Steun deze website met een kleine financiële bijdrage

Wij hopen dat u deze website positief waardeert en dat u geniet van de grote hoeveelheid informatie en foto's over en van Friesland. Maar wist u dat deze website geheel draait op enthousiaste vrijwilligers en onbetaalde historische commissies en dat deze website geen subsidies ontvangt? Om die reden willen wij u in overweging geven om een kleine donatie te doen ter instandhouding van deze website. U kunt al doneren vanaf € 1,--. Dit gaat heel eenvoudig via een iDeal transactie. Alle bijdragen worden zeer gewaardeerd en uitsluitend gebruikt voor de verdere op- en uitbouw van deze website!

Regio's

Webshop

Wie verder inzoomt op Fryslân onderscheidt vijftig regio's. Al deze regio's kennen een diverse oorsprong. Sommige regio's danken hun bestaan aan de historie waarin dorpen sociaal en economisch op elkaar of op een stad waren aangewezen. Andere regio's worden gekenmerkt door de nabijheid van een bepaald natuurgebied of een belangrijke waterpartij. Weer andere regio's zijn bijzonder vanwege hun unieke ligging en geologie.

Hieronder ziet u alle Friese regio's zoals door FrieslandWonderland onderscheiden.

Deel:


Het zuidwestelijke puntje van het Friese vasteland is een intrigerende regio. Met de auto is het een uithoek waar je niet snel komt. En het boemeltje Sneek - Stavoren vervoert ook geen grote drommen mensen. Het is dan ook een prachtig, verstild gebied. De weldadige rust van tegenwoordig staat in schril contrast met het roerige en bedrijvige verleden.

Al in 991 werd Stavoren geplunderd door de Noormannen. Blijkbaar was het in die tijd al een welvarende, rijke stad. Dankzij de strategische ligging aan de Zuiderzee was Stavoren in de dertiende eeuw zelfs uitgegroeid tot de belangrijkste stad van Friesland. Toen de Hollandse graaf Willem IV in 1345 Stavoren wilde veroveren, liet hij een deel van zijn vloot ten noorden van de stad landen. De rest van het leger landde bij Laaksum en zou via Warns naar Stavoren oprukken. De veldslag die daarop volgde, is later beroemd geworden als de Slag bij Warns, die eindigde in een jammerlijke nederlaag voor de Hollanders en de dood van graaf Willem. De weg van Scharl naar Warns, waarlangs de Hollandse ridders hun ondergang tegemoet gingen, heette tot ver in de twintigste eeuw nog ’de ferkearde wei’ (de verkeerde weg) en wordt in de volksmond nog steeds zo genoemd. Bij het monument op het Rode Klif, een zwerfkei met de tekst "Leaver dea as slaaf" (liever dood dan slaaf), wordt de slag ieder jaar op de laatste zaterdag van september herdacht.

Stavoren kende perioden van grote bloei, maar ook van neergang en verval. Dat is ook het onderwerp van de prachtige sage van Het Vrouwtje van Stavoren. Bij de oude haven staat een beeld van deze hooghartige, rijke weduwe die, zo wil het verhaal, het ontstaan van het Vrouwenzand op haar geweten heeft: een ondiepte voor de kust die de scheepvaart hinderde en zo de oorzaak zou zijn voor de neergang van het stadje.

Aan het begin van de negentiende eeuw was Stavoren niet veel meer dan een onbetekenend vissersdorp. Een nieuwe impuls was de spoorverbinding met Sneek (1885) en vooral de veerdienst op Enkhuizen die een jaar later van start ging. In 1888 vond een botsing plaats tussen de twee stoomraderboten "Friesland" en "Holland". Díe ’slag’ was voor Holland: de "Friesland" verdween jammerlijk in de golven. In 1899 werd de eerste van drie stoomponten in gebruik genomen waar treinwagons op konden worden gereden. In 1916, het topjaar, werden maar liefst 340.000 passagiers en 43.000 goederenwagons overgezet.

Tegenwoordig is Stavoren een sluimerend, prachtig IJsselmeerstadje dat vooral in de zomer tot leven komt dankzij het watersporttoerisme. Maar ook voor niet-bootjesmensen is het stadje een bezoek meer dan waard. Proef al wandelend de unieke sfeer. Stap eens binnen bij Atelier Basalt, Kunsthuis Stavoren of Galerie De Staverse Jol. Of neem een kijkje in Toankamer ’t Ponthûs. En wilt u toch het water op, maak dan met de huidige, toeristische veerdienst een oversteek naar Enkhuizen.

Ook Molkwerum en Warns waren vroeger, dankzij de handel en zeevaart, welvarende plaatsen. Vanwege de eilandjes waarop het gebouwd werd, stond Molkwerum lang bekend als het ’Friese Doolhof’ of ’Venetië van het Noorden’. Een andere bijnaam was ’Heksenhol’, waarmee gerefereerd werd aan de vrouwen van wie de mannen vaak lang op zee verbleven. Het dorp stond bekend om de handel in zwanenpekelvlees en had een eigen vertegenwoordiging in Amsterdam. Sinds 1916 wordt in het dorp de beroemde Molkwarder Koeke gemaakt, een specifiek Friese lekkernij. In de oorspronkelijke bakkerij is tegenwoordig een Oudheidkamer met theeschenkerij gevestigd.

Warns kent nog een aantal zogenaamde ’grootschipperwoningen’. Tegenwoordig zijn het vooral schippers van pleziervaartuigen die het dorp als thuishaven hebben. Er zijn verschillende toeristische overnachtingsmogelijkheden en een aantal ateliers en galerieën.

Behalve vanwege de rijke en roerige geschiedenis en de huidige toeristische faciliteiten is het gebied ook, en misschien wel vooral, een bezoek waard vanwege het prachtige landschap, de natuur en de rust. Het hooggelegen Rode Klif, het schilderachtige haventje van Laaksum, de laaggelegen Sudermarpolder, de voormalige zeedijk, de buitendijkse natuurgebieden Mokkebank en de "Bocht van Molkwar" en het weidse IJsselmeer, dat door de plaatselijke bevolking niet voor niks nog steeds ’de See’ (de zee) genoemd wordt Dat alles vormt het schitterende decor waarin u heerlijk kunt fietsen, wandelen of skeeleren.

Ameland heeft zeer veel te bieden. Een prachtige natuurlijke omgeving waar je eindeloos kunt fietsen en wandelen. Maak eens een tocht naar Het Oerd of nog verder, De Hon, en ervaar de ruimte, de leegte en de stilte. Bezoek de dorpjes en proef de rijke historie en eigenzinnige Amelander cultuur. Beklim de vuurtoren van Hollum en geniet van het geweldige uitzicht. Of zoek het nóg hoger op en maak vanaf het vliegveld van Ballum een rondvlucht boven het eiland. Een parachute-sprong behoort ook tot de mogelijkheden. En met beide benen weer op de grond kun je vervolgens op de golfbaan een balletje slaan. Of je gaat kitesurfen, of paardrijden, of gewoon lekker op het strand liggen. Op Ameland hoef je je niet te vervelen!

De Amelanders zelf doen dat ook niet: er is geen eiland waar zoveel evenementen georganiseerd worden. Op cultureel gebied bijvoorbeeld: het Midzomerfeest, het Rôggefeest, Zydeco at Sea, de Horizontoer en de Kunstmaand. Daarnaast mag Ameland zich met recht het sportiefste waddeneiland noemen. Ieder jaar is er een nationaal beachvolleybal-toernooi, een internationaal strandrugby-toernooi, de Advent-ure Run en de Tri Ambla, Nederlands mooiste cross-triatlon (in 2008 het officiële ETU Europees Kampioenschap!).

Ameland in een notedop: er gebeurt van alles, er kán van alles, maar er móet niks! Hoewel... Wat u eigenlijk niet mág missen, is de tewaterlating van de paardenreddingboot. Gemiddeld één keer per maand wordt gedemonstreerd hoe in vroeger dagen bij 'schip in nood' de reddingboot door tien paarden over het strand en door de branding werd 'gelanceerd'. Een spectaculair gezicht!

Ooit, aan het eind van de negentiende eeuw, is het eiland door middel van een dam verbonden geweest met het vasteland. Maar de zee besliste destijds dat Ameland een eiland moest blijven: de dam verdween grotendeels in de golven. Het eerste deel vormde de basis voor de huidige veerdam bij Holwerd. Bij eb zijn de restanten van het overige deel nog zichtbaar.

In de twintigste eeuw zijn plannen gemaakt om Ameland door middel van twee dijken te verbinden met het vasteland en het gebied tussen die dijken in te polderen. Dit keer was het de mens zelf die besliste dat het eiland een eiland moest blijven. Gelukkig maar...

Het gebied ten zuiden van Dokkum staat bekend als de Dokkumer Wâlden (= wouden). Hier ligt een zandrug waarop zich in de loop van de eeuwen een bijzonder landschap heeft ontwikkeld. Kenmerkend zijn de elzensingels die de afscheiding vormen tussen de percelen. Het weidse, open landschap van het zeekleigebied ten noorden van Dokkum maakt hier plaats voor een halfgesloten, zogenaamd coulissenlandschap.

