Alles over Frieschepalen
FrieslandWonderland Fries Nederlands

Alles over Frieschepalen

Frieschepalen

Frieschepalen (Fryske Peallen) ligt tegen de grens met de provincie Groningen en naast de dorpen Siegerswoude en Ureterp. Frieschepalen is in de 18e eeuw ontstaan als ontginningsdorp in het hoogveengebied. Het dorp ligt aan de Rijksweg A7 van Heerenveen naar Groningen. Met de palen in de dorpsnaam worden de grenspalen langs de grens met Groningen bedoeld. Frieschepalen is pas in 1953 benoemd tot zelfstandig dorp. Voor die tijd maakte Frieschepalen deel uit van Siegerswoude.

Vanaf ongeveer 1660 werd de Grote Veenvaart naar Bakkeveen gegraven om de venen in het noordoosten van Opsterland te kunnen exploiteren. Bij Frieschepalen maakte deze vaart met verlaat en ophaalbrug een buiging naar het zuidoosten. Er stonden enkele huizen en een herberg. De vaart is gedempt en nu is de Tolheksleane de hoofdader van het dorp, een laan met mooie eiken en bebouwing van vooral vrijstaande woningen, enkele boerderijen en een kerkje met dakruiter uit 1928.

Bij Frieschepalen zijn ook de resten van een schans in het landschap te vinden. In het begin van de Tachtigjarige Oorlog moest de rust in Friesland worden verdedigd met behulp van schansen op strategische plekken. Aan het einde van de 16de eeuw werd er ook een exemplaar bij het huidige Frieschepalen opgeworpen. De schans is aan zijn lot overgelaten, in 1672 weer opgemaakt en daarna vervallen.

Colofon:
Tekst: © Gemeente Opsterland

© Gemeente Opsterland

Historie van Frieschepalen

Frieschepalen is een jong streekdorp ontstaan nabij een kruising van een veenvaart en een oude postweg, de Tolweg, temidden van de venen nabij de Groningse grens. De palen in de dorpsnaam zijn de grenspalen en daar is aan het einde van de 16de eeuw een schans opgeworpen. In het begin van de Tachtigjarige Oorlog moest de rust in Friesland worden verdedigd door schansen op strategische plekken. Die aan de Tolweg – tegenwoordig Tolheksleane – lag net ten noorden van de huidige dorpskern. De schans is aan zijn lot overgelaten, in 1672 weer opgemaakt en daarna vervallen. Restanten liggen nog in het landschap.

In de 17de eeuw was nog geen sprake van dorpsvorming. In het verlengde van de Lange Wijk was door de Drachtster Compagnons vanaf ongeveer 1660 de Grote Veenvaart naar Bakkeveen gegraven om de venen in het noordoosten van Opsterland te kunnen exploiteren. Bij Frieschepalen maakte deze vaart met verlaat en ophaalbrug een buiging naar het zuidoosten. Er stonden enkele huizen en een herberg. De Schotanus-atlas toont de verveningen in volle gang. De grietenijkaart in de atlas van Eekhoff uit 1848 laat zien dat Ureterp aan de Vaart levendig bebouwd was: boeren brachten de afgeveende gronden op kleinschalige wijze in cultuur.

Bij de kruising van Frieschepalen stonden enkele bouwsels. De gronden in de omgeving werden woest en dor genoemd. De vaart is gedempt en nu is de Tolheksleane de hoofdader van het dorp, een laan met mooie eiken en fatsoenlijke bebouwing van vooral vrijstaande woningen, enige boerderijen en een verlegen tussen de bebouwing teruggetrokken kerkje met dakruiter uit 1928.

Ten oosten van de Tolheksleane zijn straatjes met nieuwbouw te vinden: Lytse Leane, Lytse Dobbe en ’t Paed. Later is ook het plan De Slûs gerealiseerd en recent is de opvallende seniorenhuisvesting De Jister tot stand gekomen. Frieschepalen is een compleet dorp, dat na de oorlog deze status kreeg: op het kruispunt staat nog een café (1913), nabij de plaats waar de sluis lag, die ook aan de demping ten offer is gevallen.

Tekst: © NoordBoek - Peter Karstkarel • Foto: © Hendrik van Kampen