Alles over Joure
FrieslandWonderland Fries Nederlands

Alles over Joure

Joure

Historische Vlecke
Een Vlecke van naam en faam. Hoe de hoofdplaats van Skarsterlân aan haar naam komt, daar bestaan verschillende verhalen over. Bij de verklaring wordt vaak gedacht aan haver (in het Fries hjouwer), maar dit is toch niet erg waarschijnlijk. Het meest gesteund wordt de verklaring dat de naam is afgeleid van het Germaanse woord "ghebhara", wat "water" betekent. Een predikant die in 1809 door Joure reisde noemde het "een ongemeen fraai dorp". De man vond er weliswaar "geene verbazende of stoute voorwerpen van natuur of kunst, geene bergen of dalen, geene prachtige paleizen of vervallene ridderkastelen", maar hij was diep onder de indruk van wat hij in deze plaats wel waar kon nemen.

Geen dorp en geen stad
De hoofdplaats van Skarsterlân is geen stad, maar is ook al eeuwen geleden het predikaat "dorp" ontgroeid. Joure wordt daarom naar oud-Friese gewoonte een "vlecke" genoemd: een plaats die het midden houdt tussen een dorp en een stad.

Van uitbuurt tot hoofdplaats
Hoewel er in Joure veel is veranderd, is ze nog steeds een der fraaiste plaatsen in het zuiden van Fryslân. De vele monumenten en andere bezienswaardigheden bewaren de herinneringen aan een nijver verleden. Want nijver is Joure altijd geweest.

Stedelijke allures
In 1466 kreeg de plaats al het marktrecht. Eerst voor een weekmarkt, maar in 1492 mocht er ook een jaarmarkt komen. Dit werd de befaamde Jouster Merke, die nog steeds elke vierde donderdag van september duizenden mensen op de been brengt.

Een nijver volkje
Deze nijvere vlecke herbergde tal van ambachten. Later kreeg ze vooral bekendheid door de scheepsbouw en de klokkenindustrie. Een beroemd geworden scheepsbouwer is - zoals hij in de volksmond genoemd werd - Eeltsjebaas, die in de negentiende eeuw roemruchte jachten en boeiers bouwde. Deze scheepsbouwers en klokkenmakers trokken op hun beurt weer andere bedrijven aan. Er kwamen meubelmakerijen, die zich bezighielden met het maken van kasten voor de door de klokkenmakers met uiterste precisie vervaardigde uurwerken van de befaamde Jouster stoeltjesklokken en Friese staartklokken. Er verschenen tevens koperslagers om de gewichten van de uurwerken te fabriceren en koperbeslagen aan de scheepswerven of paardentuigen aan de boeren te leveren. In het begin van deze eeuw maakten ook goud- en zilversmederijen in Joure een bloeiperiode door. Veel eerder al, in 1753, had Egbert Douwes met de opening van een winkel in koffie, thee, tabak en koloniale waren de grondslag gelegd voor het huidige Douwe Egberts-concern.

© VVV/ANWB Langweer-Joure

Historie van Joure

Joure is een nederzetting met een kleinstedelijk karakter, een vlekke. De vlekke is als buurschap van Westermeer in de 15de eeuw ontstaan op een zandrug. Westermeer was in de Middeleeuwen een van de dorpen van de Haskervijfga, de rij van vijf kerkdorpen op een hoger gelegen zandrug in Haskerland. Van Westermeer resteert alleen nog de 13de-eeuwse toren: de kerk is in de 18de eeuw afgebroken na in verval te zijn geraakt. De toren is van kloostermoppen en kleinere rooswinkels gebouwd en is voorzien van spaarvelden met rondboogfriezen. De toren is nu de wachter op de grote begraafplaats.