De afwisseling tussen open stukken, boomsingels en kleine stukjes bos geeft het gebied een geheel eigen charme. Niet voor niets maakt het deel uit van het Nationaal Landschap ’De Noordelijke Friese Wouden’.

Op de hoger gelegen zandrug was al rond 4000 voor Christus sprake van bewoning. Door stijging van de zeespiegel veranderde het gebied in de loop van de eeuwen echter in een ontoegankelijk hoogveengebied. Vanaf ongeveer het jaar 1100 werd dat vanuit het noordelijk kleigebied ontgonnen. Dwars op de noord-zuidgerichte verkaveling ontstond zo op de oorspronkelijke zandrug een reeks dorpen: Driesum, Wouterswoude, Dantumawoude, Murmerwoude, Akkerwoude en Rinsumageest. De laatste drie zijn in 1971 samengevoegd tot Damwoude. ’Dam’ is daarbij niets anders dan de eerste letters van de drie oorspronkelijke dorpen in een leesbare volgorde.

De Dokkumer Wâlden vormen een paradijs voor iedereen die houdt van rust, natuur en landschapsschoon. Niettemin zijn alle voorzieningen voor een aangenaam verblijf aanwezig. Ook in cultuurhistorisch opzicht heeft het gebied het nodige te bieden: kerken, molens, het nabijgelegen vestingstadje Dokkum, Cihoreimuseum De Sûkerei etc. De Dokkumer Wâlden lenen zich bij uitstek om per fiets of te voet verkend te worden. Kanoliefhebbers kunnen terecht op de Valomstervaart, die de zuidelijke grens van het gebied vormt en toegang biedt tot het veengebied ten westen van de De Dokkumer Wâlden.

De Scheiding (in het Fries ’Skieding’) is de toepasselijke naam van de weg die van Surhuisterveen naar het zuiden loopt. Die weg vormt namelijk de provinciegrens tussen Groningen en Friesland. Het landschap aan weerskanten is het resultaat van veen- en heideontginningen. Het dichte patroon van kleine weggetjes, de grote hoeveelheid verspreide bebouwing langs die weggetjes en de typerende houtwallen en elzensingels geven het gebied een kleinschalig, besloten karakter. De kavels zijn over het algemeen langgerekt; alleen rond de heidedorpen Boelenslaan en Houtigehage is de verkaveling meer blokvormig.

De dorpen in het gebied zijn relatief jong en hebben door hun ontstaansgeschiedenis als ontginningsdorpen vaak geen duidelijk herkenbare kern. Ook Drachten, inmiddels uitgegroeid tot de tweede stad van Friesland, bestond tot ver in de zeventiende eeuw nog niet als kern. De aanzet voor de groei werd gevormd door het contract dat de Drachtster Compagnons in 1641 sloten om het hoogveen ten noorden en oosten van het huidige centrum van de stad te ontgraven.

Dat het hier om een grensgebied gaat, blijkt onder meer uit het feit dat een groot deel van de inwoners van het (Groninger) dorp Opende Friestalig is. Behalve in cultureel opzicht lopen beide provincies ook landschappelijk gezien ’in elkaar over’. Dat geldt ook voor het grensgebied ten zuiden van de A7. Daar liggen onder meer Frieschepalen en De Wilp, dorpen waarvan de ’uitlopers’ in de buurprovincie liggen.

Het gebied rond de Skieding biedt een vriendelijk, karakteristiek en afwisslend landschap. Het leent zich bij uitstek om per fiets of te voet te verkennen. Bij mooi weer is Strandheem een prachtige bestemming: een recreatieplas waar u kunt zwemmen, surfen en op het strand kunt liggen. En wilt u een dagje winkelen? Drachten ligt naast de deur!

Voor velen is Harlingen de mooiste van de Friese elf steden. Over smaak valt natuurlijk niet te twisten, maar de stad van de `Ouwe Seunen` heeft in elk geval iets wat de andere tien niet hebben: de unieke sfeer van een havenstad. Tijdens het watersportseizoen is Harlingen een levendige, bruisende stad. Maar ook in de winter zorgen de verschillende havens voor `leven in de brouwerij`.

De eerste haven werd al rond 1500 aangelegd. Dankzij de bloeiende handel en zeevaart groeide de stad in de tweede helft van de zestiende eeuw explosief. Toen de Friese Admiraliteit in 1645 van Dokkum naar Harlingen werd verplaatst, werd de stad ook nog eens marinehaven.

Het rijke verleden is af te lezen aan de ruim 500 (!) monumenten die de stad kent. In één daarvan, het Hannemahuis, is het gemeentemuseum gevestigd, waar de geschiedenis van de stad op een boeiende manier tot leven komt. U kunt hier verschillende stadswandelingen krijgen. Een ander interessant museum is het Harlinger Aardewerkmuseum aan de Zoutsloot. Dit schilderachtige grachtje is ’s winters het prachtige decor voor een kerstmarkt die is uitgegroeid is tot één van de meest originele en sfeervolle van Nederland. Twee andere jaarlijkse evenementen die een bezoekje waard zijn, zijn het zogenaamde ’Lanenkaatsen’ (derde week van juni) en de Harlinger-visserijdagen (eind augustus). Kunstliefhebbers verwijzen wij graag naar ’Kunst aan de kust’

Het contrast tussen het levendige Harlingen en het ’achterland’ is groot. De rust en stilte in het westelijk deel van de ’Bouhoeke’, het akkerbouwgebied ten noorden van de lijn Harlingen Leeuwarden, wordt alleen zo nu en dan verstoord wordt door het geluid van landbouwmachines. Gedurende de eerste drie decennia van de twintigste eeuw was ook regelmatig nog een stoomtrein te horen: door het gebied liep de spoorlijn Stiens-Harlingen van de Noord Friesche Lokaalspoorweg Maatschappij. De Staatsspoorwegen hadden in 1863 al de lijn Harlingen-Leeuwarden geopend, de eerste spoorlijn van Friesland.

De namen van alle dorpen in deze regio eindigen op -um, dat afgeleid is van het Germaanse heem, dat ’woonplaats’ betekent en in het Fries nog overgeleverd is in het woord hiem (= erf). In dit gebied, dat tot ver na het begin van de jaartelling niet beschermd was tegen de zee, lagen die woonplaatsen noodgedwongen op kunstmatige verhogingen in het kwelderlandschap: terpen. Die woonheuvels werden vaak opgeworpen op al bestaande natuurlijke verhogingen in het landschap, de kwelderwallen. Een beroemde terp is die van Wijnaldum. Hier zijn in het verleden bijzondere archeologische vondsten gedaan. Een bezoekje aan het archeologisch steunpunt is zeer de moeite waard.

Vanaf ongeveer het jaar 1000 werd begonnen met de aanleg van dijken. Eén daarvan is de Slachtedyk, die ruim 42 kilometer lang is. In 2000 was de dijk voor het eerst het parcours voor de Slachtemarathon, die sindsdien eens in de vier jaar georganiseerd wordt. Maar u hoeft niet tot de volgende editite te wachten: de dijk is vrij toegankelijk. En als u op eigen houtje op pad gaat, ervaart u het prachtige landschap, de rust en de stilte des te meer! En natuurlijk mag u dan ook best een klein stukje van het traject lopen...

Ook de huidige zeedijk heeft op velen een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Bij mooi weer is het uitzicht over het Wad én het land werkelijk magistraal! En bij ’ruig’ weer, wanneer de functie van de dijk voelbaar en zichtbaar is, kun je er heerlijk ’uitwaaien’. Aan de binnenkant van de dijk liggen hier en daar zogenaamde ’dyksputten’, die samen natuurgebied de Bjirmen vormen.

De ontstaansgeschiedenis van het gebied wordt op een heldere en beeldende manier uit de doeken gedaan op de dorpssite van Sexbierum. Maar niet voordat eerst even ingegaan is op de intrigerende naam van het dorp... Door de aanwezigheid van nogal wat monumentale boerderijen en statige woningen van notabelen en renteniers ademen Sexbierum en het naastgelegen Pietersbierum een zekere grandeur. Het zal duidelijk zijn: Harlingen is meer dan alleen de plaats waar de boot naar Vlieland of Terschelling vertrekt en aankomt en de omgeving zal u aangenaam verrassen. Neem eens een paar dagen de tijd om de monumentale, gezellige stad en de schitterende, rustgevende omgeving te verkennen. Een drietal unieke overnachtingsmogelijkheden zorgen daarbij voor het ’ultieme havengevoel’. U kunt als u wilt slapen in een havenkraan, een vuurtoren of een reddingsboot. Wat wil je nog meer.

Goede wijn behoeft geen krans. Dat geldt eigenlijk ook voor Gaasterland, een uniek stukje Nederland. Het licht glooiende landschap laat een ongekende variatie zien: weilanden, akkers, bos, heide, rietlanden, moeras, water, laaggelegen bedijkte polders en hooggelegen ’gaasten’ en kliffen. Eeuwen geleden al was het gebied ’tussen Mar en Klif’ (de Friese meren en de kliffen langs het IJsselmeer) in trek als woongebied voor de adel. En toen in de tweede helft van de negentiende eeuw heel langzaam het toerisme begon op te komen, was Gaasterland niet voor niks één van de eerste gebieden die daarvan profiteerden. Voor zeer velen heeft de gebiedsnaam een magische klank die herinneringen oproept aan de vakanties die men er doorgebracht heeft. De lange toeristische traditie betekent ook dat het gebied helemaal ingesteld is op het toerisme. Niettemin heeft Gaasterland zijn authenticiteit volledig weten te behouden.

Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en It Fryske Gea beheren in Gaasterland een groot aantal verschillende gebieden die vanwege hun natuurlijke en/of landschappelijke waarde bescherming verdienen: bossen, heidevelden, kliffen, polders en buitendijkse gebieden. Het zijn er te veel om op te noemen; en het noemen van een paar zou de overige gebieden tekort doen. Vandaar: kijkt u zelf maar eens op de sites van die organisaties en ontdek zo de grote verscheidenheid aan natuur en landschappen. Bent u eenmaal in het gebied, dan bevelen wij een bezoek aan het "streekinformatiecentrum Mar en Klif" van harte aan. Het centrum is gevestigd in het mooie brinkdorp Oudemirdum en biedt een schat aan informatie over de natuur, de geschiedenis en de cultuur van Gaasterland.

Het gebied laat zich op veel verschillende manieren ontdekken. Per fiets, wandelend, te paard, op de motor of in de auto; op "Route Zuidwest Friesland" kunt u aangeven wat u wilt en vervolgens kiezen uit routes die voldoen aan uw wensen. Speciaal voor fietsers is ook een knooppuntennetwerk ontwikkeld, op basis waarvan u uw eigen route kunt samenstellen.

Het schilderachtige riviertje de Luts, de Van Swinderenvaart, de Spokershoekvaart en de Rijstervaart zijn geschikt voor de kleine watersport. Gezamenlijk vormen ze het traject van de Elfstedentocht dat door Gaasterland voert en het Slotermeer en de Fluessen met elkaar verbindt. De route voert via een klein meertje dat ontstaan is door het afgraven van zand voor de aanleg van de N359. Tegenwoordig is het onderdeel van natuurgebied Wyldemerk, dat in 2007 werd uitgeroepen tot het eerste libellenreservaat van Nederland.

De rust van nu staat in schril contrast met de geschiedenis van de locatie, die ook de naam (’Wilde Markt’) verklaart. Het verhaal wil dat hier lang geleden jaarlijks een (wild) heidens feest werd gevierd ter afscheid van de zomer. Zéker is dat het later, tot het eind van de negentiende eeuw, de locatie vormde voor een jaarmarkt annex kermis, waar het er nogal eens wild aan toe ging... Van 1954 tot 1969 was er in het gebied een barakkenkamp voor islamitische Molukkers gevestigd. De daar gebouwde moskee was de tweede van Nederland. Ten zuidoosten van Wyldemerk ligt een prachtige, 9-holes natuurgolfbaan. Vanwege de speciale aandacht voor de natuur bij zowel de aanleg als het beheer heeft de baan als eerste in Europa een zogenaamd ’Groenlabel’ ontvangen.

Ook het spelen van boerengolf behoort tot de mogelijkheden, bijvoorbeeld bij IJsboerderij De Bûterkamp in Oudemirdum. Daar worden ook excursies georganiseerd en, de naam zegt het al, er wordt ambachtelijk ijs gemaakt én verkocht. Als u na het eten van dat ijs (bijna) alles wil weten over koeien, dan kunt u terecht in het Koeienmuseum in Nijemirdum. Een ander museum met een bijzonder thema is het Scheermuseum in Bakhuizen.

Een prachtig uitzicht over het Gaasterlandse landschap hebt u vanaf de luchtwachttoren die in de tijd van de Koude Oorlog gebouwd werd ten westen van Oudemirdum, op het hoogste punt van Gaasterland. Het is even klimmen, maar dan heb je ook wat! Gewoon lekker op het strand liggen kan natuurlijk ook, bijvoorbeeld bij De Hege Gerzen.

Een beschrijving van een gebied als Gaasterland is natuurlijk nooit compleet; daarvoor is er gewoon te veel te zien, te doen, te beleven en te ondergaan. Voor dat probleem is maar één oplossing: het gebied zélf gaan ontdekken! U bent van harte welkom.

"Hier op `e wadden, wereld fan water en slik, won hij lând út see in weer en wyn, skep foor skep, monnikewerk".

Deze tekst op het monument "De Slikwerker", dat bij Zwarte Haan op de dijk staat, typeert de geschiedenis van dit bijzondere gebied in Friesland. Het is nog maar relatief kort geleden dat hier het water van de Middelzee stroomde. Vanaf de zestiende eeuw is het Bildt stukje bij beetje op de zee veroverd. De opeenvolgende inpolderingen zijn duidelijk herkenbaar in het wijdse landschap, dat wordt gedomineerd door oude, minder oude en nieuwe dijken. Daartussen is, vanaf de tekentafel, een zeer regelmatig landschap uitgezet met rechte en haaks op elkaar staande wegen en vaarten.

Bij het inpolderen van de Middelzee kregen de Friese bewoners hulp van grote aantallen slikwerkers uit onder meer Zeeland en Zuid Holland. Veel daarvan bleven in het gebied wonen en vermengden zich met de lokale bevolking. Daardoor is een geheel eigen taal ontstaan, het Bildts. De Hollandse invloed blijkt ook uit de vroegere namen voor Sint Jacobiparochie, Sint Annaparochie en Vrouwenparochie: Wijngaarden, Altoenae en Kijfhoek, drie (voormalige) dorpen in de buurt van Rotterdam.

Langs de Oudebildtdijk (uit 1505) en de Nieuwebildtdijk (uit 1600) is een zeer karakteristiek bebouwingspatroon ontstaan. Aan de noordkant staan, tegen en op de dijk, de arbeiderswoningen en ten zuiden van de dijk, achter de dijksloot, de vaak monumentale boerderijen van de herenboeren die het destijds nieuwe land in bezit hadden. Op sommige plaatsen is de lintbebouwing verder uitgegroeid tot een dorp. De dorpen Westhoek en Oude Bildtzijl meegerekend, ligt langs de Oudebildtdijk het langste, min of meer gesloten bebouwingslint van Nederland (11,5 kilometer).

Het Bildt kent dus een rijke cultuurhistorie. Maar met name achter de huidige zeedijk kunnen ook natuurliefhebbers hun hart ophalen. Daar ligt het Noarderleech. Oorspronkelijk zou ook dit gebied ingepolderd worden ten behoeve van de landbouw; er waren al lage dijkjes (zomerdijken) aangelegd. Op aandringen van natuurorganisaties krijgt nu de zee weer meer de ruimte en worden de zomerpolders langzamerhand omgevormd tot kwelders.

Rust, ruimte, prachtige vergezichten, spectaculaire wolkenluchten, cultuur en natuur... . Het Bildt heeft veel te bieden! Niet voor niets heeft ook Nederlands beroemdste schilder, Rembrandt van Rijn, het Bildt bezocht. Hij ontmoette er Saskia van Uylenburgh, met wie hij in 1634 trouwde in de hervormde kerk van Sint Annaparochie.

Heerenveen geniet internationale bekendheid vanwege het schaatsen. Thialf was wereldwijd de tweede overdekte 400 meterbaan en geldt nog steeds als één van de snelste ijsbanen ter wereld. Daarnaast is Heerenveen natuurlijk bekend van de gelijknamige voetbalclub en het naar de legendarische voetballer Abe Lenstra genoemde stadion. Maar deze ’sportstad’ en haar omgeving hebben meer te bieden, veel meer!

Heerenveen is van oorsprong een veenkoloniale nederzetting. In 1551 werd door de notabelen Van Dekema, Van Cuijk en Foeyts, de ’heeren van het veen’, de Schoterlandse Veencompagnie opgericht, de oudste Nederlandse hoogveenkolonie en de op één na oudste Naamloze Vennootschap van Nederland. Men begon met het graven van de Heerensloot, waarlangs de turf afgevoerd zou worden. Haaks daarop werd in oostelijke richting de Schoterlandse Compagnonsvaart gegraven, waarvan het eindpunt, mét de ontginning van het veen, steeds verder opschoof. Heerenveen is ontstaan bij het kruispunt van deze turfvaarten. Die vaarten werden de definitieve grenzen van de bestaande ’grietenijen’ (gemeenten). Totdat er in 1934 een grotere gemeente kwam met de naam ’Heerenveen’, die bestond uit de vormalige gemeenten Schoterland, Aengwirden en een deel van Haskerland, lag Heerenveen eeuwenlang in drie verschillende gemeenten. Het verleden én heden van Heerenveen en omgeving wordt op boeiende wijze verteld en verbeeld in Museum Willem van Haren. Een afzonderlijk deel daarvan is geheel gewijd aan de dominee, vrijdenker, socialist, anarchist en anti-militarist Ferdinand Domela Nieuwenhuis, die zich bijzonder heeft ingezet om de erbarmelijke leef- en arbeidsomstandigheden van de veenarbeiders in het gebied te verbeteren.

