Bolsward, start- en eindpunt van de jaarlijkse Fietselfstedentocht. Monumentale stad met lange historie en traditie. Dit is terug te zien in de monumentale gevels en gebouwen zoals de Martinikerk en de Broerekerk, hoewel de laatste slechts een ruïne betreft. Bolsward is de thuisbasis van de Us Heit Distillery, hier wordt onder andere de Frysk Hynder Whiskey gestookt. Daarnaast wordt er jaarlijks het straatfestival BOLStjurrich georganiseerd. Bolstjurrich laat zich te best vertalen als "opstandig", wat overigens niet wil zeggen dat de Bolswarders opstandige mensen zijn. Het is er vooral gezellig en gastvrij. Als Friese stad een aanrader voor een bezoek of verblijf. Hieronder nog veel meer informatie over de Friese stad Bolsward.  Bolsward is lange tijd de laaste nog zelfstandige stadsgemeente van Friesland geweest. In 2011 is deze laatste stadsgemeente gefuseerd met de gemeenten Nijefurd, Sneek, Wûnseradiel and Wymbritseradiel. De stad Bolsward lag in de Middeleeuwen strategisch voor waterverkeer en handel. Er was verbinding met de Middelzee en door de Marneslenk met de Zuiderzee. Hoewel die waterwegen dichtslibden, bleef Bolsward bereikbaar voor waterverkeer en kon als handelsplaats opbloeien. Het raakte gelieerd aan de Hanze. De oorsprong is nog voelbaar aan de terpen bij de Martinikerk en bij de Hoogstraat: de laatste was de handelsterp. Bolsward was het kerkelijk centrum voor een wijde omgeving. Naast het Marktplein ligt de belangrijke gracht van Marktstraat en Appelmarkt met het fraaie stadhuis in het verschiet. Aan de Marktstraat staan voorname grachtenpanden met gevels in barok, rococo en neoclassicistische stijlen. De Bolswarders hebben in 1614/’17 hun welvaart en beschaving willen uitdrukken met de bouw van een prachtig stadhuis. Het rechthoekige bouwwerk met pronkgevels en een hoge lantaarntoren is ontworpen en uitgevoerd door plaatselijke meesters en daarmee worden de stedelijke potenties uitgedrukt. De middenpartij waar op de hoofdverdieping de vierschaar voor de rechtspraak ligt, wordt bekroond door een hoge geveltop met overdadig rolwerk met obelisken. Daarin prijken de personificaties van Geloof, Hoop, Liefde en Gerechtigheid, waarvan de laatste twee van uitzonderlijke kwaliteit zijn. De lantaarntoren is een wonder van architectonische schoonheid. De Jongemastraat verbreedt zich aan het einde tot het Broereplein. Daar rijzen de dramatische muren van de Broerekerk op, in 1980 door brand ernstig beschadigd en nu een fascinerende ruïne. Het is een sobere vijftiende-eeuwse pseudo-basiliek met een rijke voorgevel, een rijke uitdossing die niet bij de bedelorde van de Franciscanen, maar wel bij Bolsward past. In de Heeremastraat staat een stadsstate van een van de adellijke families van Bolsward: Heeremastate, die kort na 1500 is gebouwd. De muren zijn gemetseld van afwisselend gele kloostermoppen en banden van kleinere rode baksteen. De langste stadsgracht, de Dijl, is omzoomd door een afwisselende bebouwing van Kleine en Grote Dijlakker. Voorname lijstgevels, een reeksje eenvoudige halsgevels, een fraai versierde trapgevel en een erg fraaie halsgevel. Achter de rooilijn rijst de Sint Franciscuskerk op, in 1934 door H.C. van der Leur en Dom Paul Bellot ontworpen in een expressionistische stijl die vooral inwendig te genieten is. Het is de kerk van een meer dan