Even buiten Westermeer lag de buurschap Joure. Voor de ontwikkeling van handel en bedrijvigheid gunstig gelegen aan de rijweg naar Gaasterland en aan goed vaarwater, de Zijlroede en de vaart met de naam Oudeweg. Aan het einde van de Zijlroede werd in 1614 een haven gegraven, de Kolk en de Overspitting gingen aan de achterzijde de streek ontsluiten. Joure overvleugelde in de 17de eeuw het moederdorp Westermeer in een snel tempo. Na de Hervorming wordt niet eens de moeite genomen om de kerk van Westermeer voor de nieuwe eredienst in te richten: dat gebeurt na 1580 wel in Joure.

De vlekke had volgens de Tegenwoordige Staat van Friesland in 1788 allure: ‘Joure is allengs van een klein beginzel opgekomen: ’t zelve was reeds in de zestiende eeuw vry aanzienlyk, doch is na dien tyd nog vergroot. Thans telt men daar ruim 330 huizen, alle voorzien met meer of minder groote tuinen, doorgaans van 130 tot 140 voeten lengte […]. Het aanzienlykste deel deezes Vleks is eene dubbele en byne rechte streek huizen […], evenredig gebouwd, ter lengte van ongeveer 900 treeden […]. Ook zyn de straaten zeer net gevloerd met Keisteenen, in den jaare 1615, gelyk in ’t midden des Dorps in eene straat met witte Keisteenen is afgebeeld. Langs de huizen zyn de straaten gevloerd met klinkerd steenen, zo net als in eenige Stad plaats heeft; ook worden ze niet minder zindelyk onderhouden.’

Dat Joure toen al een nijver dorp was werd ook opgemerkt: ‘Het ontbreekt de Joure aan geene Konstenaars en Ambachtslieden: men vindt ’er vier Smeden, verscheiden Timmerlieden, Kast, Kist- en Uurwerk maakers, welke laatste hunne huisklokken alom verzenden. Ook vindt men hier eene Lynbaan en twee vermaarde Scheeptimmerwerven […]. Hier zyn ingelyks twee Pottebakkeryen, welker eene inzonderheid een’ grooten naam heeft […]. Insgelyks zyn ’er twee Brouweryen […] en daarenboven verscheiden bloeiende Winkels in allerhande waaren, die hunne goederen onmiddelyk van Amsterdam krygen, met den Beurtman, die alle weeken […] derwaards vaart.’

Joure is een plaats van ambacht en industrie gebleven. In de Midstraat vormt de in 1628 gebouwde kloeke dorpstoren het hoogtepunt. Hij wordt bekroond door een brede balustrade en een lantaarnkoepel. Op de verdieping is het vertrek van de vierschaar ondergebracht.

De tweebeukige kerk is in 1644 achter de toren in gele steen opgetrokken. Grietman Hobbe Baerdt was de initiatiefnemer, zoals het poortje aan de Midstraat vertelt. Tussen de grote, door rode steen omlijste vensters staan steunberen in de vorm van pilasters. De twee ongelijke, inwendig door vijf kolommen en scheibogen gelede beuken worden samen door een meerzijdig koor gesloten. De doopsgezinden bouwden in 1824 een uit de rooilijn teruggerooide zaalkerk in een ingetogen neoclassicisme.

Meer naar het oosten kwam de rooms-katholieke kerk pas in 1952/’53 tot stand achter een toren uit 1866/’67. Zij is een driebeukige basiliek met kenmerken die naar de vroeg-christelijke kerkbouw verwijzen. Het hoofdgebouw van het bejaardenhuis De Vlekke, ooit woning en later ook enige tijd raadhuis, is een deftig neoclassicistisch pand met een fronton en een balkon op zuilen. De Midstraat wordt aan de ene zijde geflankeerd door de Merk en het parkje van Ter Huivra met voornamelijk recente bebouwing, aan de andere zijde door het park van het verschillende keren vernieuwde Heremastate, thans het gemeentehuis. De vlekke is aanvankelijk vooral aan de zuidwestzijde uitgebreid, later ook aan de noordoostzijde.

Tekst: © NoordBoek - Peter Karstkarel • Foto: © FrieslandWonderland