Die leefomstandigheden stonden in schril contrast met die van de notabelen die zich in de loop van de eeuwen vestigden in het inmiddels ontgonnen gebied ten zuidoosten van Heerenveen. In 1676 lieten de Friese stadhouder Willem Frederik en zijn vrouw, Albertine Agnes van Oranje, hier een landgoed aanleggen. Zij werden gevolgd door tal van andere notabelen die in het gebied landhuizen bouwden en parkachtige tuinen aanlegden. Zodoende is een zeer bijzondere concentratie ontstaan van buitenplaatsen met bijbehorende dienstwoningen en boerderijen, eeuwenoude bossen, statige lanen en prachtige parken. Het geheel vormt het tegenwoordige landgoed Oranjewoud, een gebied van 400 hectare dat wordt beheerd door Staatsbosbeheer. De bijnaam ’Pronkzaal van Friesland’ zegt eigenlijk alles.

Een deel van het landgoed werd ontworpen door Daniël Marot, die ook de tuinen van paleis Het Loo ontwierp. Dat deel is in 2004 in zijn oorspronkelijke, barokke stijl gereconstrueerd. Daarbij werd het gebied tevens uitgebreid met een nieuwe tuin, waarin het nieuw gebouwde, strak vormgegeven gebouw van Museum Belvédère (museum voor moderne Friese kunst; een aanrader!), op prachtige wijze geïntegreerd is. Landgoed Oranjewoud laat zich het best te voet verkennen. Door Staatsbosbeheer is een wandelroute uitgezet van maar liefst 19 kilometer.

De wijdere omgeving vormt een schitterend, zeer afwisselend decor voor fietstochten. Ten noorden van het bosgebied liggen de architectonisch en stedenbouwkundig interessante woonwijk Skoatterwâld en het reeds genoemde Museum Belvédère. In zuidelijke richting gaat het bosgebied vrij abrupt over in het open landschap dat gevormd wordt door grasland aan weerszijden van het riviertje de Tjonger. Naar het oosten toe is sprake van een geleidelijke overgang naar een halfopen landschap.

Het Friese Haagje (met een knipoog naar het deftige Den Haag), zoals Heerenveen en omgeving ook wel genoemd worden, heeft alles te bieden voor een aangenaam verblijf. De levendigheid van sport- en winkelstad Heerenveen, de rust, de natuur en de cultuurhistorie van Oranjewoud, de cultuur, architectuur en stedenbouw van Museum Belvédère en Skoatterwâld én het zeer gevarieerde landschap van de wijdere omgeving.

Bij de Deltawerken denkt iedereen direct aan Zeeland en Zuid Holland, waar in 1953 de Watersnoodramp plaatsvond. Maar ook de dijk die het Lauwersmeer scheidt van de Waddenzee is een uitvloeisel van de in 1955 aangenomen Deltawet. Die dijk werd, na acht jaar werk, op 25 mei 1969 gesloten.

De voormalige Lauwerszee, 9000 ha groot, viel voor het grootste deel definitief droog. De hoogste delen werden ingericht voor de landbouw, er kwamen recreatieve voorzieningen en een militair oefenterrein. Maar in het grootste deel kreeg de natuur de vrije hand om zich te ontwikkelen. Rond 1980 werd gestart met actief natuurbeheer. De resterende 2000 ha bleef open water en vormt sindsdien een aantrekkelijk watersportgebied. Het hele gebied heeft op 12 november 2003 de status van Nationaal Park gekregen.

Het Lauwersmeergebied biedt zijn bezoekers talloze mogelijkheden voor een aangenaam verblijf. Of u het gebied nu per fiets, te voet of vanaf het water verkent, in alle gevallen zult u verrast worden door de prachtige natuur, het afwisselende landschap, de schitterende vergezichten en de fascinerende wolkenluchten en zonsondergangen. En bovenal door de overweldigende rust, want die heerst hier nog. Natuurlijk kunt u uw eigen fiets, kano, surfplank of (zeil)boot meenemen. Maar het hóeft niet. Op meerdere plaatsen rond het meer kunt u terecht voor het huren van dergelijke zaken. Ook zijn er mogelijkheden om het gebied te verkennen onder leiding van deskundige gidsen.

Het gebied biedt eigenlijk te veel om op te noemen. Maar een paar highlights willen we u niet onthouden.

De meeste Elfstedenschaatsers zullen zich er niet van bewust zijn dat ze het eerste deel van de tocht, van Leeuwarden naar Sneek, door een gebied rijden dat rond het jaar 1200 nog zee was: de Middelsee. Dat was een inham van de Waddenzee diep het land in, die westelijk langs Leeuwarden liep, ter hoogte van Raerd naar het westen afboog en pas bij Bolsward eindigde. Bij Raerd mondde het riviertje De Boorne uit in de Middelsee. Iets ten noorden van dat dorp ligt het zeer bijzondere Park Jongemastate, ook wel het Raerder bosk genoemd.

De Middelsee verdeelde Friesland in Westergo en Oostergo. Toen de zeearm dicht begon te slibben, werd ze vanaf het midden van de elfde eeuw vanuit het zuiden ingepolderd. De polders werden genoemd naar de dorpen die op de oevers van de (voormalige) zeearm lagen: Weidumer Nieuwland, Mantgumer Nieuwland, Wytgaarder Nieuwland, etcetera. De bebouwing in de ’nieuwlanden’ is tot op de dag van vandaag beperkt gebleven tot wat verspreide boerderijen. Het gebied kent daardoor een enorme openheid en prachtige vergezichten: voor velen Fryslân op zijn mooist.

De grens tussen het ’nieuwland’ en het ’oudland’ is in het landschap duidelijk herkenbaar aan de wat hoger gelegen, slingerende wegen over de dijken langs de voormalige Middelsee. Die kende tussen Easterwierrum en Boazum een ’flessenhals’: de beide oevers lagen daar nog geen kilometer van elkaar. De dijk tussen beide dorpen vormt het begin (of het eind) van de beroemde, ruim 42 kilometer lange Slachtedyk, die in 2000 voor het eerst het parcours en sfeervolle decor vormde voor de Slachtemarathon. Deze wordt sindsdien eens in de vier jaar georganiseerd. Maar u hoeft niet tot de volgende editie te wachten: de dijk is vrij toegankelijk. En als u op eigen houtje op pad gaat, ervaart u het prachtige landschap, de rust en de stilte des te meer! En natuurlijk mag u dan ook best een klein stukje van het traject lopen...

Precies tussen de oevers van de voormalige Middelsee loopt de Zwette, die lange tijd de belangrijkste verbinding was tussen Leeuwarden en Sneek. Verschillende dorpen op de oevers van de voormalige zeearm waren via opvaarten verbonden met de Zwette. Tegenwoordig is de Zwette onderdeel van de Middelsee-route. Door die in 2005 geopende vaarroute is het gebied tussen Leeuwarden, Sneek, Bolsward en Franeker ontsloten voor watersporters.

Van de dorpen op de oevers van de voormalige Middelsee is een aantal per boot bereikbaar. Boazum, gelegen aan de Boazumer Feart, is een sfeervol, schilderachtig dorp met een authentiek dorpscafé. Easterwierrum, bekend van het jaarlijkse Berne-iepenloftspul, ligt vlakbij de Zwette. Ter hoogte van het dorp zijn aanlegplaatsen gerealiseerd, net als bij Dearsum. Dat dorp was vroeger befaamd vanwege de veefokkerij. De boerderij van de internationaal vermaarde veefokker Durk Schaap, die in 1913 bezoek kreeg van koningin Wilhelmina en prins Hendrik, heeft thans een bestemming als luxe recreatiewoning en minicamping.

Mantgum ligt wat verder van de Zwette af, maar is bereikbaar via de Mantgumer Feart en heeft een eigen haventje. Wanneer u een wandeling maakt door de schilderachtige kern van het dorp zal het u niet verbazen dat die de status van beschermd dorpsgezicht heeft. Minstens even mooi is de Seerp van Galamawei, de weg naar het station langs de in 1883 geopende spoorlijn Leeuwarden-Sneek. Tegenover Mantgum, aan de overkant van de voormalige Middelsee ligt Reduzum, dat vanaf de Zwette ook bereikbaar is voor de kleine pleziervaart en een jachthaven met 30 ligplaatsen heeft. Op www.reduzum.com is onder meer te lezen dat het van oudsher een vooruitstrevend dorp is.

Maar ook als u geen watersporter bent, heeft dit gebied zeer veel te bieden. De rustige wegen en stille landweggetjes lenen zich bijvoorbeeld uitstekend om fietsen. Op die manier liggen ook de overige dorpen binnen handbereik. Neem bijvoorbeeld eens een kijkje in Jellum, dat bekendheid geniet door het jaarlijkse pompoenfestival in het derde weekend van september. Het vlakbij gelegen Bears is een bezoekje waard vanwege Bezoekerscentrum Uniastate. Van die state is de oorspronkelijke poort bewaard gebleven en worden de vroegere contouren weergegeven door middel van een stalen frame.