zes eeuwen oud devotiebeeld van de Lieve Vrouw van Zevenwouden. Er wordt een mirakelboek uit het midden van de 16de eeuw bewaard. Het huis Wipstraat 6, achter het stadhuis, wordt beschouwd als het geboortehuis van Gysbert Japicx, de Friese dichter uit de 17de eeuw. Aan de Nieuwmarkt even voorbij de herensociëteit ‘De Doele’ staat het brede en uitwendig wat stugge Sint Anthony Gasthuis. Het is gebouwd in 1778-’91 ter huisvesting van alleenstaande vrouwen en heeft een bijzonder rijk ingerichte voogdenkamer in Lodewijk XVIstijl. Aan de Skilwyk, een gedempt haventje, staat de doopsgezinde kerk met een neoclassicistisch front en zelfs een torentje op de voorgevel, uitzondering bij de mennisten. Aan de noordoostzijde ligt het laatste restant van het Hoog Bolwerk. Daarachter rijst de magistrale Martinikerk op, een grote pseudobasiliek gebouwd tussen 1446 en 1466. De forse vijfledige toren is wat ouder: de grootste van de kenmerkende zadeldaktorens van Friesland. Het hoge koor wordt geschoord door hoge steunberen en dat is nodig omdat de wanden grotendeels geopend zijn met grote spitsboogvensters. Binnen zijn op enkele gewelven schilderingen aanwezig met onder meer het kersttafereel. In het licht geblankette interieur doet het magnifieke eiken meubilair van zich spreken. In het koor staan rijk gesneden koorbanken die deels uit de Broerekerk afkomstig zijn. De barokke preekstoel is door een collectief van Bolswarder vaklieden in 1662 gemaakt. De eerste stadsuitbreidingen vonden vanaf de jaren twintig plaats in het zuidoosten, na de oorlog gevolgd door Plan Noord. De stad is in de laatste decennia van de 20ste eeuw aanzienlijk uitgebreid met wijken aan de oost- en noordzijde. Vanouds liggen de bedrijven ten zuidwesten van de binnenstad. Het nieuwe bedrijvenpark is volop in ontwikkeling in de Weeshuispolder ten westen van de stad.

Goede wijn behoeft geen krans. Dat geldt eigenlijk ook voor Gaasterland, een uniek stukje Friesland maar ook een uniek stukje Nederland. Het licht glooiende landschap laat een ongekende variatie zien: weilanden, akkers, bos, heide, rietlanden, moeras, water, laaggelegen bedijkte polders en hooggelegen ’gaasten’ en kliffen. Eeuwen geleden al was het gebied ’tussen Mar en Klif’ (de Friese meren en de kliffen langs het IJsselmeer) in trek als woongebied voor de adel. En toen in de tweede helft van de negentiende eeuw heel langzaam het toerisme begon op te komen, was Gaasterland niet voor niks één van de eerste gebieden die daarvan profiteerden. Voor zeer velen heeft de gebiedsnaam een magische klank die herinneringen oproept aan de vakanties die men er doorgebracht heeft. De lange toeristische traditie betekent ook dat het gebied helemaal ingesteld is op het toerisme. Niettemin heeft Gaasterland zijn authenticiteit volledig weten te behouden. Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en It Fryske Gea beheren in Gaasterland een groot aantal verschillende gebieden die vanwege hun natuurlijke en/of landschappelijke waarde bescherming verdienen: bossen, heidevelden, kliffen, polders en buitendijkse gebieden. Het zijn er te veel om op te noemen; en het noemen van een paar zou de overige gebieden tekort doen. Vandaar: kijkt u zelf maar eens op de sites van die organisaties en ontdek zo de grote verscheidenheid aan natuur en landschappen. Bent u eenmaal in