoeming van priesters had het klooster invloed. De tufstenen parochiekerk is nog te herkennen in de toren en de laagste, tufstenen gedeelten van de westelijke gevel. Aan het begin van de 13de eeuw is de kerk uitgebreid en ingrijpend veranderd, waarschijnlijk onder invloed van het klooster. De kerk werd in baksteen verhoogd, er zijn zijbeuken aangebouwd en zij werd verlengd met een nieuw koor: alles in romano-gotische vormen. Weer een eeuw later vond een uitbreiding tot kruiskerk plaats: tussen koor en schip kwamen dwarspanden die alleen in de hoogte buiten de zijbeuken steken. De zijbeuken zijn aan het begin van de 17de eeuw weggehaald. Ze werden tijdens een ingrijpende restauratie in de jaren vijftig herbouwd.


De Schoolstraat legt als hoofdstraat de verbinding van de kerk aan de oostelijke flank van het dorp naar het centrum. Er staat, evenals aan de dwars daarop gerichte Lageweg een aantal opvallende panden met bijzondere functies.


Helemaal in het oosten van de Schoolstraat staat Glinstrastate, een gepleisterd landhuis uit 1855 van oorspronkelijk de familie Ferf. Dezelfde familie bouwde in 1866 een gepleisterd herenhuis aan Lageweg 20. ‘De Pleats’, Schoolstraat 82, het culturele centrum van Burgum, is ondergebracht in een monumentale boerderij met dwarsgeplaatst voorhuis in Lodewijk-XV-stijl. Aan deze straat en aan de Lageweg zijn flink wat brede middengangwoningen van één bouwlaag en een geaccentueerde middenpartij in verschillende stijlen te vinden. Aan de Lageweg rijst ook het voormalige postkantoor van 1906 uit de verder bescheiden bebouwing op. Tussen Schoolstraat en Lageweg is de Markt zich de laatste tijd tot een nieuw centrum aan het ontwikkelen met moderne stedelijke architectuur.

Colofon

Uitgeverij: NoordBoek - Auteur: Peter Karstkarel


© Tekst: - © Foto voorblad: FrieslandWonderland

Burgum
©: FrieslandWonderland



Ook interessant


Fierljeppen, het wordt tegenwoordig veel gedaan als teambuilding, maar in Friesland doen ze het al eeuwen. Vooral boeren, om zich makkelijk door de landerijen te bewegen die veelal door sloten en slootjes van elkaar worden gescheiden. Zodat de koeien niet naar het land van de concurrent overlopen.

Het schijnt dat op 24 augustus 1767 de eerste officiële fierljepwedstrijd gehouden is in het dorpje Baard. Of het toen ook al fierljeppen genoemd werd is trouwens niet bekend.

Hoe dan ook, boeren gebruiken de polsstok niet meer voor hun boerenwerk, maar de sport is sinds 1767 niet meer verdwenen en alleen maar gegroeid. Jaarlijks worden nu tientallen wedstrijden georganiseerd. Gesprongen wordt van een houten springschans. Sloten en slootjes zijn verruild voor serieuze waterpartijen van soms wel 20 meter breed. Polsstokken zijn uitgegroeid tot enorme lengtes van soms wel twaalf en een halve meter, dit is ook de maximale lengte volgens de voorschriften. Deelnemers, zowel dames als heren, springen tot wel 20 meter ver. Om blessures te voorkomen wordt gelandt in een  zorgvuldig aangeharkt zandbed.

Het fierljeprecord staat op een kleine 22 meter. 21.68 meter om precies te zijn. Het staat sinds 11 augustus 2019 op naam van Nard Brandsma. Op de foto ziet u de toen onttroonde recordhouder Bart Helmholt.

De belangrijkste wedstrijdlocaties in Friesland zijn in de dorpen Winsum, It Heidenskip, Burgum, Buitenpost en de Friese stad IJlst.

Iedere fierljepwedstrijd is een genot om bij te wonen. Niet alleen vanwege het spektakel zelf maar ook omdat je voelt dat je deel uitmaakt van een lange traditie, eentje die teruggaat tot 1767.

Voor een compleet overzicht van de wedstrijddagen en tijden gaat u naar de website van de Frysk Ljeppers Boun (bond van Friese Fierljeppers).

Het dorp Eastermar ligt ten noorden van Drachten in een prachtig gebied te midden van twee, voor het gebied bijzondere waterpartijen, het Bergumermeer en De Leien. Deze relatief kleine en ondiepe meren zijn grotendeels ontstaan door veenafgravingen en afkalving. Het gebied draagt met trots het predicaat “Nationaal Landschap De Noardlike Fryske Wâlden” (De Noordelijke Friese Wouden).

Toch zal een bezoeker die van de meren heeft genoten zich wellicht afvragen, waar zijn de wouden gebleven? Inderdaad, wouden in de zin van uitgestrekte bossen vind je er niet. In de plaats daarvan vind je een eeuwenoud coulisselandschap. Dit wordt gevormd door talloze boom- en houtwallen die kleinschalige boerenpercelen van elkaar scheiden. Hier en daar kijk je dwars door een aantal van deze boom- en houtwallen heen, de dieptewerking is subliem. Tussen deze coulissen zie je telkens weer een andere voorstelling. Akkerland, graanvelden, weilanden met koeien, paarden, schapen, of misschien wel het mooist, een wisselend kleurenpalet van veldbloemen. De analogie met coulissen en voorstellingen in een theater kan bijna niet treffender.

De boom- en houtwallen worden met regelmaat teruggesnoeid en groeien in enkele jaren daarna weer terug. Aan de oudste exemplaren zie je dit onderhoud terug in decenniaoude grillige stronken en stobben. Ruilverkaveling is aan het gebied voorbijgegaan en dat is maar goed ook. De hout- en boomwallen zijn onaangetast en volgen de oorspronkelijke zandpaden die dorpen als Eastermar, Sumar, Harkema en Drogeham aan elkaar verbonden en nog steeds verbinden. De gemeente heeft zich erbij neergelegd en doet het onderhoud met zorg, verharding is uitgesloten. 

Het enige dat in het historische beeld ontbreekt zijn de karresporen die er ooit in grote hoeveelheden moeten hebben gelegen. Ook verdwenen zijn de talloze plaggenhutten die er moeten hebben gestaan. Het is moeilijk voor te stellen maar tot voor slechts honderd jaar geleden werden plaggenhutten in het gebied gebouwd om in te wonen, ook met grote gezinnen. De bijzondere  geschiedenis van de plaggenhut wordt verteld in Themapark de Spitkeet in Harkema, een aanrader.

Ik heb er een middag doorgebracht en kom snel terug want "Theater" Nationaal landschap de Noardlike Fryske Wâlden is 7 dagen per week open en de entree is ook nog eens helemaal gratis!