Een echte aanrader tenslotte is Weidum: een schilderachtig, enigszins deftig dorp met in het midden een unieke, prachtige open ruimte. Het westelijk deel daarvan, aan de voet van de terp (met daarop één van de mooiste kerken van Friesland), wordt gebruikt als kaatsveld. Een plaatje!

Dit gebied was in 2006 het decor voor een gebeurtenis die wereldwjd aandacht trok. In het buitendijks gebied raakten in de nacht van 31 oktober op 1 november door storm en springvloed meer dan 200 paarden ingesloten door het water. Een paar dagen stond de kudde dicht opeen gepakt op een hoger gelegen stuk grond. Beelden daarvan én van de reddingsactie gingen de wereld rond en staan bij velen in het geheugen gegrift. Meer informatie is te vinden op de website van Micky Nijboer, die de reddingsactie bedacht en met vijf andere amazones uitvoerde. Daar (en ook op Youtube) staan ook de indrukwekkende beelden van de reddingsactie. Vijf jaar na het drama (er kwamen ook meer dan 20 paarden om het leven) werd op de dijk bij Marrum ter nagedachtenis een kunstwerk onthuld, gemaakt door Machiel Braaksma.

Het noorden van de gemeente Ferwerderadiel is een zeer interessant gebied. Op een kwelderwal die destijds min of meer de kustlijn vormde, ontstonden enkele eeuwen voor de jaartelling al de terpdorpen Blija, Ferwert, Marrum en Hallum. De doorgaande weg langs deze dorpen volgt het tracé van de dijk die in de elfde eeuw werd aangelegd om het land rond de dorpen te beschermen tegen de zee. Aan de buitenzijde van de zeedijk ontstond door opslibbing in de loop van de eeuwen nieuw kwelderland. Halverwege de achttiende eeuw werd die kwelder bedijkt. De huidige zeedijk is weliswaar een stuk hoger, maar ligt nog steeds op dezelfde plek als destijds.

In de achttiende eeuw kregen de vier dorpen elk een eigen vaarverbinding met de zuidelijker gelegen Dokkumer Ee. Aan het begin van de negentiende eeuw werd het gebied ook nog eens ontsloten door een spoorlijn. Deze werd aangelegd en geëxploiteerd door de Noord Friesche Lokaal Spoorwegmaatschappij (NFLS) en liep van Leeuwarden, via Dokkum naar Anjum. De lijn is al lang opgeheven en het spoor grotendeels verdwenen, maar het zogenaamde ’Dockumer Lokaeltsje’ doet bij velen het hart nog steeds sneller kloppen. Het tracé is hier en daar nog herkenbaar in het landschap en de meeste stations staan er nog, maar zijn vaak nog maar moeilijk als zodanig te herkennen. Dat laatste geldt niet voor het station van Marrum-Westernijkerk, dat volledig in originele staat teruggebracht is.

Terug naar de zeedijk. Daarop staat, ter hoogte van Marrum, een monumentaal kunstwerk van de hand van Ids Willemsma. Het is gemaakt ter gelegenheid van de afronding van het op Deltahoogte brengen van de Friese waddendijken tussen 1963 en 1993. De hoge dijk biedt een prachtig uitzicht op het buitendijkse gebied, het Noarderleech. Er was reeds een start gemaakt met het in cultuur brengen van dit opgeslibde gebied toen alsnog besloten werd om de zee er ’gecontroleerd’ vrij spel te geven. Sinds de buitenste zomerdijken (lage dijken) doorgestoken werden heeft zich op de grens van zout en zoet een uniek natuurgebied ontwikkeld dat vrij toegankelijk is van 1 juli tot en met 15 maart en waar twee wandelingen uitgezet zijn.

Behalve vanwege de natuur is het gebied ook interessant vanwege de nog duidelijke aanwezige sporen van het proces van inpoldering en cultivering: zomerdijken, sluisjes, prachtige ronde drinkwaterplaatsen (dobbes) omgeven door ringdijken en de resten van een spoorbaantje dat vroeger diende voor het vervoer van hout (en arbeidskrachten) voor de oude landaanwinningswerken. Ook staan er in het gebied twee bunkers uit de Tweede Wereldoorlog.

Noord Ferwerderadiel: een verrassend veelzijdig gebied en een perfecte combinatie van rust, natuur, cultuur en landschapsschoon.

Tussen de oorsprongen van de Boorne en de Tsjonger, twee riviertjes die het water van het Drents Plateau in westelijke richting afvoeren, ligt een afwisselend landschap met bossen, heidevelden, zandverstuivingen, vennetjes en veenontginningen. Het is het grensgebied van de drie noordelijk provincies. Allardsoog is het "drie-provincie-punt". Hier ligt de "Landweer", een laat-middeleeuwse verdedigingswal met aan weerskanten greppels, die aangelegd werd tegen mogelijke aanvallen van Drenten en Groningers. Dit was het eerste natuurgebied dat de provinciale vereniging voor natuurbescherming, It Fryske Gea, vlak na de oprichting in 1930 in bezit kreeg. Tegenwoordig maakt het deel uit van het Mandefjild-Bakkeveen, een schitterend, afwisselend natuurgebied van 261 hectare, met fiets- en wandelpaden en een rolstoelvriendelijk pad.

De directe omgeving van Bakkeveen is van oudsher een trekpleister voor toeristen en dagjesmensen. Attracties in het gebied zijn onder meer een openluchtzwembad, een doolhofpad en een moderne "belvedère" (uitkijktoren). Ten noordoosten van het dorp ligt De Slotplaats, een landgoed dat oorspronkelijk stamt uit 1668. Het voormalige buitenverblijf doet thans dienst als restaurant, theehuis en vergaderlocatie en wordt omgeven door een klassieke tuin met slotgracht. Het hele landgoed vormt één van de grotere bosgebieden van Friesland. Zeer bijzonder is de stervormige (oefen)schans die rond 1995 in het bos ontdekt werd en begin deze eeuw gerestaureerd is.

Direct ten zuiden van landgoed De Slotplaats ligt de Heide-van-Duurswoude. Dit natuurgebied ontleent zijn naam aan het dorp Duurswoude, dat in 1973 met het naburige Wijnjeterp en Wijnjeterpstreek werd samengevoegd tot Wijnjewoude. Het is met een oppervlakte van 145 hectare het grootste aaneengesloten heidegebied binnen Friesland en wordt aan twee kanten begrensd door bos. Het gebied wordt gekenmerkt door een aantal kleinere en grotere, ronde poelen. Voor een deel gaat het daarbij om zogenaamde ’pingoruïnes’: restanten van ijsheuvels uit de laatste "kleine" ijstijd, waarin Nederland niet bedekt was door een ijskap, maar het wel zo koud was dat de ondergrond permanent bevroren was (permafrost). De ijsheuvels ontstonden doordat relatief warm grondwater door zwakke plekken in de bevroren grond omhoog sijpelde, vlak onder de oppervlakte bevroor en de bovenliggende grond omhoog duwde. Door de continue aanvoer van grondwater groeide de ijskern steeds verder en gleed de laag aarde op een gegeven moment naar beneden. Toen de temperatuur steeg, smolt het ijs en bleef een met water gevuld gat over, met een ringwal eromheen: de pingoruïne.

Een ander bijzonder gebied is het zogenaamde Blauwe Bos, dat ligt tussen Waskemeer, Haule en Haulerwijk en zo genoemd is naar de blauwachtige sparren die er groeien. Het naaldbos wordt afgewisseld door loofbos, grasland, water en heide. Kortom: een zeer gevarieerd gebied. Het hele complex is vrij toegankelijk en leent zich prima om te voet, te paard of per fiets te verkennen.

Met de expliciete vermelding van bovengenoemde gebieden wordt de rest van deze regio eigenlijk tekort gedaan. De bos- en heidegebieden liggen temidden van uitgestrekte veenontginningen, die landschappelijk en cultuurhistorisch ook zeer de moeite waard zijn. En waar op sommige plaatsen ook nog eens sprake is van belangrijke natuurwaarden, zoals in de Haulerpolder, ten zuiden van Haule.

De ontginningsgeschiedenis is af te lezen uit het zeer regelmatige landschap. Die regelmaat is het gevolg van de veelal kaarsrechte "wijken". Deze gegraven sloten waren van belang voor de afwatering en dienden voor de afvoer van de turf. De verdere distributie daarvan vond plaats via de Opsterlandse Compagnonsvaart. Die vaarverbinding is tegenwoordig onderdeel van de (grote) Turfroute, een 230 kilometer lange vaarroute door Friesland, Drenthe en Overijssel.

Al met al zijn het niet de afzonderlijke, bijzondere gebieden die deze regio zo aantrekkelijk maken, maar gaat het juist om de unieke combinatie van enerzijds de verschillende soorten landschappen en anderzijds de natuurlijke en cultuurhistorische waarden.

Beesterzwaag kreeg landelijke bekendheid toen de pers er achter kwam dat landgoed Lauswolt de "geheime" locatie was voor de besprekingen die uiteindelijk leidden tot het kabinet Balkenende IV. De keuze van de politieke leiders voor deze omgeving is niet verwonderlijk: ver weg van alle hectiek, lommerrijk én met de nodige grandeur. Niet voor niets staat Beetsterzwaag bij ingewijden ook wel bekend als "het Wassenaar van het noorden".