het gebied, dan bevelen wij een bezoek aan het "streekinformatiecentrum Mar en Klif" van harte aan. Het centrum is gevestigd in het mooie brinkdorp Oudemirdum en biedt een schat aan informatie over de natuur, de geschiedenis en de cultuur van Gaasterland. Het gebied laat zich op veel verschillende manieren ontdekken. Per fiets, wandelend, te paard, op de motor of in de auto; op "Route Zuidwest Friesland" kunt u aangeven wat u wilt en vervolgens kiezen uit routes die voldoen aan uw wensen. Speciaal voor fietsers is ook een knooppuntennetwerk ontwikkeld, op basis waarvan u uw eigen route kunt samenstellen. Het schilderachtige riviertje de Luts, de Van Swinderenvaart, de Spokershoekvaart en de Rijstervaart zijn geschikt voor de kleine watersport. Gezamenlijk vormen ze het traject van de Elfstedentocht dat door Gaasterland voert en het Slotermeer en de Fluessen met elkaar verbindt. De route voert via een klein meertje dat ontstaan is door het afgraven van zand voor de aanleg van de N359. Tegenwoordig is het onderdeel van natuurgebied Wyldemerk, dat in 2007 werd uitgeroepen tot het eerste libellenreservaat van Nederland. De rust van nu staat in schril contrast met de geschiedenis van de locatie, die ook de naam (’Wilde Markt’) verklaart. Het verhaal wil dat hier lang geleden jaarlijks een (wild) heidens feest werd gevierd ter afscheid van de zomer. Zéker is dat het later, tot het eind van de negentiende eeuw, de locatie vormde voor een jaarmarkt annex kermis, waar het er nogal eens wild aan toe ging... Van 1954 tot 1969 was er in het gebied een barakkenkamp voor islamitische Molukkers gevestigd. De daar gebouwde moskee was de tweede van Nederland. Ten zuidoosten van Wyldemerk ligt een prachtige, 9-holes natuurgolfbaan. Vanwege de speciale aandacht voor de natuur bij zowel de aanleg als het beheer heeft de baan als eerste in Europa een zogenaamd ’Groenlabel’ ontvangen. Ook het spelen van boerengolf behoort tot de mogelijkheden, bijvoorbeeld bij IJsboerderij De Bûterkamp in Oudemirdum. Daar worden ook excursies georganiseerd en, de naam zegt het al, er wordt ambachtelijk ijs gemaakt én verkocht. Een prachtig uitzicht over het Gaasterlandse landschap had u vanaf de luchtwachttoren die in de tijd van de Koude Oorlog gebouwd werd ten westen van Oudemirdum, op het hoogste punt van Gaasterland. In verband met de slechte staat is dit nu niet meer mogelijk! Gewoon lekker op het strand liggen kan natuurlijk ook, bijvoorbeeld bij De Hege Gerzen. Hier is sinds kort ook een speeltuin voor de kleintjes aangelegd. Hiervoor werd een deel van de speelattributen van het bekende Sybrandy's Speelpark uit Rijs verplaatst naar De Hege Gerzen. Strand is er trouwens ook bij Mirns, het zogenaamde Mirnserklif. Hier kun je zwemmen maar een afgebakend deel wordt ook gebruikt voor kitesurfing. Het restaurant met ruim terras op het Mirnserklif is onlangs geheel vernieuwd. Ik durf te stellen dat Paviljoen 't Mar een van de mooiste locaties is om te dineren. Zeker als het mooi weer is en de zon haar laatste stralen van de dag over het IJsselmeer laat schijnen. Een beschrijving van een gebied als Gaasterland is natuurlijk nooit compleet; daarvoor is er gewoon te veel te zien, te doen, te beleven en te ondergaan. Voor dat probleem is maar één oplossing: het gebied zélf gaan ontdekken! U bent van harte welkom.

