Alles over Greonterp
FrieslandWonderland Fries Nederlands

Alles over Greonterp

Greonterp

Het kleine plaatsje Greonterp met zo’n tachtig inwoners ligt net onder Blauwhuis. Het dorp werd bekend toen schrijver Gerard Reve er in 1964 ging wonen. Het rustige Greonterp was de ideale plek om te schrijven. Toen de provincie Fryslân in 1997 de dichtbundel ‘Dit is myn lân’ uitgaf, schreef Reve hierin een klein gedicht over zijn tijd in Greonterp.

Geschiedenis
Greonterp is een terpdorp uit de vroege middeleeuwen. Het lag lange tijd helemaal afgezonderd tussen de meren en poelen. Er was maar één weg die naar het dorp liep. Verder vervoerde men alles over het water. Later kwam er een smalle weg naar Blauwhuis.

Bezienswaardigheden
De oude klokkentoren van Greonterp kent een kleurrijke geschiedenis. De toren werd in 1812 gebouwd. Na lang touwtrekken kwam het ‘Klokhûs’ in handen van de Rooms Katholieke parochie van Blauwhuis. Inwoners van Greonterp vonden dat de toren bij het dorp hoorde. Zij richtten de Stichting Klokketoren Greonterp op die nu eigenaar is van het bouwwerk. De toren is een omklede klokkenstoel met een spitsje. Hij lijkt op de klokkenstoelen van Hartwerd en Hennaard. De klok zelf dateert van 1465. Er staat een prachtig opschrift op: "Hoor als ik geluid word, ik roep tot de vreugden van het leven." In 1999 is de klokkentoren grondig gerestaureerd. Het geluid van de klok is in de wijde omgeving te horen.

Wonen en leven
Inwoners van Greonterp moeten voor hun dagelijkse boodschappen naar omliggende dorpen. Ook voor onderwijs en sportfaciliteiten zijn de Greonterpers aangewezen op buurdorp Blauwhuis.
Even voorbij Greonterp liggen drie meertjes: de Vliet, het Rietmeer en het Sipkemeer. Aan de oevers van de Vliet zit een zeil- en surfschool. De natuur rondom Greonterp trekt veel fietsers die dwars door de landerijen het fietspad richting Parrega kunnen nemen.

© Gemeente Sudwest Fryslân

Historie van Greonterp

Greonterp is een terpdorp van vroeg-middeleeuwse oorsprong dat geïsoleerd in het lage land te midden van meren en poelen lag. Zelfs nadat het grote Sensmeer aan de noordzijde in 1633 is drooggemalen, bleef het dorp een afgelegen positie houden. Bij benadering over de enige weg is het alsof het dorp op een eiland in de groene zee ligt. Het had alleen verbindingen over het water. Later kwam er een smalle weg naar Blauwhuis, waar het qua voorzieningen helemaal op aangewezen is. Het zijn beide dorpen waarin de bevolking het oude geloof is trouw gebleven.

Op de grietenijkaart van Wûnseradiel in de atlas van Schotanus uit 1716 is de waterrijke positie van het dorp in de uiterste zuidoosthoek van de grietenij te zien. De Tegenwoordige Staat van Friesland had in 1788 niet veel te melden: ‘een klein dorp […] met eene kerk zonder toren, even ten Zuiden van den Sensmeerder Dyk, aangelegd in 1633. Voorts behooren hier onder Senshuizen en ’t buurtje Kie, wel in ’t Sensmeer en binnen den Dyk, doch op hoog land gelegen; zynde het overige land, hier onder behoorende, ten grooten deele laag.’

Er zijn tekeningen uit 1722 bewaard van staten in de buurt van Greonterp, maar op de genoemde kaart wordt Elingastate niet vermeld en is Hoytemastate onder Tjerkwerd aangegeven. Na de Hervorming is de kerk in gebruik genomen door de aanhangers van de nieuwe leer. De gehele dorpsbevolking bleef roomskatholiek; er werd nauwelijks gepreekt. De kerk raakte in verval en is in 1780 gesloopt.

Op het omgrachte kerkhof staat een klokhuis uit 1822. Het heeft een vierkante stenen onderbouw, een met leien gedekt piramidedak en bekroning door een achtkantige spits. De klok uit 1465 is gegoten door Steven Butendiic. Deze draagt het opschrift: Dum trahor audite, voce vos ad guadia vite (Hoor als ik geluid word, ik roep tot de vreugden van het leven). De bebouwing van een groep huizen en enkele boerderijen is opmerkelijk compact en zorgt voor een grote schilderachtigheid.

Tekst: © NoordBoek - Peter Karstkarel • Foto: © Jan Dijkstra