Van oudsher was de omgeving van Beetsterzwaag al in trek bij de adel en het patriciaat, die er hun landgoederen met buitenverblijven realiseerden. Begin negentiende eeuw werd door de grootgrondbezitters begonnen met het op grote schaal aanplanten van bossen. Sindsdien ontwikkelde ook het dorp zelf zich tot een woonplaats die tot op de dag van vandaag geassocieerd wordt met "chique" en "deftig".

Het bosgebied rond Beetsterzwaag is in landschappelijk opzicht een juweeltje: naaldbos en loofbos wisselen elkaar af en worden onderbroken door stukken grasland, heidevelden en water. Behalve landgoed Lauswolt, waar ook een golfbaan aangelegd is, ligt hier ook het prachtige, in de landschapsstijl aangelegde Park-Olterterp. In het gelijknamige landhuis, dat in 1907 werd gebouwd ter vervanging van een ouder slot, zetelt It Fryske Gea, de provinciale vereniging voor natuurbescherming.

Langs de Boorne (ook wel Oud- of Koningsdiep), een afwateringsstroompje van het Drents Plateau, is sprake van een brede, open strook die het gebied van oost naar west doorsnijdt. Ten zuiden daarvan gaat het bosgebied verder en ligt ook de Liphústerheide, een uitgestrekt heideveld van 6 hectare. Nog verder naar het zuiden gaat het bosgebied over in het halfopen landschap rond Hemrik en Lippenhuizen. Hier is de verveningsgeschiedenis van het gebied nog duidelijk herkenbaar in de strakke, langgerekte verkaveling.

Dat laatste geldt ook voor het westelijk deel van de regio, tussen Gorredijk en de Wijde Ee (ten westen van Drachten). Hier is sprake van een afwisselend landschap dat bestaat uit uitgestrekte veengebieden, kleine stukjes bos en water. De Boorne vervolgt hier zijn weg, en daarnaast liggen hier de Nieuwe Vaart en het Polderhoofdkanaal, beide gegraven ten behoeve van de afwatering én de afvoer van turf. Het kaarsrechte Polderhoofdkanaal, dat bij Nij Beets een haakse bocht maakt richting de Nieuwe Vaart, stamt uit 1875 en werd in 1967 afgesloten voor de scheepvaart. Inmiddels is het ten behoeve van de recreatievaart heropend. Daarmee ontstaat een extra schakel tussen de Turfroute, waar de Nieuwe Vaart onderdeel van is, en het Friese Merengebied. Een prachtig beeld van de geschiedenis en de gevolgen van de verveningen in het gebied wordt geboden door museum It Damshûs in Nij Beets.

Tenslotte mag beslist niet onvermeld blijven de Wijnjeterper Schar, een natuurgebied ten oosten van de bossen van Beetsterzwaag dat bestaat uit bos, vennetjes, heide en ruig grasland. Door dit gebied loopt een drie kilometer lange ’poëzieroute’: een wandeling langs vijftien panelen met gedichten van verschillende dichters, in het Fries, Nederlands én Stellingwerfs, de streektaal die in Zuidoost Friesland gesproken wordt. De gedichten zijn ook, voorgelezen door de dichter zelf, te beluisteren met een mp3-speler. De geluidsbestanden en de teksten staan op de website van Staatsbosbeheer-MP3 en kunnen worden gedownload.

Het zal duidelijk zijn: de wijde omgeving van Beetsterzwaag is in alle opzichten een zeer aantrekkelijk gebied. Natuur, rust, landschapsschoon, cultuur en cultuurhistorie, sportieve mogelijkheden: deze regio heeft zeer veel te bieden. De op zich al afwisselende bossen lenen zich bij uitstek voor wandelen, paardrijden of mountainbiken. En voor wie de enorme gevarieerdheid van de héle regio wil ontdekken, is de fiets een prima vervoermiddel. Tenslotte kan één en ander ook nog worden gecombineerd met een vaartocht door het gebied.

Rond Bolsward ligt een schitterend gebied met een zeer interessante ontstaansgeschiedenis. Voor velen is dit Friesland ten voeten uit: adembenemende vergezichten, schilderachtige, verstilde dorpjes met eeuwenoude kerken op nog oudere terpen, restanten van oude dijken, voormalige zeeslenken De strijd tegen het water is hier duidelijk voelbaar en zichtbaar. Overigens was de zee niet alléén maar vijand. Want mede dankzij de zee kon Bolsward zich ontwikkelen tot een rijke handelsstad. En van die bloei profiteerde ook het omliggende gebied.

Waar tegenwoordig auto’s richting Afsluitdijk rijden, voeren 1000 jaar geleden schepen vanuit Bolsward naar de Zuiderzee. En verder: Engeland, Scandinavië, de Oostzee, Rusland. De stad lag aan de zuidelijke aftakking van de Marneslenk, een zeearm die ten noorden van de huidige Afsluitdijk het land binnendrong. De zuidelijke en noordelijke Marneslenk kwamen beide ten oosten van Bolsward uit in de Middelzee, een zeearm die Friesland uit noordelijke richting binnendrong. De stad lag daardoor eigenlijk op een eiland, dat vanwege de lage ligging beschermd werd door een ringdijk. Daarmee was het één van de eerste grotere gebieden die bedijkt werden: de zogenaamde ’moederpolders’. Van de vier moederpolders in Friesland is dit de grootste: de polder loopt van Hartwerd tot Witmarsum en van Burgwerd tot de A7.

Ook toen de Marne en de Middelzee al lang dichtgeslibd waren, bleef Bolsward nog lang een belangrijk handelscentrum. De stad had ook letterlijk een centrale positie, die op de kaart nog steeds zichtbaar is: vanuit Bolsward lopen in alle richtingen vaarten die vroeger de belangrijkste verbindingen vormden met Makkum, Workum, IJlst/Sneek, Harlingen en een aantal kleinere plaatsen in de omgeving. U kunt dit unieke gebied dan ook prima vanaf het water ontdekken. Maar per fiets kan natuurlijk ook. Of wandelend. De auto adviseren wij alleen bij echt slecht weer.

Er zullen maar weinig kinderen uit de noordelijke provincies zijn die er níet ooit op schoolreisje geweest zijn: Appelscha. Die naam heeft voor veel noorderlingen een welhaast magische klank. De bijzondere aantrekkingskracht komt bijvoorbeeld tot uiting in de naam ’Kobus gaat naar Appelscha’ (een succesvolle punkband uit de jaren tachtig van de vorige eeuw) en het programma ’Groeten uit Appelscha’ van Omrop Fryslân.

Al sinds de jaren twintig van de vorige eeuw vormen Appelscha en omgeving een toeristische trekpleister. En dat is niet zo vreemd: het grensgebied tussen Friesland en Drenthe is hier van een ongekende schoonheid. Akkerland, weiland, bos, heide en zandverstuivingen wisselen elkaar af en vormen het schilderachtige decor voor tal van fiets- wandel- en ruiterroutes. In 2007 was de conclusie van een wetenschappelijk onderzoek, waarbij duizenden mensen hun favoriete landschap samenstelden en wetenschappers daar de locaties bij zochten, dat Appelscha het mooiste landschap van Nederland heeft.

Het gebied omvat onder meer één van de grootste natuurgebieden van Nederland, het Nationaal Park Drents-Friese Wold: ruim 6000 hectare bos, heide, stuifzand en beekdalgraslanden. Het park wordt doorsneden door verschillende wandel-, fiets-, ATB-, ruiter- en menroutes en kent een aantal specifieke voorzieningen en attracties voor gezinnen met kinderen. Het Canadameer is geschikt om te zwemmen. Er is een bezoekerscentrum in Appelscha en een informatiecentrum in Diever.

Maar er valt meer te genieten als het gaat om natuur en landschap. Neem bijvoorbeeld het Fochteloërveen: één van de laatste restanten ’levend’ hoogveen in Nederland. In dit 2500 hectare grote gebied groeit de veenlaag nog steeds aan. Door het ontbreken van bebouwing en wegen in de wijde omtrek is hier nog écht sprake van rust en stilte. Die unieke omstandigheden leiden tot een zeer bijzondere en rijke flora en fauna. De kraanvogel, die zeer hoge eisen stelt aan zijn leefgebied, is daarvan misschien wel het meest sprekende voorbeeld.

Een kleiner, maar net zo interessant natuurgebied is de Schaopedobbe bij Elsloo, een heidegebied van 98 hectare met venen, een zandverstuiving en groepjes bomen.

Ook in cultuurhistorisch opzicht is het gebied meer dan de moeite waard. De ontginningsgeschiedenis is nog duidelijk in het landschap af te lezen. Vanuit de hoger gelegen gebieden werd het veen op systematische wijze afgegraven. Daarbij ontstond een zeer regelmatig landschap met kaarsrechte ’wijken’: sloten waarlangs de turf in kleine bootjes werd afgevoerd naar de grotere vaarten zoals de Opsterlandse Compagnonsvaart en de Drentse Hoofdvaart. Beide zijn onderdeel van de zogenaamde (grote) Turfroute, een 230 kilometer lange vaarroute door Friesland, Drenthe en Overijssel.