Volgens mij zijn plastic koeien voor het eerst in Friesland opgedoken tijdens Simmer-2000. Dit was een Fries zomerevenement tijdens het eerste jaar van het derde millennium. Je kunt het evenement zien als een Fries onderonsje en reünie op provincieschaal. Friezen kwamen van heinde en ver om het Fries zijn met elkaar te delen, te beleven en te vieren. Onder het predikaat "Fryslân, lân fan kij" (Friesland, land van koeien) werden 500 kunststof koeien gefabriceerd en in het landschap tentoongesteld. Wellicht omdat de levende exemplaren op stal stonden en de weides wel wat zwart-bont-gevlekt kon gebruiken als landelijk decor van het Simmer-2000 evenement. We zijn inmiddels ruim 20 jaar verder. Er is veel veranderd. Koeien zijn in Friesland gewoon weer in de weide te zien. Weidegang en kruidenrijk gras zijn gangbare begrippen geworden in melkproductie en melkconsumptie. Als je nu door Friesland rijdt zie je bij tijd en wijle meer weides mét koeien dan weides zonder koeien. Plastic koeien leven langer dan echte. Na ruim 20 jaar zijn ze er nog volop. Vaak als ornament in particuliere tuinen of als blikvanger voor bedrijven, zoals notabene bij de Fonterra mega-kaasfabriek in Heerenveen, die hebben een heleboel. Ik maak er een gewoonte van om ze te fotograferen. Je ziet ze in allerlei kleuren. Het wordt inmiddels een bonte verzameling. Vandaag staat in de Leeuwarder Courant dat de Friese veeboeren de komende jaren een hard gelag wacht. Velen van hen zullen gedwongen moeten stoppen. Ik vraag me af hoe de provincie Friesland over nog eens ruim 20 jaar eruit zal zien. Moeten we straks weer plastic koeien "van stal" halen zeker. Dacht het niet! "Fryslân, lân fan kij"

Sibrandahûs is een gehucht tussen Dokkum en Burdaard. In de regio is het vooral bekend vanwege een prachtig Middeleeuws kerkje (waar ook getrouwd wordt) en een niet erg spannende brug over de Dokkumer-Ee. De brug verbindt Noord en Zuid, kleigrond en zandgrond, én liefdesrelaties. De meeste mensen kennen het fenomeen van de liefdesslotjes. Je ziet het vooral in de grote romantische toeristensteden. Geliefden hangen een hangslotje aan een brugleuning als teken van eeuwige trouw en liefde.  Voor veel geliefden westelijk van Dokkum heeft de brug in Sibrandahûs in vroeger jaren een belangrijke rol gespeeld. Ik hoorde een verhaal tijdens een voorleesavond in de kloosterkapel in Jannum, niet ver van Sibrandahûs. Het verhaal ging over Gerben en Ybeltsje. Hij woonde aan de noordkant van de Dokkumer-Ee, zij aan de zuidkant. Hij was een welgestelde boerenzoon, zij dochter van een eenvoudige arbeider. Hij kwam van de kleigrond, zij van de zandgrond.  Het verhaal combineert onmogelijke liefde, rang en stand en een geheime ontmoetingsplaats bij de brug van Sibrandahûs. Het verhaal trof me in het hart, mijn ouders trof hetzelfde lot. Hij was zoon van het hoofd van de school, zij was dochter van een eenvoudige groenteboer. Hij kwam van de noordelijke kleigrond, zij van de zuidelijke zandgrond. Hij schreef liefdesgedichten en schetste de brug van Sibrandûs erbij als te nemen obstakel. Heit was een romanticus. De liefde overwon, zowel bij Gerben en Ybeltsje als bij mijn ouders. Had het fenomeen bestaan dan hadden er regelmatig liefdesslotjes aan de brug van Sibrandahûs gehangen.

