Alles over Baard
FrieslandWonderland Fries Nederlands

Alles over Baard

Baard

Baard is een terpdorp in de Greidhoeke. Vroeger nam het een bijzondere positie in vanwege het feit dat er recht werd gesproken. Het was ook de hoofdplaats van de voormalige grietenij Baarderadeel. De naam van de dorpskrant ‘De Baarder kat’ en een bronzen beeldje op de hoek van het kaatsveld verwijzen naar de vroegere strijd tussen Baard en Leons. De dorpen vochten “als honden en katten”.

De negentiende eeuwse kerk staat in het midden van het dorp. De knusse straatjes met oude huizen vormen een schilderachtig beeld. De fraaie voormalige doopsgezinde kerk is tegenwoordig in gebruik als woonhuis.
Een oude stelpboerderij uit Baard heeft in 1980 een nieuwe plaats gekregen in het Zuiderzeemuseum. De boerderij is ingericht als boerenleenbank. Het interieur van de voorkamer komt uit een boerderij in het nabijgelegen Jorwert.

Eetcafé ´t Skipperke aan de Boalserter Feart was vroeger een rustplaats voor schippers. Vanaf de Dekemawei is dit pand, samen met de beweegbare brug en de kerk, beeldbepalend voor het dorpsgezicht van Baard. Tegenwoordig is de oude herberg vooral een rustplaats voor fietsers en kanovaarders. De bovenzaal van ‘t Skipperke is in gebruik als dorpshuis. Op een mooie zomerdag kunt u van de zon genieten op het terras aan het water. Een wandeling naar Easterlittens langs de slingerende Boalserter Feart is ook de moeite waard.

Iedere winter is Baard het decor van de sfeervolle “Maretak Kerstmarkt”. De mythische maretakken (of misletoe) worden ieder jaar uit Frankrijk gehaald.

© Doarpswurk

Historie van Baard

Het terpdorp Baard is het voormalige bestuurscentrum van de grietenij Baarderadeel en heeft de naam gegeven. Het is eeuwenlang beheerst door het adellijke geslacht Dekema dat hier zijn stins bezat. Nu herinnert de Dekemawei nog aan de familie. Het dorp was goed ontsloten door de belangrijke Bolswardertrekvaart en kreeg in 1830 een ontsluiting over de weg van Franeker naar het achterland van Jorwert en omgeving.

Op de hoek bij de brug, de enige beweegbare in de lange Bolswardervaart, is in 1877 een nieuwe herberg gebouwd naar ontwerp van T. Spoelstra uit Tzummarum. In de dorpsstraat volgen aan beide zijden compact gebouwde, eenvoudige, meest gestucte rentenierswoningen. Soms met neoclassicistische kenmerken. Ze staan niet echt in een rooilijn; aan de noordoostzijde van de kerk staan ze ook. Op de hoek van de weg naar Easterlittens staat een forse kop-hals-rompboerderij met sierlijk metselwerk uit omstreeks 1890. De boerderij kijkt uit op het open veld in de dorpskern waar een vrij nieuwe, passende basisschool staat.
Achter de kerk loopt een buurt met deels oude bebouwing – de kleine, niet meer als zodanig gebruikte vermaning hoort daarbij – en wat naoorlogse volkshuisvesting. Deze bebouwingsstrook vormt aan de noordzijde van het dorp een gesloten front aan de hier gelegen opvaart, de dorpshaven. Verder is aan weerszijden van de Fâldenserweg richting Jorwert, gemengde bebouwing ontstaan.

De in 1876 gebouwde kerk staat aan de dorpsstraat op een ruim, hoog en door een muurtje met ijzeren hek en jonge leilinden beschermd kerkhof. Het gebouw heeft ongeleed bruin muurwerk met rondboogvensters. Er is een driezijdig gesloten koor met pilasters. De goten worden gedragen door kleine consoles en op het dak liggen blauw geglazuurde Friese gegolfde pannen. In de toren zit boven de ingang een spitsbogig venster met een dubbelbolle omlijsting van pleister. De drie torengeledingen zijn met friezen versierd. Er zijn spitsbogige galmgaten, acanthusconsoles onder de kroonlijst en een ingesnoerde achtzijdige spits met leien. Inwendig bezit de kerk een aardig orgeltje en een decoratieve kraak met opengewerkt hek.

Tekst: © NoordBoek - Peter Karstkarel • Foto: © FrieslandWonderland