Het is duidelijk: dit gebied heeft werkelijk álles te bieden voor een onvergetelijk verblijf. Nergens is het cliché ’voor elk wat wils’ meer op zijn plaats dan juist hier: natuur, rust, cultuurhistorie, attracties, watersport, fietsen, wandelen, paardrijden...

De regio biedt letterlijk te veel om op te noemen. Een laatste ’highlight’ die echter niet ongenoemd mag blijven, is het unieke gevangenisdorp Veenhuizen, direct ten noorden van het Fochteloërveen. Het gevangenismuseum brengt niet alleen het verleden van de dwangkolonie tot leven, maar biedt ook een blik op het hedendaagse gevangenisleven. Niet voor niks is het museum in 2007 uitgeroepen tot het "Beste historische museum van Nederland".

’Hart van Friesland’, zo wordt Grou vaak genoemd. In letterlijke zin is daar in elk geval weinig op af te dingen: het dorp ligt ongeveer in het midden van de provincie. Maar ook in overdrachtelijke zin is er veel te zeggen voor die benaming: Grou staat symbool voor Fryslân als watersportprovincie. Niet voor niets is het dorp het prachtige decor voor de openingswedstrijd van het jaarlijkse Skûtsjesilen op het Pikmeer en de Wijde Ee. Vooral in de maanden juni, juli en augustus is Grou een zeer druk bezocht en bruisend watersportcentrum. Maar het dorp heeft meer te bieden dan alleen het water, veel meer.

Vóór de opkomst van de waterrecreatie was Grou al een bloeiend dorp. De centrale ligging en het vele water waren gunstig voor handel, scheepvaart, visserij en aanverwante bedrijvigheid, zoals scheepswerven, zeilmakerijen en touwslagerijen. Er was niet alleen veel water rond het dorp, maar ook ín het dorp. Het meeste daarvan is gedempt, maar de ’archipelstructuur’ is nog duidelijk zichtbaar. De combinatie met de veelal voorname bebouwing zorgt voor een sfeervolle en enigszins deftige ambiance.

Een unieke gebeurtenis is het Sint Piterfeest, dat ieder jaar op 21 februari gevierd wordt en min of meer de Grouster variant van het Sinterklaasfeest is. Het feest is genoemd naar de beschermheilige van de vissers en de schippers. Aan deze Sint Piter is ook de indrukwekkende twaalfde-eeuwse kerk gewijd. Andere bezienswaardigheden zijn het mineralogisch museum en het in 1942 gebouwde raadhuis, met in de kelder museum De Trije Grietenijen.

Ten zuiden van Grou ligt Akkrum, een ander typisch watersportdorp. Wat minder druk dan Grou, maar ook zeer levendig en gezellig. Het dorp vormt de schakel tussen de Friese Meren en de Turfroute, een recreatieve vaarroute door zuidoost Fryslân, de Kop van Overijssel en het westen van Drenthe. Net als Grou is Akkrum ook voor de niet-watersporter aantrekkelijk. Door de afwisseling van veelal karakteristieke bebouwing met mooie open ruimtes is het een uitgesproken fraai dorp. Heel bijzonder is Coopersburg, in 1901 gebouwd als ’tehuis voor minvermogende ouderen’. Het is genoemd naar de vermogende stichter Folkert Harmens Kuiper, die als 23-jarige vanuit Akkrum geëmigreerd was naar Amerika en zich daar Cooper noemde. In het bijbehorende park liet hij voor zich zelf en zijn vrouw een prachtig mausoleum bouwen. Een andere bezienswaardigheid is Welgelegen, in 1924 gebouwd als ’tehuis voor ongetrouwde dames en weduwen’. Kunstliefhebbers kunnen terecht bij ’Atelier Wynske’ en ’Zuup’ in Nes. En wilt u eens iets heel anders? Doe mee aan het Open Fries Kampioenschap Slingeraap, dat jaarlijks in Akkrum gehouden wordt.

Slingeren doet ook de Kromme Knilles, zoals het riviertje de Boarne tussen Akkrum en het Prinses Margrietkanaal genoemd wordt. Aan de andere kant van dat kanaal ligt Jirnsum, een sfeervol watersportdorp, net weer wat rustiger dan Akkrum. Hier heeft de Boarne de veelzeggende naam ’Rak van Ongemak’: de vele bochten maakten het riviertje lastig te bezeilen. De geschiedenis van het dorp wordt uitgebreid en mooi verwoord en verbeeld op www.irnsum.nl.

Buiten de drie watersportdorpen treft u werkelijk een oase van rust. Eindeloze weilanden, water, prachtige vergezichten, monumentale boerderijen en hier en daar een verstild dorpje. Een paradijs voor fietsers, ruiters, wandelaars en skeeleraars. Fietsen kunt u huren in Grou of Akkrum. Een mooie en goed gedocumenteerde route is "De 8 van Grou", verkrijgbaar bij de VVV. Maar u kunt de omgeving natuurlijk ook prima op eigen houtje ontdekken. Een must voor natuurliefhebbers is het gebied rond Goëngahuizen, ten zuiden van het Pikmeer en de Wijde Ee. Hier liggen het ’Botmar’ en het ’Unlân van Jelsma en Kobbelân’. Drie houten spinnenkopmolens maken het plaatje compleet.

Grou mag dan ’het hart van Friesland’ zijn, het échte middelpunt is Eagum, één van de kleinste dorpjes van de provincie. Tenminste, het wás ooit het middelpunt. Misschien. Volgens de overlevering staat de opvallende, sinds enige eeuwen losse, kerktoren zelfs vlak naast het middelpunt van de wéreld.

Nieuwsgierig? Ga er kijken.

Het gebied ten westen en noordwesten van Heeg wordt wel het ’Kleine Merengebied’ genoemd. Hier liggen, te midden van groene weilanden, vijftien meertjes en poelen die met elkaar verbonden zijn via bredere of smallere sloten. Dit is misschien wel het ultieme Friese landschap: water, weilanden, wuivend riet, monumentale boerderijen, hier en daar een molen, een kerktoren of een klokkenstoel en bovenal die typerende, adembenemende weidsheid. Het Kleine Merengebied is een paradijs voor degenen die op zoek zijn naar rust, ruimte, stilte en natuur. Grote delen zijn alleen toegankelijk voor de kleine watersport. Het gebied is bij uitstek geschikt om te kanoën. Bij de VVV’s in Heeg, Gaastmeer en Oudega zijn meerdere routes verkrijgbaar. Maar ook als u niet zo van varen houdt, kunt u het unieke karakter van deze streek ervaren: het is er ook prachtig wandelen, fietsen of skeeleren. En niet alleen in de zomer, maar eigenlijk in elk jaargetijde. Een mooie route loopt bijvoorbeeld langs de noordoever van de Oudegaaster Brekken. Het water, de rietkragen en de achterliggende polders vormen een prachtig decor met de naam Muntsebuorsterpolder.

Oudega en Gaastmeer liggen direct aan het water en zijn drukbezochte, maar niettemin rustige watersportdorpen. Idzega en Sandfirden zijn verstilde en idyllisch gelegen gehuchtjes die bestaan uit een paar boerderijen en een kerkje. Het kerkje van Sandfirden, waar regelmatig activiteiten plaatsvinden, heeft een eigen aanlegsteiger. Het gehuchtje ligt op de noordelijke oever van het Hop en het Ringwiel ook een natuurgebied vormt.

Tot 2014 werd zo nu en dan de rust even op prettige wijze verstoord door de stoomtrein die tot die tijd tussen Sneek en Stavoren reed. In het gebied ten noorden van de spoorlijn liggen tegenwoordig nog vijf poelen. De drie westelijke vormen samen natuurgebied de Blauhúster Puollen. De meeste meertjes hier werden vanaf de zeventiende eeuw drooggelegd. Een voorbeeld is het Sensmeer ten oosten van Dedgum. Ook Hieslum, tegenwoordig tussen de weilanden, lag in vroeger tijden te midden van water.

De slingerende Hemdijk beschermde het toch al zo natte land tegen het water van de Middelzee. Op en rond deze dijk ligt Blauwhuis. De beroemde architect P.H. Cuypers bouwde hier eind negentiende eeuw een neogotische kruisbasiliek, die samen met de pastorie, de tuin, het hekwerk en het kerkhof een prachtig geheel vormt. De toren domineert nog steeds het landschap. Iets naar het zuidwesten ligt het schilderachtige Greonterp, waar schrijver Gerard Reve een aantal jaren woonde en werkte. Het dorp heeft een unieke klokkentoren.

Voor wat meer levendigheid en drukte kunt u terecht in Heeg, dat van mei tot september een bruisend watersportdorp is. De veelal voorname bebouwing en het compacte karakter geven het dorp een zekere grandeur en een kleinsteeds karakter. Dankzij de directe ligging aan het Heegermeer én op een kruispunt van belangrijke vaarwegen is het dorp uitgegroeid tot één van de belangrijkste watersportcentra van Fryslân. Maar Heeg heeft ook niet-watersporters genoeg te bieden: leuke winkeltjes, verschillende restaurants en gezellige terrasjes. Liefhebbers van nautische en maritieme kunst kunnen hun hart ophalen in galerie "De Scheepskamer van Heeg". En in "Houtbouwmuseum De Helling" krijgt u een mooi beeld van de traditionele Friese houten scheepstypes en de rijke geschiedenis van het dorp.