De Waddeneilanden zijn de spreekwoordelijke ’parels’ van Friesland. Vier, of eigenlijk vijf op een rij. Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog.  Texel valt op deze website helaas buiten de boot omdat het bij de provincie Noord-Holland hoort en deze website nou eenmaal over Friesland gaat. Het ene Waddeneiland is nog mooier dan het andere. Een paar belangrijke en populaire eigenschappen hebben ze gemeen, de onmetelijk lange goudgele zandstranden. Bij een bezoek aan een van de Waddeneilanden doen zich een paar bijzondere fenomenen voor. Bij vertrek en aankomst en op de boot kan het heel druk zijn, maar als je eenmaal op het eiland bent verspreidt deze drukte zich en ervaar je rust en ruimte. Destemeer als je op het strand bent aanbeland. Daar heb je kilometers zandstrand helemaal voor jezelf. Een ander fenomeen is dat je gezichten van de boot herkent op het eiland, op het fietspad of op het terras. Je ziet telkens weer dezelfde mensen voorbijkomen. Hierdoor lijken de Waddeneilanden groot en klein tegelijk. Hoewel de Waddeneilanden allemaal dezelfde basisingrediënten bevatten zoals dorpjes, duinen en stranden, zijn ze op een bijzondere manier toch ook  weer verschillend van elkaar. Het ene eiland heeft meer bossen, het andere eiland meer heide. Het ene meer cranberryvelden het andere meer weilanden en boerenbedrijven. Het ene is autoluw en het andere niet. Allemaal hebben ze vele kilometers aan wandel- en fietspaden. De jeugd weet vooral Terschelling te waarderen. Gezinnen Ameland. Natuurliefhebbers en vogelaars Schiermonnikoog. Vlieland heeft een wat exclusiever karakter en is populair bij celebs. Eén fenomeen blijft tot nu toe onbesproken, "eilandgevoel". Je moet er geweest zijn om dit fenomeen te herkennen. Het begint zodra de boot de trossen heeft losgegooid en eindigt als je bij terugkomst weer voet aan vaste wal zet in Holwerd, Lauwersoog of Harlingen. Er zijn boeken over geschreven. Dit eilandgevoel heb je, voor zover ik weet, alleen op de Waddeneilanden!

Akkrum is in de vroege Middeleeuwen als terpdorp ontstaan. Doordat het gunstig gelegen was aan de zuidelijke oever van de oude, meanderende waterloop de Boarn kon het dorp zich voorspoedig ontwikkelen. Toen er in de 19de eeuw goede weg- en spoorverbindingen kwamen, kon Akkrum de hoofdplaatsfunctie van de grietenij Utingeradeel overnemen van het minder gunstig gelegen Aldeboarn. De Overijsselsestraatweg kwam als rijksweg in 1827/’28 gereed en in 1868 werd het spoor aangelegd. Het was al eerder een passageplaats voor het verkeer: ‘Akkrum is een vermaaklyk Dorp, dewyl alles, wat te paarde of met rydtuig van Leeuwarden naar ’t Heerenveen en verder wil, hier door zynen weg moet neemen’ werd aan het einde van de 18de eeuw geschreven. Intussen had het dorp zich vanaf de terphoogte langs het water en de Slachtedijk ontwikkeld tot streekdorp. Het streekdorp buigt met de waterloop mee tot een elegante hoofdstructuur. Van west naar oost laten de Ljouwerterdyk, het Heechein, de Buorren, de Kanadeeskestrjitte en verderop de Boarnsterdyk