Alles over Jistrum
FrieslandWonderland Fries Nederlands

Alles over Jistrum

Historie van Jistrum

Jistrum is een dorp dat het midden houdt tussen een langgerekt streekdorp en een esdorp omdat het een brink-achtige ruimte in het midden heeft. Het dorp is in de Middeleeuwen ten oosten van het Bergumermeer op een zandrug ontstaan. Een zandrug die van de lage oever over nog geen kilometer oploopt tot 3.7 m boven N.A.P. en die van het noordwesten – de Eest – met een buiging naar het oosten loopt.

Op de grietenijkaart van 1716 is de kom goed te zien, evenals de met bomen omzoomde wegen en paden die over de rug in noordwestelijke en oostelijke richting verbindingen leggen. Naar het zuiden ligt een pad richting Kolonelsdiep waar de Bargetille bij Schuilenburg naar Eastermar voert. De Tegenwoordige Staat van Friesland meldde in 1786: ‘een dorp, in ’t Noorden en Oosten, aan Achtkarspelen palende, en insgelyks zeer vermakelyk door de menigvuldige plantagien en bouwlanden. Verscheiden persoonen zyn hier ryk geworden door de heidvelden in goed bouwland te veranderen […]. Zuidwaards loopt dit dorp tot aan de zogenoemde Bargetille, en heeft, Noord- en Noordwestwaards, de buurtjes de Meeren en de Eest onder zich. De kerk heeft een stompen toren en eene goede buurt rondsom zich, door welke een rydweg naar de Kooten loopt; ook schiet eene vaart van dit dorp naar het Bergummer meer.’

In de hoofdstraat, de Schoolstraat, staat meest vrijstaande gevarieerde bebouwing. Een opvallende boerderij van omstreeks 1800 staat op nummer 31. Het voorhuis is aan de lange zijde uitgebouwd voor meer woonruimte en een grote zolder. In Jistrum zijn meer boerderijen te vinden met uitgebouwde woonruimten, zoals die aan Tillewei 1 uit omstreeks 1820.

De romano-gotische kerk is in het midden van de 13de eeuw op een hoogte in het midden van het dorp gebouwd. Zij heeft een halfrond gesloten koor, een ongelede toren met spaarvelden en rondboogfriezen en met een zadeldak. Het schip heeft kleine rondboogvensters en is versierd met een keperfries. Inwendig wordt het gedekt door koepelgewelven met elk acht rondstaafribben.

Tekst: © NoordBoek - Peter Karstkarel • Foto: © Jan Dijkstra