Met Gaastmeer en Woudsend vormde Heeg vanaf het laatste kwart van de zeventiende eeuw het centrum van de Nederlandse palingvisserij en -handel. De paling werd onder meer verscheept naar Engeland. Tot 1938 was er aan de oever van de Theems in Londen zelfs een vrije ligplaats voor de Friese palingaken. Mét de palinghandel verdween na de Tweede Wereldoorlog ook dat scheepstype. Maar, in de zomer van 2019 heeft de Palingaak KYII na veel voorbereiding en de restaruatie van het prachtige schip de reis naar Londen weer gemaakt. Kijk op www.palingaaklondon.nl voor een verslag van deze bijzondere reis en de mogelijkheid om dit bijzondere project te sponsoren.

Sinds 2009 heeft Houtbouwmuseum De Helling echter de beschikking over een nieuw gebouwde palingaak, waarmee dagtochten gemaakt kunnen worden. Voor degenen die de voorkeur geven aan een zeiltocht op een skûtjse, is er het beurtveer Heeg-Woudsend-Balk. U kunt uw fiets meenemen aan boord!

Liefhebbers van cultuurhistorie en traditionele kunst kunnen hun hart ophalen in het prachtige kustgebied tussen Makkum en Hindeloopen. Het gebied is de bakermat van het beroemde Makkumer aardewerk, de vermaarde Hindelooper schilderkunst en het iets minder bekende, maar ook zeer karakteristieke Workumer aardewerk. Twee van de Friese Elfsteden liggen hier: Workum en Hindeloopen. En wie Makkum bezocht heeft, zal het er over eens zijn dat er eigenlijk twaalf Friese steden hadden moeten zijn

Maar dit gebied heeft veel meer te bieden: een schitterend wijds landschap, schilderachtige dorpjes, rust, ruimte en een veelzijdige natuur. U kunt hier werkelijk prachtig fietsen, wandelen, skeeleren of paardrijden. En het IJsselmeer biedt grenzeloze mogelijkheden om te varen, zeilen, (kite)surfen, waterskiën, zwemmen of vissen.

Makkum is van oorsprong een vissersplaatsje, waar later wat industriële bedrijvigheid ontstond: scheepswerven, houtzaagmolens, steenfabrieken en kalkovens. De laatste decennia is het uitgegroeid tot een drukbezocht en bruisend dorp dat voornamelijk leeft van het toerisme. Een deel van de Makkumerwaard, een ingepolderd deel van het IJsselmeer, is omgetoverd in een recreatief gebied met een camping, een villapark, een zandstrand, een jachthaven en een boulevard met winkels. Ten noorden en zuiden daarvan liggen de Makkumerwaarden, een aantrekkelijk natuurgebied.

Het oude dorp heeft zijn authentieke en sfeervolle karakter behouden. Door de aaneengesloten bebouwing, die vooral bestaat uit voorname woningen, herenhuizen en pakhuizen heeft Makkum een stedelijke uitstraling. Aan de Turfmarkt is in twee achttiende-eeuwse panden met een moderne uitbreiding het wereldberoemde aardewerkbedrijf Koninklijke Tichelaar gevestigd, waar u (op afspraak) een rondleiding kunt krijgen. Kunstliefhebbers kunnen ook terecht bij Galerie Käller, Atelier In Beeld of in het atelier van Aart Cornelissen. Gaat u liever winkelen? Ook dan kunt u in Makkum uitstekend terecht. De stad, pardon: het dorp, heeft veel leuke winkels en voor tussendoor en na afloop zijn er zijn verschillende gezellige terrasjes, cafés en restaurants.

Tussen Makkum en Workum ligt het gebied van de Aldfaers Erf Route. Deze ruim 20 kilometer lange route verbindt een aantal schilderachtige dorpjes, voert door uitgestrekte weilanden, langs de IJsselmeerdijk en combineert cultuurhistorie, landschap en natuur. Tussen museumdorp Allingawier en Idsegahuizum ligt de Makkumer Súdmar, een veenpolder die eind negentiende eeuw is drooggelegd. Zuidelijk van Piaam loopt de route direct achter de dijk en langs de Dyksfearten. Gaast, de naam zegt het al, ligt wat hoger op een zandopduiking. De lieflijke, prachtige ligging direct achter de dijk doet op geen enkele wijze vermoeden dat hier vroeger, volgens de overlevering, ruig volk woonde: jagers, matrozen en walvisvaarders. Hier hebt u vanaf de dijk een werkelijk adembenemend uitzicht over het IJsselmeer, de Makkumerwaarden en de Workumerwaard.

De Workumerwaard werd na de afsluiting van de Zuiderzee (1932) bedijkt. Vanaf de weg over de oude Zuiderzeedijk hebt u een prachtig zicht op het oude en nieuwe land. Ten zuidwesten van Workum ligt het Workumer Nieuwland, dat ruim 300 jaar eerder al werd ingepolderd. De weg van Workum naar Hindeloopen ligt ook hier op de oorspronkelijke Zuiderzeedijk.

Workum en Hindeloopen zélf behoeven eigenlijk nauwelijks toelichting. Voor een beschrijving van de sfeer en het karakter: klik hierboven op één van beide steden. Workum dankt zijn bekendheid natuurlijk mede aan het Jopie Huisman Museum. Maar ook Museum Warkums Erfskip is een bezoekje waard. Verder telt dit gezellige stadje een behoorlijk aantal galeries, ateliers en pottenbakkerijen. U vindt ze op site www.workum.nl, die we van harte aanraden als u nog meer over Workum wilt weten.

Hindeloopen is beroemd vanwege de karakteristieke schilderstijl. Voorbeelden daarvan kunt u zien in verschillende winkels en ateliers én in het Hidde Nijland Museum. In het schilderachtige stadje vindt u ook het unieke Eerste Friese Schaatsmuseum. Is het meer weer voor op het strand? Dat vindt u aan de zuidkant van het stadje. Realiseer u dan dat u deel uitmaakt van een lange traditie. Het bijzondere, in 1913 gebouwde badpaviljoen getuigt van de lange historie van Hindeloopen als badplaats.

Voor de meesten is de Afsluitdijk niet meer en niet minder dan een gemakkelijke, snelle verbinding tussen Friesland en Noord Holland. Slechts weinigen realiseren zich dat de tussen 1927 en 1932 aangelegde dijk één van ’s werelds grootste waterstaatswerken ooit is. De realisering van een 30 kilometer lange dam als afsluiting van een binnenzee was, zeker voor die tijd, een ongekende prestatie.

De Afsluitdijk vormt niet alleen een verbinding tussen bestemmingen; de dijk is zelf ook een aantrekkelijke bestemming. Hier ervaart u de overtreffende trap van het begrip weidsheid. Bij mooi weer is het uitzicht op de Waddenzee en het IJsselmeer adembenemend. En bij wat minder weer bent u hier echt één met de elementen.

Kornwerderzand is, net als Breezanddijk, een voormalig werkeiland. Hier werd in mei 1940 de Duitse opmars lang tegengehouden. De zogenaamde ’kazematten’ (bunkers) bestaan nog steeds en vormen tegenwoordig een interessant Kazemattenmuseum. Verder ligt hier een groot sluizencomplex, dat bestaat uit een spuisluis en twee schutsluizen. Het complex is een rijksmonument en is genoemd naar Hendrik Lorentz, die in 1902 de Nobelprijs voor natuurkunde kreeg en een belangrijke rol speelde bij de aanleg van de Afsluitdijk.

Ook het gebiedje rond de aansluiting van de Afsluitdijk op het vasteland is de moeite waard. Cornwerd, geboorteplaats van de dichter Obe Postma, is een beschermd dorpsgezicht en in Wons staat een zeer zeldzame ’centraalbouwkerk’. Zürich is bekender vanwege hotel-café-restaurant, vernoemd naar het nabij staande monument "De Steenen Man", waar veel dijkwerkers vertier zochten en waar het er naar verluidt ruig aan toe kon gaan.


0 | 1 |
Nieuwe encyclopedie van Fryslân voor slechts € 29,90 incl. verzenden!

Bijna 8 kilogram aan kennis over Friesland! Wees er snel bij want op is op.

De Nieuwe Encyclopedie van Fryslân is een onmisbare aanvulling in de boekenkast voor iedereen die gek is van Fryslân en meer wil weten van deze provincie. Op 15 september 2016 verscheen de vierdelige encyclopedie die rond de 3000 pagina’s telt, 11.000 trefwoorden bevat en ruim 8 kilo weegt. De encyclopedie staat bomvol actuele kennis over Fryslân en is een echte pageturner geworden.

Voor al diegenen die dit standaardwerk over Fryslân altijd al hadden willen hebben! Nu voor een wel heel speciaal prijsje! Maar let op! Op = Op!