bovendien een aangename afwisseling van gesloten bebouwing en open ruimten zien. Gedurende de 19de eeuw raakte de streek aan beide zijden geheel bebouwd. Omstreeks 1900 was Akkrum in het oosten aan het kleine buurdorp Nes vastgegroeid. De eerste dorpsuitbreidingen in de 20ste eeuw vonden daar plaats. Onder meer het volksbuurtje met tuinstadkarakter van De Túntsjes en De Stripe uit 1919. Na de oorlog kreeg het wijkje in het zuidoosten, achter het station, gestalte en toen begon ook de woningbouw in een zuidelijke strook. Het in 1949 in traditionalistische Delftse Schooltrant ontwikkelde Sinnebuorren kreeg de karakteristiek van de optimistische wederopbouw. Daarna zijn in de jaren zestig achter de Boarnsterdyk tussen Akkrum en het oude Nes woonstraten aangelegd. Dit dorpsdeel is door Rijksweg N32, later verdubbeld tot autosnelweg A32, min of meer van Akkrum afgesneden. Vanaf het begin van de jaren zeventig is de wijk ten noorden van de Boarn ontwikkeld en aan het einde van de 20ste eeuw is de omvangrijke waterwijk Boarnstee ten noorden van Akkrum in het landschap gelegd. De hervormde kerk staat in het midden van het dorp op een voormalig ruim en hoog kerkhof. De ingetogen zaalkerk is in 1759 gebouwd ter vervanging van het middeleeuwse godshuis. De toren met drie geledingen en een ingesnoerde spits is in 1882 opgetrokken. De kerk bezit meubilair uit de 17de en 18de eeuw en in vier grote rondboogvensters zitten gebrandschilderde vensters met wapens uit 1760/’62 die in 1940 zijn gereconstrueerd. Schuin hier tegenover staat de doopsgezinde kerk. Weliswaar teruggerooid, maar zij compenseert het met een opvallend neoclassicistisch front met een dorische ingangspartij en een charmante koepeltoren. Het is een van de vroegste kerken in Friesland in deze stijl en gebouwd door aannemer Jacob Romein die vrij zeker zijn zoon Thomas Romein het ontwerp liet maken. Ten westen van de hervormde kerk staat achter een ruime tuin het tehuis voor ongetrouwde dames en weduwen Welgelegen. S. Hoekstra ontwierp het in 1924 in expressionistische stijl waarbij vooral de middenpartij tussen de iets scharnierende vleugels met de rijzige kap opvalt. Het tehuis staat op het terrein waar vanouds een buiten stond met een bijzondere tuin waarvan aan het Heechein het prachtige, achtzijdige tuinhuis met koepeldak uit de 18de eeuw van bewaard is gebleven. Een bijzondere tuin is nu te vinden aan de Ljouwerterdyk, een landschappelijke tuin van Gabe Westra rond het in 1901 door gemeentearchitect F.H. Hoekstra in een zeer decoratieve stijl ontworpen Coopersburg. Het is een tehuis van 22 kamerwoningen die alle een tuitgeveltje kregen, bedoeld voor minvermogende ouderen. De uit Akkrum afkomstige Folkert Kuipers (Cooper) stichtte het tehuis nadat hij in Amerika fortuin had gemaakt. Kuipers heeft voor zichzelf en zijn vrouw een mausoleum laten oprichten, in 1906 uitgevoerd naar ontwerp van J.H. Schröder in de Sezession-variant van de Jugendstil. Naast de ingangspartij staan pleuranten en erboven de portretmedaillons van Cooper en zijn vrouw.

Achlum is een terpdorp met een bijzondere vorm. De befaamde Slachtedyk loopt zuidelijk om de oude kern heen, terwijl de Achlumervaart er noordwaarts langs loopt. In het midden ligt het open, afgegraven gedeelte van de terp dat thans als ruim kaatsveld in gebruik is. Op het zuidelijke gedeelte van de hoge terp staat de middeleeuwse kerk met diaconiewoningen en pastorie en westelijk daarvan de zogenoemde "kloosterplaats" een monumentale 18de-eeuwse kop-hals-rompboerderij. Noordelijker staat in een levendig ritme hoofdzakelijk 19de-eeuwse bebouwing langs de vaart, waarbij vooral van de meer oostelijk gelegen huizen de bijzondere pannen op de daken opvallen. Dat zijn de rood of blauw geglazuurde Lucas IJsbrandpannen met een leivormig patroon, ontwikkeld in Makkum en op het panwerk van Achlum nagemaakt in de periode rond 1900. Bij de vaart staat tussen de schilderachtige bebouwing de karakteristieke voormalige dorpsherberg. Ten westen van de dorpskom is enige bedrijvigheid te vinden en de dorpsuitbreidingen hebben na de oorlog vooral in het oosten, aan de andere kant van de Hitzumerweg plaats gevonden. De hervormde kerk staat op de hoge terprest. Het gebouw is in oorsprong 12de-eeuws, de sporen van romaanse bogen en dichtgezette venstertjes zijn nog in stukken tufstenen muurwerk te zien, vooral aan de noordzijde. Daar zit een fraai, maar onthoofd reliëf van roze Bremer zandsteen uit de 14de eeuw in het muurwerk. De toren dateert uit de 15de eeuw en de houten bekroning met spitsje is van 1789. Inwendig heeft de kerk een gave protestantse inrichting met vroeg-17de-eeuws meubilair. Tegen de buitenkant van de zuidelijke muur staat een herinneringsplaat voor Ulbe Piers Draisma, een boer die in 1811 de eerste onderlinge brandwaarborg van Friesland oprichtte. Ten oosten van Achlum staat ten noorden van de Slachtedyk op een omgracht terrein Groot Deersum, nu een 18de-eeuwse boerderij, maar voorheen een state waarvan de stinspoort nog boven de gracht staat. De enige in Friesland die voorzien is van trapgevels.


0 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 | 30 | 31 | 32 | 33 | 34 | 35 | 36 | 37 | 38 | 39 | 40 | 41 | 42 | 43 | 44 | 45 | 46 | 47 | 48 | 49 | 50 | 51 | 52 | 53 | 54 | 55 | 56 | 57 | 58 | 59 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65 | 66 | 67 | 68 | 69 | 70 | 71 | 72 | 73 | 74 | 75 | 76 | 77 | 78 | 79 | 80 | 81 | 82 | 83 | 84 | 85 | 86 | 87 | 88 | 89 | 90 | 91 | 92 | 93 | 94 | 95 | 96 | 97 | 98 | 99 | 100 | 101 | 102 | 103 | 104 | 105 | 106 | 107 | 108 | 109 | 110 | 111 | 112 | 113 | 114 | 115 | 116 | 117 | 118 | 119 | 120 | 121 | 122 | 123 | 124 | 125 | 126 | 127 | 128 | 129 | 130 | 131 | 132 | 133 | 134 | 135 | 136 | 137 | 138 | 139 | 140 | 141 | 142 | 143 | 144 | 145 | 146 | 147 | 148 | 149 | 150 | 151 | 152 | 153 | 154 | 155 | 156 | 157 | 158 | 159 | 160 | 161 | 162 | 163 | 164 | 165 | 166 | 167 | 168 | 169 | 170 | 171 | 172 | 173 | 174 | 175 | 176 | 177 | 178 | 179 | 180 | 181 | 182 | 183 | 184 | 185 | 186 | 187 | 188 | 189 | 190 | 191 | 192 | 193 | 194 | 195 | 196 | 197 | 198 | 199 | 200 | 201 | 202 | 203 | 204 | 205 | 206 | 207 | 208 | 209 | 210 | 211 | 212 | 213 | 214 | 215 | 216 | 217 | 218 | 219 | 220 | 221 | 222 | 223 | 224 | 225 | 226 | 227 | 228 | 229 | 230 | 231 | 232 | 233 | 234 | 235 | 236 | 237 | 238 | 239 | 240 | 241 | 242 | 243 | 244 | 245 | 246 | 247 | 248 | 249 | 250 | 251 | 252 | 253 | 254 | 255 | 256 | 257 | 258 | 259 | 260 | 261 | 262 | 263 | 264 | 265 | 266 | 267 | 268 | 269 | 270 | 271 | 272 | 273 | 274 | 275 | 276 | 277 | 278 | 279 | 280 | 281 | 282 | 283 | 284 | 285 | 286 | 287 | 288 | 289 | 290 | 291 | 292 | 293 | 294 | 295 | 296 | 297 | 298 |